‘Genadebrood’, fragment uit mijn verhaal

foto:wikipedia.org

foto:wikipedia.org

‘Morgen is het zondag dan ga ik naar mijn moeder in Hoogveld, ik heb haar al zo lang niet meer gezien.’
‘Ohh, daarom ben je zo goedgemutst,’ zegt Meek.

Aan tafel in de keuken met de andere bedienden brengt Meek het gesprek op Mietjes moeder.
‘Mietje gaat naar haar moeder morgen.’
‘Jaa,’ zegt Mietje, ‘zo vaak zie ik haar niet, mijn moeder.’
Mietje pakt de reuzel en legt een flink stuk op haar brood.
De deur gaat open en binnen ruist mevrouw, zij kijkt de tafel rond, haar blik stopt bij Mietje.
‘Hoho, het kan wel op al is het lekker,’ bitst ze. Zij pakt de reuzel en bergt die weg in de vliegenkast.
Mietje met haar bruine tanden in de dik belegde boterham trekt haar lippen op. Het brood, dat oud en hard is, verhindert haar door te bijten en omdat mevrouw haar blijft aankijken, verstart ze.
‘Mietje, weet wel dat je van armoe hier bent gekomen en genadebrood eet’, zegt mevrouw. In de stilte die na deze woorden valt, richt ze haar ogen op de jongste bediende.
‘Zijn jullie doof, ik roep en roep, maar er verschijnt niemand’.
De jongen staat zo snel op, dat zijn stoel op de grond valt.
Pak die stoel op en kom mee.’
Mevrouw zwaait haar rokken de deur uit, de jongen in haar kielzog.
Het is stil, Mietje kauwt hoorbaar op haar boterham.
‘Mietje, je broer, is dat die kleine man waarmee je laatst liep?’, vraagt Meek.
‘Hahaha.’ lacht Mietje, ‘nee, hoor dat is Frans m’n broer. Hij komt me zo direkt halen.’

Meek moet eigenlijk eerst de tafel afruimen in de eetkamer, daarna komen de haarden in de woonkamer en de ontvangstkamers aan de beurt, maar ze blijft in de keuken rondscharrelen, pakt een ketel en zet die op de kachel. Ze kijkt naar Mietje, die bezig is de tafel af te ruimen.
‘Kom, laat mij je even helpen.’
Samen halen ze het kleed van tafel en kloppen het buiten uit.
‘Ik zal even de stoep aanvegen, dan kun jij alvast de afwas doen.’ bedisselt Meek.
Als ze bijna klaar is met vegen, ziet ze Mietje zwaaien naar een man met een pet.

‘Ik loop even met je mee, zo gezellig,’ zegt Meek. Ze steekt haar arm door die van Mietje.
‘Ik vind het zo fijn voor Mietje, dat zij naar haar moeder gaat.’ Meek kijkt de man aan. Een paar bleekblauwe ogen vallen in haar bruine kijkers. Hetzelfde bleekblauw als van Mietje, denkt Mees. Ze slaat haar ogen zedig neer als hij ‘Ja’ kraakt.

Broer en zus lopen het tuinpad af, allebei klein en tenger, Mietje loopt een beetje krom en Frans’ benen vormen een O. Geconcentreerd staart Meek ze na en stuurt een gedachte naar zijn hoofd. Bij de bocht in het pad, dat zich om het Huis slingert, draait hij zich om en tilt voorzichtig een hand op. Meek knijpt haar handen tot een vuist, loopt naar binnen, haalt de ketel van het vuur en snelt naar de eetkamer.

 

Getagged , , , , , ,

2 thoughts on “‘Genadebrood’, fragment uit mijn verhaal

  1. Nico Hemelaar schreef:

    Ik wil verder lezen!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s