De zilveren lepel

 

Van wat Meek verdient met haar werk bij de boer moet de huur betaald worden en de bewaarvrouw die op Kaatje past. Er blijft bijna niets over om eten van te kopen. Zo af en toe neemt ze een stuk brood mee van de boerderij en soms ziet ze kans een ei te verdonkeremanen. Als de kippen goed gelegd hebben valt dat niemand op.
Geen cent blijft er over om te sparen voor de zo fel begeerde naaimachine. Het is haar droom daarmee kleding te maken en te verstellen voor de rijkdom in het stadje. De machine zal haar het leven gemakkelijk maken, een goede naam en geld brengen. Dan kan ze een huisje huren en Kaatje naar school sturen.

Ze loopt zo in trans dat ze schrikt van de hond, die tegen haar op springt. Ze weert hem af. Door de onverwachte beweging valt de lepel op de grond.

‘Wat heb je daar?’

Die rot hond! Net nu de zoon van de boer er aan komt, die stiekemerd die altijd naar haar loert, moet dat beest tegen haar opspringen. Snel pakt Meek de lepel op en houdt hem achter haar rug.

‘Wat heb je daar?’

‘Niets.’ Meek schuift een beetje naar achteren, de hond begint weer te blaffen.

Houd je bek wil ze tegen hem zeggen. Ze doet een paar passen bij hem vandaan, de hond blaft en gromt. Hij maakt aanstalten weer tegen haar op te springen.

‘Hou je maar niet van de domme, ik heb het wel gezien hoor,’ de man grijnst, ‘de hond voelt wanneer dieven er met onze spullen van door gaan.’

De boerenzoon loopt om haar heen, Meek draait mee, plotseling schiet hij naar voren, pakt haar bij haar middel en draait de hand waarin de lepel zit hardhandig om.

‘Ja, hoor, als dat moe’s ‘Haags lofje’ niet is’.

Meek klemt haar vingers om de lepel. Een voor een maakt hij ze los. Hij houdt de soeplepel voor haar neus.

‘Wat was je daarmee van plan?’

‘Niets.’

Ze wil in hetzelfde gat zakken waarin ze haar droom ziet vallen. Telkens als ze denkt dicht bij haar doel te zijn, gebeurt er iets waardoor ze weer opnieuw moet beginnen.

‘Dat zal moe niet leuk vinden,’ gaat de kinkel verder, ’ze smijt je de deur uit en dat is nog maar het minste. Ze haalt de veldwachter. Ik denk dat ze dat doet,’ besluit hij.

Hij komt dichter naar Meek toe, zo dichtbij dat ze de grove poriën kan tellen. Ze schuifelt naar achteren. Hij brengt zijn gezicht nog dichter bij het hare ze ruikt pruimtabak en de geur van beesten. Hij trekt haar naar zich toe.

‘Maar als je lief voor me bent, zal ik het moe niet vertellen.’

‘Ja,’ Meek wil een stap naar achteren doen. Hij heeft zijn arm strak om haar middel.

‘We gaan samen daar naar toe,’ hij wijst met de lepel naar de stal.

Hij duwt Meek mee, zijn arm nog steeds om haar heen. In zijn hand glanst het zilver. Wie weet geeft hij hem straks aan mij, denkt ze. Voor haar ogen wenkt weer de naaimachine.

Getagged , , , , , , ,

One thought on “De zilveren lepel

  1. annemarieenters schreef:

    Mooi geschreven, ja de mensen die voor een dubbeltje geboren waren, kon je niet benijden…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.