Oneerlijke concurrentie

foto:historianet.nl

foto:historianet.nl

De winkel heeft overheerlijk snoep in de aanbieding en verkoopt ijsjes, maar ik ga er nooit heen, ik loop er langs, ik kom de drempel niet over. Niet omdat ik het niet wil, ik wil wel, ik wil best een ijsje kopen bij Jamin en snoep wil ik er ook wel kopen, maar ik kan het niet. Mocht ik behoefte krijgen aan zoet, dan ga ik naar de Etos, de buurman van Jamin.

Soms ben ik met een kennis, wij komen langs Jamin. Zij loopt naar binnen en ik aarzel, de drempel is een bos prikkeldraad waar ik mijn voet moet induwen. Het gaat moeizaam, ik kijk weg van de winkel, dan draai ik me weer om en zie mijn vriendin ergens achterin bij de dropjes. Ik dwing mijn voet door te zetten en trek de andere bij, behoedzaam schuifel ik de winkel binnen. Tijdens het rondkijken houd ik mijn handen op mijn rug, zonder dat ik het weet overigens, ik realiseer het mij pas als ik de winkel uit ben of de vriendin mij een ijsje aanbiedt, dat ik moet aanpakken. Nooit zal ik zelf een ijsje bij Jamin kopen. Toch mankeert er helemaal niets aan de ijsjes van Jamin, maar diep binnen in mij hoor ik,
‘Bij Jamin kom je niet.’
en zie ik haar vertrokken gezicht als ze haar rug recht en loodrecht met afgewend gelaat langs de winkel loopt alsof daar een leprakolonie gevestigd is.
‘Bij Jamin komen wij niet, wij kopen uitsluitend bij collega winkeliers,’ mijn moeder pakt mijn hand en sleurt mij weg van de verleidelijke snoepetalage.

Jamin bedrijft oneerlijke concurrentie, althans zo heb ik het altijd begrepen. Jamin verkoopt tegen lage prijzen en koopt in het groot in. Zij maken niets zelf, terwijl de bakker zijn eigen brood bakt en zelf taartjes maakt, de slager zijn koeien eigenhandig slacht en de groenteboer zijn wortelen persoonlijk uit de grond trekt van zijn eigen lapje grond. Ambachtsmensen, zoals dat toen, omstreeks 1930, gewoon was en waar Jamin een spelbreker was die geboycot moest worden, in ieder geval door de middenstand. Mijn grootvader had honderd jaar geleden een eigen meubelmakerij en winkel.
Bij Jamin kochten mijn grootouders niet en ik dus ook niet, nog steeds niet.

Getagged , , , , , ,

3 thoughts on “Oneerlijke concurrentie

  1. Kaj Elhorst schreef:

    En eigenlijk hadden ze nog gelijk ook. Die ketens en grootbedrijven zijn de dood in de pot…..

  2. Edmond schreef:

    Ook in mijn jeugd gold: Jamin is te min.

  3. Jan Vlaanderen schreef:

    Bij de familie Buddenbrooks hadden ze echter weinig op met lieden die een winkel bezaten. Zie: Gotthold Buddenbrook war wegen einer unstandesgemäßen Heirat verstoßen worden. Er hatte, dem strengen Verbot des Familienoberhauptes zum Trotz, eine Mamsell Stüwing geehelicht und damit nicht in eine Firma, sondern in einen Laden eingeheiratet. In der überschaubaren Handelsstadt aber wurde haarscharf unterschieden zwischen den ersten und zweiten Kreisen, zwischen Mittelstand und geringem Mittelstand.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.