Op de kermis

Bij de ingang van de tent staat een kerel in een geruite broek. Hij houdt het doek open en kijkt naar Meek, hij maakt een doorloopgebaar. De tent stroomt vol mensen. Als de tent vol is,  gaat de achterflap dicht. De man in de geruite broek verschijnt op de verhoging, die voorin is opgebouwd. Hij houdt een trommel voor zijn borst.

‘Geëerd publiek, wat u nu gaat zien, is een wereldwonder,’ galmt hij en geeft een roffel op de trommel, ‘twee mensen aan elkaar gegroeid voor eeuwig en altijd.’

Hij roffelt nog eens plechtig. Van opzij komt iets aanschuiven. Een mens? Nee, toch niet. Het is een wezen met twee hoofden, die aan elkaar vastzitten. Zitten ze echt aan elkaar vast of belazeren ze de boel?

Meek staat vooraan, haar mond zakt open. Dit heeft ze nog nooit gezien. De Vrouw met de Baard en de Dwerg ja die kent ze wel, ze was zelfs ooit eens bevriend met een Dwerg, maar dit is zo vreemd. Het is een, nee het zijn twee mensen. Het zijn twee-in -een mens, ze zitten aan elkaar vast. Het publiek houdt zijn adem in, het wordt doodstil. De tweeling is gehuld in een levensgrote grijze jurk, die over hen beide heenvalt als een tent. Het mens of het wezen heeft drie benen. De man in de ruiten broek tilt met een trommelstok de jurk op, een flap laat los en valt op de grond. Een zucht stijgt op uit het publiek,

‘Aaaaahhh.’

In de stilte die valt dringen de mensen naar voren, duwen tegen Meek aan, die terugduwt. Ze kijkt naar de linker en rechter zijde van de tweeling, die met elkaar vergroeid zijn, ook hun billen zitten aan elkaar vast. Ze moeten zich omdraaien van de man in de ruiten broek. Hij hanteert een van zijn trommelstokjes om ze te dirigeren in de richting die hij wil. Meek slaat een hand voor haar mond, ze ziet maar één paar billen.

‘Ahhhhhhh,’ zucht het publiek.

‘Maar één kont,’ roept de vlerk die naast Meek staat, ‘dat is makkelijk voor de poeperij.’

Hij slaat zich op zijn dijen, het publiek brult mee, hahaha dat is leuk.

De Ruiten Broek geeft de tweeling weer een tik, zij draaien zich om. Meek kijkt naar hun gezichten. Behalve een staartje haar met een strik erom bovenop hun hoofd zijn ze zo kaal als eieren. Ze kijkt in hun ogen, grote droeve ogen. De een staart in de verte, de ander kijkt naar het publiek. Meek denkt iets te zien glanzen in haar linker ooghoek. Als dit geen traan is, dan heeft ze er zelf wel een. Ze wordt misselijk, kokhalst, draait zich om, duwt tegen de mensen op om haar door te laten. Ze wil hier weg, weg. Dit wil ze niet meer zien, hoe kan het dat zoiets vreselijks bestaat. Het is een monster.

Getagged , , ,

One thought on “Op de kermis

  1. Marry van der Plas schreef:

    Mooi weergegeven en vroeger werd een Siamese tweeling inderdaad als kermisattractie opgevoerd. Wellicht dat het ergens in de wereld nog steeds gebeurt, omdat het een manier is om in het onderhoud te voorzien. In onze Westerse wereld zou het nu ondenkbaar zijn toch? Hoewel beschaving ook hier nog ver te zoeken is!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.