Een afgeleefde kerel van zeventig: Deel 1

Provinciale Staten 1

Het was oktober 1851 en de verkiezingen van Provinciale Staten Utrecht waren niet zonder strubbelingen verlopen. Er moesten herverkiezingen plaatsvinden omdat zich twee mannen voor een vacature kandidaat hadden gesteld.
Op 15 oktober moesten de Amersfoorters weer naar de stembus. De twee mannen op wie gestemd kon worden:

  1. de heer Van Dam van Isselt, president van de arrondissementsrechtbank in Amersfoort en
  2. de heer C.E. Van Strijen, notaris in Wijk bij Duurstede.

De Amersfoortsche Courant had over beide heren het nodige commentaar. Het leek de reporter beter die mening te ventileren voordat de verkiezingen plaatsvonden dan erna. Daarom trok hij in de kolommen van 14 oktober van leer:

De heer Van Dam meent recht te hebben op een stoel, die normaal gesproken toekomt aan de heer Van Strijen. De vrienden van Van Dam laten een circulaire in de stad verspreiden (een ‘briefje’ schrijft de krant) met opgave van redenen waarom de kiezers op Van Dam moeten stemmen en niet op Van Strijen. Het komt erop neer dat Amersfoort niet goed vertegenwoordigd is zonder Van Dam in het College.
Dat er dan vier vertegenwoordigers uit Amersfoort in het college zitting hebben en WijkbijDuurstede geheel en al uit de boot valt, zag Van Dam niet als een probleem.

Die Amersfoortsche voorstanders van de heer Van Dam verlangen dus dat een twaalfhonderdtal kiezers eene onbillijkheid plegen opdat zij hun zin krijgen!’ schrijft de krant nijdig.

De krant hoopte dat de kiezers het doel van de verkiezingen in het oog hielden door de bekwaamste en meest geschikte van het tweetal te kiezen. Een man dus van wie het meest verwacht mag worden:

En die man is niet de heer Van Dam. Hij, Van Dam,  is een afgeleefde ouwe kerel van zeventig. Vijfentwintig jaar woont hij in Amersfoort en nog nooit heeft hij enig blijk gegeven bekend te zijn met de aangelegenheden van de Stad en de Provincie. Hij was rechter en dat was genoeg vond hij. Voor de stad en het gewest waar hij woont heeft hij nooit iets gedaan. Hij stelt zich nooit naast maar altijd boven de burgers van de stad. Het lidmaatschap van de Staten wordt door hem alleen maar begeerd omdat hij dan een goed betaalde baan heeft mocht de rechtbank gesloten (de Regtbank gesupprimeerd) worden of voor het geval hij met pensioen moest.’

Getagged , , , , ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.