De ‘Wie’ van mijn roman

kinderarbeid

foto:slavenenheren.wikispaces.com

Een blog waarmee ik aandacht wil vragen voor het boek dat ik bezig ben te schrijven over mijn bet, bet-overgrootmoeder, die leefde in de 19e eeuw, een eeuw vol veranderingen. Deze eeuw kende een enorme ontwikkeling van wetenschap en technologie, wat zorgde en volgens mij nog steeds zorgt voor een materialistische levensbeschouwing en een geloof in de vooruitgang. De eeuw begint met de machtige Napoleon Bonaparte.

Mijn bet, bet-overgrootmoeder, die ik van nu af Meek zal noemen, haar officiële naam was Mekala, werd geboren in 1815 of 1817, over haar juiste geboortedatum zijn de boeken en geschriften het niet eens, in ieder geval vlak na Napoleons Waterloo. Zij kende de verhalen over de Slag, omdat haar vader in zijn jonge jaren als soldaat meetrok met de legers evenals zijn vrouw, haar moeder. Dat was in die tijd gebruikelijk, anders kreeg de arme man niet te eten. Meer hierover lees je in mijn blog ‘Bron van alle kwaad’, https://juliatells.com/2014/06/25/bron-van-alle-kwaad/.

Hieronder een fragment ‘wie is mijn protagonist’:

De pastoor opent een deur naar een kamer vol boeken. Zoveel boeken heeft Meek nog nooit gezien, ze steekt haar neus in de lucht en snuift, het ruikt muf alsof er nooit gelucht wordt. In het halfdonker schijnt door een kier van de gordijnen de zon. In de lichtbundels dansen ondeugende stofjes over het tapijt. Het is een dik kleed in allerlei kleuren bloemmotieven, die hier en daar slijtageplekken vertonen. Ze zal straks het raam open zetten en de stoffigheid verjagen. Wat zei de pastoor nou ook alweer wat dit voor kamer was? Hij noemde een moeilijk woord, omdat hij daar wel vaker last van heeft, heeft ze niet opgelet.
‘Zeg maar gewoon boekenkast in plaats van bibliotheek Meek,’ zegt hij, ‘deze kast moet je iedere dag afstoffen, maar de boeken mag je er niet uit halen, je moet er heel voorzichtig met de plumeau overheen strijken.’
Meeks ogen worden glazig. Hij pakt de korte bezem met de veren uit haar hand en veegt er voorzichtig mee over de boeken. Ooo, dat is een stoffer, hoe noemde de pastoor dat nou ook alweer? Hij gebruikt wel heel veel onbekende woorden, afijn dat hoort kennelijk bij geleerde mensen. Haar pa praatte vroeger wel eens over klanten die boeken in huis hadden. Rijke mensen waren dat, die konden lezen en schrijven. Zij is niet naar school gegaan, daar was geen tijd voor, ze moest werken en geld verdienen. Nieuwsgierig had ze pa allemaal vragen gesteld, maar hij haalde zijn schouders op en zei,
‘Dat is niets voor ons soort mensen.’
De pastoor heeft een dik boek uit de kast getrokken, slaat het open en begint hardop te praten. De woorden glijden langs haar oren, wat een moeilijke woorden, wat saai….
‘Luister je wel, Meek?’ de pastoor kijkt haar aan.
‘Natuurlijk, mijnheer pastoor,’ Meek gaat rechtop staan en richt haar aandacht op de zwarte figuur, die luid verder leest. Haar handen friemelen aan het golvende randje van haar schort. Ze gaat van de ene voet op de ander staan. Zou die man nou echt denken dat ze dit leuk vindt? Staat er niets beters in die boeken?

Getagged , , , , , ,

8 thoughts on “De ‘Wie’ van mijn roman

  1. Femmy Fijten schreef:

    Schrijven over je eigen voorouders vind ik een boeiend uitgangspunt. Ik ben benieuwd hoe het Meek vergaat.

  2. Annemarie Enters schreef:

    Interessant Juliette, je schrijft of je er zelf bij staat.

  3. Marry van der Plas schreef:

    Ben oprecht nieuwsgierig naar het vervolg Juliette.

  4. Peter Hein schreef:

    Beste Juliette, is dit stukje ter informatie: dat je met een nieuw boek bezig bent? In dat geval: een goed onderwerp, maar lijkt me nog niet eenvoudig om te schrijven. Of wil je inhoudelijk commentaar?

    • jumasy schreef:

      Hallo Peter, het is inderdaad een verdraaid lastig onderwerp. Ik ben er al n paar jaar mee bezig en hoop deze maand de tweede versie af te hebben. Deze versie bestaat uit twee (drie) delen, die zich afspelen in de 19e en begin 20e eeuw. Op sociale media plaats ik mijn ‘geschrapte’ stukken om een beetje réclame te maken. Vandaar.

  5. Mooi stuk, Juliette. Zoals je weet, heb ik een vorige versie van je roman mogen lezen en van commentaar voorzien. Volgens mij stond daar bovenstaand fragment niet (meer) in. Had je het er toen al geschrapt? Dat zou echt zonde zijn. Maar misschien paste het niet in het geheel en heb je op dit fragment het principe van ‘kill your darlings’ toegepast?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.