De rivale

Foto: artenjoy.punt.nl

Foto: artenjoy.punt.nl

Op een rieten stoel in de deuropening zit een vrouw. Op haar  schoot staat een houten bak met een paar aardappelen. Bij haar voeten die steken in versleten pantoffels een emmer water waar met een luide plons een geschilde pieper in valt.
‘Ik kom voor Annie,’ zegt Meek luid.
De vrouw kijkt op, het mes omhoog als om te steken.
‘Wat?’
‘Annie.’
‘Achter woont een Annieke.’

Ze wijst met het mes achter zich. Meek wringt zich langs haar heen het smalle gangetje in. Aan het eind een deur. Langzaam drukt ze de klink in, de deur piept op een kier open. Het is donker. Na een paar keer met haar ogen knipperen ontwaart ze een tafel en een paar stoelen. Op een van de stoelen zit iemand, een arm beweegt. De figuur draait haar hoofd naar de deur. Als Meeks ogen aan het duister gewend zijn, ziet ze een vrouw met los haar, dat in sprieten langs een bleek gezicht hangt.
‘Proost,’ zegt het hoofd en tilt een glaasje naar Meek op, ‘leuk dat je er bent, ga zitten.’
Meek neemt een stoel, ziet dat er een gat in de rieten zitting zit, pakt de ander met drie poten en zet deze naast Annie.
In een hoek hangt iets bekends aan de muur. Die vrolijke kleuren, dat kent ze. Verdomd als het haar harlekijn niet is.
‘Wil je ook een glaasje?’ vraagt de vrouw en pakt de jeneverfles, ‘daar staat nog wel een kroes of zo.’
Ze wijst naar het zwarte graniet waar een kraan drupt in een gebarsten gootsteen.
‘Ben jij Annie?’
Ja, wie ben jij?’
‘Meek.’
‘Oh ja Meek, natuurlijk.’
Annie legt haar arm om Meek heen,
‘Mannen,’ zegt ze en drinkt haar glaasje in een teug leeg.
Ze brengt haar gezicht vlakbij dat van Meek. In het vollemaansgezicht beweegt haar mondje als een vis op het droge met een alcoholkegel. Het blonde haar is vettig donker, een versleten blauwfluwelen ochtendjas zit strak om haar middel gebonden met een touw. Haar volle borsten bollen iedere keer dat zij praat op uit het decolleté van de jas alsof zij zich willen losmaken van het lijf waaraan ze vastzitten. Die borsten! Zulke heeft zij niet. Zou Joes daarom? Hij houdt van rondborstige vrouwen. Meek denkt aan haar voornemen Annie de ogen uit te krabben. Nog even wachten, de vrouw kijkt zo vriendelijk lodderig. Eigenlijk zou ze Joes op zijn kanis moeten slaan. Meek hangt haar neus boven het blikje, de inhoud ruikt naar van alles behalve naar jenever. Voorzichtig neemt ze een slokje, de brandewijn glijdt heet door haar slokdarm naar beneden en plonst in haar maag. Die roert zich. Sinds de restjes konijn van vanochtend heeft ze niets meer gegeten.
‘Waar is Joes?’
Het valt zomaar van haar lippen.
‘Ha, Joes,’ zegt Annie, ‘dat is jouw kerel? Jullie zijn al vriendjes sinds….’ ze hikt.
‘Ja, al vanaf mijn veertiende, Joes was vijftien. Hij vocht al mee in de oorlog.’
‘Ik weet het.’
Hoe weet ze dat, heeft Joes haar dat allemaal verteld? Ze is eigenlijk best aardig, Meek neemt nog een slokje.
‘Waar is hij?’
‘Waar zou hij zijn, in Leuven op de kermis natuurlijk.’
Leuven dat is ver weg, te ver om naar toe te gaan. Vanavond moet ze weer mee terug met de groenteman. Ze kijkt om zich heen, behalve het schilderijtje ziet ze niets bekends. Dat prentje neemt ze mee natuurlijk, zo meteen als ze weggaat.

Getagged , , , , , , , , , , ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.