Over Charlotte Mutsaers

kersebloedEen van mijn favoriete schrijvers is Charlotte Mutsaers. Koetsier Herfst heb ik gierend van de lach uitgelezen. De absurditeiten die Maurice Maillot, een schrijver die lijdt aan een schrijversblog meemaakt met Adolphe Klein alias Do vond ik zo leuk dat ik onlangs begon aan het boek Kersebloed en Paardejam.

Het is weer onnavolgbaar geschreven, vol geweldige observaties, maar heel lastig om na te vertellen. Op haar eigen wijze weet zij humor en melancholie te combineren.

Een door mij ingekort citaat:

Over hoe wij schoonheid niet beschermen, maar liever openbaar vertoonde zwakte, armoede en gebrekkigheid belonen. Zij, Charlotte, beschrijft een roos die graag toont hoe mooi zij is door te fier rechtop in bloei te staan en weigert om haar kwetsbaarheid aan de wereld te tonen. ‘Zo’n roos dus krijgt hier geen bescherming. Nee, zij wordt geknakt, liefst in de knop. Dat zal haar leren mooi te zijn. Wat zal een roos die hogerop wil dus doen. Die laat bij voorbaat haar kopje hangen, trekt haar dorentjes in, verdoezelt de rode kleur van haar bloemblaadjes en klaagt, klaagt, klaagt…. tot ze er bij neervalt. Daarbij wint ze de liefde van een groot publiek en stapels sentimentele post.’

Charlotte schrijft in dit boek over bekende auteurs, maar laat mij ook kennis maken met voor mij onbekende schrijvers, Daniil Charms bijvoorbeeld: ‘Behalve absurd is Charms’ humor ook pikzwart. Net als in de dagelijkse werkelijkheid krijgen mensen herhaaldelijk een klap op hun kop of een veeg uit de pan, vallen ze plat op hun bek of gaan ze zomaar dood’. Ik bestelde onmiddellijk een boek Charms.

Volgt nog een korte beschrijving van James Ensor, Belgisch schrijver van absurdistische verhalen en kunstschilder van het symbolism: ‘Hij was minstens zo verliefd op de taal als op de verf. Dat James Ensor leeft heeft hij niet te danken aan de pennenlikkers van onze kunstkritiek, die een absolute minachting aan de dag leggen van alles wat niet een-twee-drie te klasseren valt. Zij schetsen een karikaturaal beeld van een oude, ijdele kwast, bovendien nog Belgisch, bovendien baron’.

Zij beschrijft de ontmoeting van Ensor met Einstein in een klein plaatsje vlakbij Oostende op zijn reis in 1933 naar Amerika. Hij stak toen tijdens een etentje een klinkende en bewonderende tafelrede af voor deze ‘man van licht’. Op een foto is te zien hoe de heren gezellig met elkaar tafelden, vele lege glazen voor welgedane buiken.

Tot slot nog even over La Fontaine: ‘Voor een stellingname ten aanzien van goed en kwaad ben je bij La Fontaine niet aan het juiste adres. Weliswaar lijken vele fabeltitels -De stadsrat, De wolf en het lam, De valk en de kapoen etcetera- tot tweedelig denken aan te zetten, maar dat is slechts schijn. Je wordt voortdurend in de luren gelegd. De wolf bijvoorbeeld is lang niet altijd de klootzak waarvoor hij gehouden wordt. Soms is het de ‘slechte’ die met de beloning gaat strijken’.

Getagged , , , , ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s