Auteursarchief: jumasy

Andere horizonten

De avond valt, kinderen spelen buiten. Hun stemmetjes stijgen op naar de donkerblauwe lucht. De eerste dag in Siem Reap is in een zucht voorbij gegaan.

Na het voltooien van mijn manuscript (Zonder hem) en voor de jacht op een al dan niet reguliere  uitgever of zelf uitgever  liet ik alles uit mijn hangen vallen en ging freewheelen.

In een volgend blog zal ik schrijven over mijn belevenissen. Dus even geen historische feiten en feitjes voor een roman of een column maar iets heel anders.

Getagged , , , ,

Het leven is te confronterend

Na een rotdag op het werk of als een slecht humeur je dwars zit geeft het voldoening om op sociale media lekker los te gaan en dan bij voorkeur mensen uitschelden voor rotte vis. Dat lucht op! Je bent al snel een uurtje bezig de mensheid over van alles te beschimpen. Je gaat ervoor want dat rothumeur moet weg, dan pas kan je met je maten erop uit om het op een zuipen te zetten. Uit de koelkast haal je nog een blikje en terwijl je het aan je mond zet scrol je naar een nieuw slachtoffer. Ha, Chantal Janzen op tv, eens kijken. Tjonge, wat ziet die eruit zeg! Het lijkt wel een emmer kots. Ha, dat is een leuke, even tweeten. Wat heeft ze met dat gezicht gedaan wat ziet dat er gek uit met die hoge jukbeenderen, komt vast door de botox of andere fillers. Die meiden zijn toch niet zo mooi van zichzelf, zo kom jij ze niet tegen of misschien wel maar dan draaien ze zich snel om en altijd zijn ze met een andere gozer. Zo’n bobo van de tv of iets dergelijks. Zo een die altijd over of door jou heen kijkt.

Afijn, je gaat eens voor de spiegel staan en besluit na inspectie van de mee-eters nog een tweetje te sturen dat die Janzen teveel aan de botoxnaald heeft gehangen en dat het toch anders beter had gemoeten. Je hebt er namelijk verstand van, hoewel je niet aan jezelf werkt want dat is maar duur en bovendien heeft het geen zin. Na een avond zuipen is het effect wel weer verdwenen. Daar ligt je duizend euro dan in de goot. Je kan er nog even op spugen en als troost een autoruit kapotslaan. Dat lucht op.

De agressie op straat moet wel in samenhang met vrienden en vriendinnen, want alleen nee, alleen ben je eenzaam en treurig. Gauw nog een biertje en dan een appje naar de groep. Verzamelen maar. Op naar het café, feest zul je vieren, je gaat die meiden eens laten zien wie je bent. Wat denken die kapsoneslijers wel. Je zal ze eens een poepje laten ruiken. Samen met je vrinden, want het leven alleen is te confronterend

Getagged , , , , , , , , , , ,

Gelukkig

wijkkrantlogo
Met veel moeite ben ik hier gekomen en ga niet meer weg. Zeker niet na de ontberingen die ik heb moeten doorstaan.

Voor de overtocht van Libië naar Italië moest ik zo’n duizend dollar neerleggen. Dan zit je met krijsende kinderen en vrouwen hutjemutje op elkaar in een lekke rubberboot. Die duizend dollar is goedkoop begreep ik later van anderen. Vanuit Turkije kost het wel zesduizend dollar en zit je twaalf dagen in zo’n varend kerkhof. Daar moet je toch niet aan denken, de vijftien uur dat ik in die schuit zat hebben mij toch al gauw een paar jaar van mijn leven gekost. Natuurlijk zinkt het kreng in het zicht van de haven. Gelukkig werden wij opgepikt door een reddingsboot die in de omgeving rondvoer. De vrouw naast mij verdronk met haar kind. Ik zag ze gaan, ik kon mij gelukkig vastklampen aan een reddingsboei en ontkwam aan de verdrinkingsdood.

Wij voeren wekenlang over zee voordat we ergens aan land konden. Het voedsel en water raakten op. Gelukkig wist ik altijd nog wel iets te ritselen. Vanuit Spanje ben ik gaan liften naar het noorden naar Nederland. Daar geven ze je geld en een huis, dus daar moet je zijn.

Helaas toen ik in Nederland aankwam stopten ze me in een soort van inrichting met veel andere vluchtelingen. Gelukkig kwam ik wel aan mijn gerief totdat mij werd verteld dat ik terug moest naar mijn land.

Gelukkig ben ik toen ontsnapt naar de hoofdstad. Daar kraak ik met medestanders leegstaande panden. Gelukkig zijn ze in de hoofdstad gek en kunnen wij onze gang blijven gaan. We hoeven zelfs niet meer te kraken maar worden ondergebracht. Ik ga naar Buitenveldert en krijg onderdak, geld en eten, maar moet werken aan mijn terugkeer. Haha, mij krijgen ze niet meer weg.

Getagged , , , , , , , , , ,

De hoofdinkomsten van de retiradejuffrouw

In het Parool stond enige tijd geleden een artikel over een vrouw die tijdens de drukte van de Gayparade bij de openbare toiletten was gaan zitten met een schoteltje voor zich en zo geld ophaalde. Zomaar legden wc-bezoekers € 0,50 op dat schoteltje. De politie kwam er aan te pas en constateerde dat er geen sprake was van oplichting want de vrouw had niet gevraagd om geld, ze was er gewoon gaan zitten en men had haar het geld gegeven. Dus was dat een vrijwillige bijdrage geweest.

Laatst bezocht ik de toiletten in een groot gebouw. Om de hoek uit het zicht van de gehaaste bezoeker zat een dame aan een tafeltje waarop een schoteltje met wat geld. De truc is denk ik dat er op het schoteltje een paar grijpstuivers liggen die de wc-gebruiker aansporen om er een paar eurocenten bij te leggen. Een slimmigheidje. Net zoals graffiti dwingt tot meer muurschilderingen dwingen een paar munten op een bordje tot geven. Bij dit schoteltje stond nog een kaartje waarop met grote letters € 0,20 stond geschreven.

Toen de vrouw mij zag aarzelen, zei ze:

” € 0,20 is niet duur voor het schoonhouden van de wc.”

Daar heeft ze een punt. Maar stel nu dat er in dat gebouw 500 bezoekers per dag komen die allemaal naar die wc gaan en 0,20 cent fooi geven kan het dan niet wat goedkoper zou je denken? Het wordt een andere zaak als de vrouw een zzp’er is en dit haar hoofdinkomsten zijn dan zijn die 0,20 cent een aalmoes zelfs bij zoveel toiletbezoekers.

Het schoonhouden van plees is natuurlijk stront onguur en beslist wel een fooi waard, maar het artikel in het Parool maakt me wantrouwig. Is die vrouw daar gewoon gaan zitten om geld op te halen of maakt ze echt de wc’s schoon? Die waren schoon, had zij dat gedaan of was dat het werk van de schoonmaakploeg van het bedrijf? Wie zal het zeggen, de volgende keer maar weer eens naar de wc in dat gebouw.

Getagged , , , , , , , , , , ,

Schwarzenegger

Een luide zoem kondigt mijn entree aan bij de nieuwe sportschool Anytime fitness. Een gespierde boy nadert. Als ik dichtbij de man ben aangekomen stopt de zoem zijn kabaal.

De personal trainer, want dat staat op de rug van de gespierde boy troont mij mee naar de kleedkamers maar niet voordat hij met argusorgen naar mijn pas heeft gekeken en mij allerlei vragen heeft gesteld: of ik wel een aanmeldingsformulier heb getekend, een handdoek bij me heb en of ik de regels wel ken? Wat denkt die Schwarzenegger eigenlijk, dat ik een groentje ben?

Wijsneuzig laat ik hem mij de kleedkamers aanwijzen en start de training. De loopband en de crosstrainer wijzen zich vanzelf, de andere werktuigen zien er onbekend uit. Ik besluit Spiermans op te zoeken. Spiermans doet alsof hij het druk heeft, maar wijst mij toch met enige frisse tegenzin de werking van een paar martelwerktuigen. En kijk eens aan hij lacht er zelfs bij. Hij wordt gered door de telefoon en blijft vervolgens onzichtbaar althans voor mij.

Ik ben dat anders gewend, maar een grote meid redt zichzelf en collegasporters zijn niet te beroerd mij te helpen.

In de zaal van de grondoefeningen kom ik Schwarzenegger weer tegen, hij paradeert voor mij heen en weer en rolt zijn spieren. Het moet gezegd, petje af: indrukwekkend!

Moe maar voldaan zak ik neer in de ‘gezellige koffiehoek’ en krijg ik een koffie van een medetrainer. Monter trap ik onder een loodgrijze hemel waaruit loodrecht water valt terug naar Buitenveldert.

Je bent een stoere meid of je bent het niet.

Getagged , , , , , , , ,

‘De tijd is van onszelf’ (Seneca)

Marmeren Borstbeeld van Seneca, anonieme beeldhouwkunst van de 17e eeuw, Museo Nacional del Prado. Van wikipedia

Om zes uur gaat de wekker. Van die bel moet ik mijn bed uitspringen om naar de sportschool te gaan. Dat is een mooi voornemen.

Niet naar de sportschool dan achter de computer om berichten te beantwoorden, stukjes te schrijven, een column voor te bereiden, een kort verhaal op te zetten en heel belangrijk: uitgevers aan te schrijven en mijn manuscript op te sturen.

Vervolgens een lijstje opstellen voor de boodschappen om gasten van die avond iets eetbaars voor te zetten. Wanneer ik ondanks het lijstje toch iets vergeet, nog eens naar de supermarkt fietsen. De dichtstbijzijnde scheelt een hoop in tijd maar ook in geld. Waar kies je voor?

Het huis aanvegen hoeft niet, beter stofzuigen de dag na het bezoek, scheelt tijd die ik gebruik om de zorgverzekering te bellen over vijf fysiosessies die betaald moeten worden uit het eigen risico want zij worden niet gedekt door de aanvullende verzekering. Waartoe dient een ****aanvullende verzekering waarin maar liefst zevenentwintig fysiosessies zijn ondergebracht als de therapeut zijn geknijp en gestrek etiketteert in de basisverzekering? Dan rinkelen de kassabellen en die moeten uitgezet. Vandaar de gesprekken: van verzekering naar therapeut, die met vakantie is dus moet een ander het probleem oplossen.

In de keuken aan de slag met de avondmaaltijd. Plannen zit in mijn genen en in mijn sterrenbeeld dus die maaltijd maak ik tijdig klaar. Zo kan ik tijdens het eten aanschuiven en gezellig mee kletsen eten en drinken.

Vriend wil als de gasten weg zijn nog even naar een goeie actiefilm kijken. Ik ga na naar bed en zet de wekker om zes uur want de planning is dat ik de volgende dag vroeg naar de sportschool ga. Voordat ik ga slapen lees ik dit fragment van Seneca uit zijn brieven aan Lucillius:

‘Noem mij eens iemand die wat overheeft voor tijd, die een dag op waarde schat, die snapt dat hij elke dag stervend is. Alle jaren achter ons zijn al domein van de dood. Je bent minder afhankelijk van de dag van morgen wanneer je beslag legt op die vandaag. Door uitstel snelt het leven voorbij. Alles is van anderen, maar de tijd is van onszelf. Dus pak ieder uur.’

Ik zit op de rug van een renpaard, een mooie arabier, die maar rent en rent en plotseling stilstaat op een duin. Hij steigert en brengt een ratelend geluid voort. Ik dreig te vallen, houd mij vast aan zijn manen. Mijn arabier ratelt maar door. Ik strek mijn hand uit geef een klap op de tijd en draai me nog eens om.

Getagged , , , , , , , , ,

Marmalade, Marie malade

foto: Farmdrop

Mary Stuart was ziek, ze had griep en voelde zich zo beroerd en had daarom zo vreselijk de pest in dat ze haar hofhouding voortdurend uitkafferde. Een van hen klaagde bij haar vriend, een keukenjongen.
‘Ik heb nog nooit iemand meegemaakt die zo strontvervelend is. Ze scheldt ons uit en doet alsof wij haar ziek hebben gemaakt. Ze wil terug naar Frankrijk waar het klimaat beter is dan in Schotland.’
De hofdame hoestte.
‘En dat is toch echt niet zo, ik bedoel dat wij haar ziek maken.’
Het huilen stond haar nader dan het lachen. Een nieuwe hoestexplosie ontsnapte uit haar keel.
‘Geeft niets,’ zei de jongen die met Mary Stuart uit Frankrijk was meegekomen. Hij kende nog maar weinig mensen in het kasteel en wilde zijn nieuwe vriendin graag helpen.
‘Luister, ik heb een idee. Wacht maar af. Kom aan het eind van de middag naar me toe dan heb ik iets voor je!’
Hij gaf de dame een kus.
‘Fijn, James,’ zei ze, tilde haar rokken weg en trippelde weg.
James, eigenlijk heette hij voluit Jamie Olivier, hoorde haar hoest nog naratelen in de kasteelgangen.
Hij glimlachte en ging aan de slag.

’s Middags overhandigde hij de dame een aardewerkenschaaltje waarin een oranje substantie lag.
‘Wat een rare kleur.’
Ruik nou maar.’ drong de jongen aan.
‘Hmm het ruikt best.’
Ze rook nog eens, hoorbaar nu.
‘Heerlijk eigenlijk ,’ zei ze, ‘het lijkt wel sinaasappel en nog iets, maar wat?’
Ze boog haar hoofd en niesde oorverdovend.
‘Wat is dat?’
‘Dat is ‘”Marie malade,’ zei de knecht tevreden dat hij haar blij stemde. ‘La reine zal er snel van opknappen.’

Getagged , , , , , , , , ,

Claiming

metoo

Hij heeft onlangs zijn vrouw verloren. Ik ga een koffie met hem drinken en vraag hoe het met hem gaat? Hij is vrolijk, komt dichtbij me zitten en nodigt me uit voor een dinertje bij hem thuis. Na het eten vraagt hij of ik wil meegaan naar nog een diner later die week en naar een museum ook later die week. Ik aarzel, zeg nee, hij houdt aan noemt andere data: de week erop, de week daarop.
‘Het is zo fijn met jou, je bent zulk goed gezelschap. Dat heb ik nodig.’
Hij komt dichtbij zitten. Ik schuif een stukje op, zucht en stem in met het museum.

‘Mijn vrouw had heel mooie stukken, werkelijk prachtige jurken, ze zouden jou fantastisch staan.’
Hij buigt voorover, ik strek naar achteren. Hij gaat rechtop staan.
‘Ze zijn te groot,’ zeg ik beslist, ‘ze had toch maat 42?’
‘Ja, maar het past jou wel hoor.’
Hij buigt weer naar mij toe, ik buig naar achteren en schuif iets opzij. Hij komt naast me zitten, heel dichtbij. Ik voel zijn warmte en ruik zijn lichaamsgeur. Ik schuif nog een stukje verder naar links. Zijn hand nadert mijn gezicht en landt op mijn neus.
‘Je bent zo’n guiterd. Het lijkt me zo fijn als jij haar kleren draagt.’
Ik kijk naar links, verder schuiven kan niet. Ik sta op.
‘We hebben nog niet alles gezien.’ Ik loop een zaal in, hij volgt.

Aan het einde van de dag zegt hij,
‘Het was een fantastische dag, ik zou graag weer met je weggaan.’
‘Het spijt me Jos maar deze keer was het al moeilijk genoeg me vrij te maken. Ik heb het te druk. Ik ben bezet tot het einde van augustus en nu moet ik gaan mijn vriend wacht op me. Zijn gezicht nadert, hij tuit zijn lippen. Ik zoen ergens in de lucht open het portier en vlieg weg.

Een paar dagen later een mail:
‘Er zijn een paar mooie balletvoorstellingen met Hans van Manen aanstaande vrijdag? Het zou fantastisch zijn als je meeging.’
‘Sorry Jos, maar ik heb het echt te druk, ik ga een paar dagen weg met mijn vriend, ik heb geen tijd.’

Dan kom ik hem tegen op een evenementendag van het bedrijf waarvoor wij werken.
Hij komt naast me zitten, schuift steeds dichterbij. Ik bereik de hoek van de tafel.
Als het evenement is afgelopen giet het van de regen, ik ren naar het dichtstbijzijnde cafe. Alsof hij aan me zit vastgeplakt rent hij met me mee, schuift aan mijn tafel.
‘Waar heb je het zo druk mee?’ vraagt hij.

Getagged , , , , , , , , ,

Het moet voor zichzelf spreken

Ik nam een vroege trein en kwam tegen het middaguur aan. Het festivalterrein was vlakbij het station. Bij de ingang was het niet druk, ik kon zo doorlopen en viel direct in de muziek van een paar hoeden. Een vrouw in een lange rok draaide rondjes.

Op het terrein zelf was het rustig. Er waren nog geen optredens.

Langzaam druppelden de bezoekers binnen en begonnen de optredens met een line-up (ja je leest het goed, ik ga met de Engelse tijd mee)van artiesten van ver buiten de eigen landsgrenzen.

Een kleine greep uit de internationale toppers: Bosnische sevdah zangeres Amira Medunjanin, urban folk van Haydamaky, zigeunerfanfare Orkestar Kadrievi uit Macedonië, Servische Bako Jovanović Orchester en Bohemian Betyars met hun speed-folk-freak-punk.

Daarnaast Roma Mirando, the Basily Family waar ik een fan van ben.

Ik schoot Lalla Weiss aan voor een gesprekje. Ik wilde met haar praten over eventuele familiebanden tenslotte spraken mijn vader en zijn broers bij voorkeur tijdens het avondeten over hun moeder die een zigeunerin, een gipsy om in het Engels te blijven, zou zijn. Zo zeiden ze het en voegden daar nog aan toe, dat ze marketentster was en met de Tros* meetrok.

Het woord zigeunerin is tegenwoordig verboden net zoals neger en meer van dat soort woorden, gipsy mag wel geloof ik. Maar goed mijn vader en zijn broers hadden van dit verbod nog nooit gehoord en het ging tenslotte over hun eigen afkomst.

Terug naar Lalla Weiss. Ik schoot haar aan en slaagde erin een afspraak te maken. Bij die afspraak is het gebleven, ze had vele uitvluchten waarvan er een was dat ze geld vroeg voor het gesprek. Toen ook dat mij niet deed afhaken trad er radiostilte in.

Verder ben ik nooit gekomen. Er hangt een grijze nevel over mijn roots. In mijn roman spreek ik dus niet over zigeuners, Roma en Sinti. Het verhaal moet voor zichzelf spreken.

 

*De Tros, een civiele stoet binnen het leger, bestaande uit een enorm groot aantal mensen, lastdieren en wagens.

Getagged , , , , , , , , ,

Een naaiatelier (fragment uit mijn roman)

Isaac Isreaels In de mode
gemeentemuseum.nl

Mooi is Antwerpen, uitbundiger dan Tilburg. De zon doet zijn best en schijnt vrolijk over de trapgeveltjes en het statige stadhuis met zijn beelden en nissen.
Meek loopt door een smal steegje en dan nog een en nog een. De steegjes worden enger en smeriger. Vreemd, zo’n omgeving lijkt haar niks voor Annie. Die was toch zo chic volgens Joes, Meeks vriend met wie ze een haat/liefde-verhouding heeft. Annie maakte zulke prachtige kleren dat heel deftig Antwerpen bij haar op de stoep stond, zei hij. Nou voor deze stegen zal de chic zijn neus optrekken.
Misschien is Joes er ook, bedenkt Meek. Hoe verder ze loopt, hoe zenuwachtiger ze wordt. Het steegje wordt donkerder en nog nauwer. Het vocht druipt van de zwarte stenen van de huizen. Het is druk met kwajongens die achter een wiel aanlopen, een schreeuwende straatventer, vrouwen met manden en een man met een bezem. Meek waadt door de modder en probeert de goot in het midden te vermijden waarin urine en uitwerpselen drijven. Zo donker was het toch niet de keer dat ze met Joes op bezoek was in het atelier? Ze herinnert zich een brede straat waar het een drukte van belang was met rijtuigen en open landauers. Het atelier bevond zich in een souterrain vlakbij een groot plein..

De straat wordt breder, komt uit op een plaats. Voor een hoog huis staan twee vrouwen in tamelijk los tenue. Meek stapt op ze af,
‘Ik zoek Annie,’
Een van de vrouwen wijst naar binnen naar een lange gang, ze wil nog iets zeggen, maar een kerel spreekt de vrouw aan. Meek loopt de gang in. Stemmen.Overal. Geroezemoes van mannenstemmen. Een versleten loper leidt naar een trap waarop kerels staan. Op iedere trede staat er een. Soms wel twee naast elkaar. Uit een deur aan het eind van de gang komt een vrouw met zwart geverfd haar. Ze heeft een bontje om haar nek en draagt een strak paars jasje en een rode rok. Ze kijkt naar de trap,
‘Rustig iedereen. Voor wie herrie maakt is daar het gat van de deur’
Haar schelle stem snijdt dwars door Meek heen. De vrouw staat stil en kijkt omhoog. Meek ziet haar mond bewegen: ze telt. Dan zet ze zich weer in beweging.
‘We hebben meiden genoeg,’ zegt ze tegen Meek.
‘Ik zoek Annie,’
‘Annie?’ de vrouw kijkt weer naar de trap met mannen.
‘Annie is bezig, ze kan niet gestoord worden.’
De vrouw loopt door. Om niet met haar in aanvaring te komen, doet Meek een paar passen achteruit en drukt zich dan tegen de muur. De vrouw schuift langs haar heen, het bontje kriebelt even in Meeks neus, een geurtje drijft haar neusgaten in.
Bij de deur aangekomen begint de vrouw te schelden tegen de twee meisjes die buiten staan te kletsen met een paar mannen.
‘Hou op met klappen, naar binnen, aan het werk,’
De meisjes trekken hun peignoir dichter om zich heen en weten niet hoe snel ze langs Meek naar binnen moeten. Een van hen trekt een man achter zich aan.

Goddank, denkt Meek, ik ben tenminste zelfstandig, je zal toch in handen vallen van zo’n Madam.

Getagged , , , , , , ,