Infanticide

magiers voor Herodes.-1jpg

De magiers voor Herodes

DIENSTBODEN ALS RISICOGROEP
Aan het begin van de 19de eeuw werd kindermoord, in het ‘Wetboek van Strafregt’ van 1811 gedefinieerd als ‘de doodslag van een jonggeboren kind’, nog met de doodstraf vervolgd. Voorbehoedmiddelen waren nog niet beschikbaar en abortus was een nauwelijks toegankelijke, strafbare en levensgevaarlijke ingreep. Vrouwen die ongewenst zwanger raakten, zochten soms tevergeefs hun toevlucht tot kwakzalvers of abortieve middelen. Daarna lag, als ze hun kind niet wilden of konden houden, de weg open naar het weggeven of te vondeling leggen van hun kind, of in het extreme geval het ‘wegmaken’ en doden ervan.

De vrouwen die in Nederland in de 19de eeuw vervolgd werden wegens kindermoord, waren in overgrote meerderheid inwonende, ongehuwde dienstboden. Hun gemiddelde leeftijd was zes en twintig jaar. Het waren voornamelijk vrouwen afkomstig uit de arbeidersklasse voor wie het’ dienstje’ bedoeld was om te sparen voor hun huwelijk. Het waren in het algemeen geen losbandige vrouwen, integendeel, de burgerlijke normen van fatsoen en deugdzaamheid lagen ook hun vaak na aan het hart.

Tegelijkertijd waren zij betrokken in het gangbare patroon van partnerselectie, waarbij voorhuwelijks seksueel verkeer niet ongewoon was en sociaal geaccepteerd werd. De norm was echter ten strengste dat op een zwangerschap een huwelijk moest volgen. Aan ongehuwd moederschap kleefde voor een vrouw en haar familie grote schande. De kwetsbaarheid van ongehuwd zwangere vrouwen lag er juist in dat een huwelijk niet afgedwongen kon worden. Een zwangere dienstmeid werd bovendien zonder pardon ontslagen. Een dienstbode die in verwachting raakte zonder vooruitzicht op een huwelijk, zag haar toekomst in rook opgaan; niet alleen was er het dreigende perspectief van het verlies van inkomen en onderdak, maar ook dat van een leven in schande en armoede.

Dit had tot gevolg dat deze vrouwen hun zwangerschap tot op het uiterste moment verborgen hielden, voor hun omgeving ontkenden en veelal heimelijk en in afzondering van hun kind bevielen. Het zijn juist deze vrouwen die het meest te verliezen en te vrezen hadden van de schande, die bij processen over kindermoord de beklaagdenbanken bevolkten.

Dienstboden vormden in strafrechtelijke zin een ‘risicogroep’ voor infanticide. Hun kwetsbaarheid kwam niet alleen voort uit het feit dat ze onder handbereik van broodheren en mannelijke collega’ s leefden en daardoor vatbaar werden voor op hen uitgeoefende pressie om seksuele gunsten te verlenen (voor de verleiding van kleding, sieraden of huwelijksbeloften of voor de dreiging met fysiek geweld of ontslag), maar ook de totale afwezigheid van privacy van het inwonend personeel maakte de kans op ontdekking van een delict aanzienlijk groter. Vaak werden kamer en bed door dienstboden gedeeld. Ook controleerde de vrouw des huizes via het wasgoed de terugkeer van de ‘maandelijkse stonden’ van haar vrouwelijk personeel.

Getagged , , , , , ,

3 thoughts on “Infanticide

  1. Femmy Fijten schreef:

    Ja, ik dacht ook dat de leuke dienstmeisjes bezwangerd werden door de baas en vervolgens de laan werden uitgestuurd. Mooi stuk weer!

  2. marjonsarneel schreef:

    Wat een triest lot en wat hadden die vrouwen weinig kansen. Dank voor dit stuk.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.