Planeet Aarde

Foto:Wikipedia

Als we planeet Aarde vergelijken met de Oostvaardersplassen dan heeft de aarde geen hek zoals de plassen maar is wel net zo beperkt qua oppervlakte. Op de Aarde verdringen zich de mensen net zoals de dieren die elkaar wegdrukken in het park. In 1950 woonden er zo’n 2,6 miljard mensen op aarde. In 1987 waren het er 5 miljard. In oktober 2011 schoten we door de grens van 7 miljard heen. En de wereldbevolking groeit gestaag door. De Verenigde Naties verwachten dat onze aarde tegen 2030 zo’n 8,5 miljard mensen telt. En rond 2100 zijn het er mogelijk meer dan 11 miljard. We zijn met velen en er komen er nog meer.

De dieren in het park worden afgeschoten omdat het er te veel zijn en er voor al die beesten niet genoeg voedsel is in het park. Tegen het afschieten wordt flink bezwaar gemaakt door verschillende groepen al of niet militant, al of niet radicaal.

Hoe zit dat met de 8 tot 11 miljard mensen op onze planeet? Kunnen we met z’n allen wel op die kleine bol? Is er voldoende van alles voor iedereen? Ach daarover hoeven wij ons eigenlijk het hoofd niet over te breken, de natuur zelf zal dat oplossen. Om haar methoden aan te passen aan onze normen moeten we toch een paar dingen doen en laten vrees ik om haar in bedwang te houden. Om te beginnen de aarde niet meer misbruiken, dat wil zeggen stoppen met de roof uit haar ingewanden, fossiele brandstof door wind- en zonne-energie vervangen, minder vlees eten, kortom zorgen voor een schoner milieu en dus minder broeikasgassen = minder Co2 uitstoot.

Dat kunnen we natuurlijk allemaal doen. Hebben we daarmee de kern van de zaak aangepakt? Ik dacht het niet, er blijven 11 miljard mensen die Co2 uitademen. Wat doen we met de Co2 die wij uitademen of liever wat doen we met de veroorzakers van de Co2? Zijn de klimaatmaatregelen genoeg om Gaia te redden? Of moeten er andere maatregelen genomen worden?

Dat roept een interessante vraag op: wanneer zijn we met té veel?

Getagged , , , , , , , , , , , ,

Een teveel aan fantasie

foto: tripadvisor.sk

Foto:tripadvisor.sk

Mijn mama had twee dienstmeisjes: een voor het zware werk, een voor de rest en een naaister. Toen ik klein was, was ze ziek en kon het huishouden met twee kleine kinderen met slechts één hulp niet aan.Wat ze mankeerde weet ik niet, daar werd niet over gepraat. De twee meisjes heetten alletwee Annechie. Het meisje uit Hoogland werd dan ook Boeren Annechie genoemd en het andere meisje Stadse Annechie.

Boeren Annechie nodigde ons op haar bruiloft. Ik kan het me vaag herinneren hoewel ik niet ouder dan vier jaar oud geweest kan zijn. Mijn vader bracht ons weg. De bruiloft werd gehouden in een grote boerderij. Wij kwamen in een ruimte vol mensen. Het was er donker en het rook muf. Mijn moeder sprak met een aantal mensen, ik hield me angstigvallig vast aan haar rok. Ze had een cadeau voor Annechie.

Met de bus zijn we weer naar huis gegaan. Dat vond ik reuze spannend, gewoonlijk gingen we met de auto. Of Boeren Annechie lang bij ons gebleven is weet ik niet. Toen ik mijn moeder jaren later vroeg naar de bruiloft van Annechie kon zij het zich niet meer herinneren en zei dat ik het mij verbeeldde.

Mij werd altijd een teveel aan fantasie verweten, tegenwoordig heet dat creatief.

Getagged , , , , ,

Huispersoneel in de 19e eeuw

Dienstmeisje met dienblad, serveert drankjes
Ein Schokoladenmadchen Foto; de.wikipedia.org

 

Heerlijk een gedienstige die alles voor je doet, al je rommel achter je gat opruimt en schoonmaakt en poetst waar jij een hekel aan hebt.

Om die gedachten enigszins te relativeren hieronder een stukje over het houden van dienstbodes in de 19e eeuw.

Dat huispersoneel vanzelf sprak, betekende nog niet dat alles koek en ei was. ‘Onze gedienstigen zijn niet meer wat ze vroeger waren,’ klaagt de schrijfster van een etiquetteboek uit 1893. Haar stem maakt deel uit van een voortdurende klaagzang, een litanie zonder eind over het ‘leed dat dienstbode heet’ die teruggaat tot Noach en doorgaat tot het hele verschijnsel is verdwenen.

De meid is niet eerlijk of niet stipt genoeg, is brutaal of zit met haar vrijer in de keuken, zij poetst het zilver niet goed of zij eet te veel, zij kleedt zich verkeerd of leert de kinderen vieze woorden, kortom, met de meid is (bijna) altijd wat. Veel huishoudens zien dan ook een schrikbarend snelle opeenvolging van gedienstigen, elke drie maanden wel. Drie maanden is een voor de hand liggende periode omdat in veel streken vanouds ééns in de drie maanden (op 1 mei, 1 augustus, 1 november en 1 februari) betaald werd. Benijdenswaardig waren dames die, zoals mevrouw Ceurigh, een ‘oude getrouwe’ hadden, liefst een die reeds in de tweede generatie aan de familie verbonden was. Knapper nog was het als een huisvrouw het vermogen bezat om goed personeel te kiezen en dat lang bij zich te houden, to keep staff, zoals de Engelsen zeggen. Wie dat kon, was van de helft van alle huiselijke zorgen al bevrijd.

Want het gouden tijdperk, waarin de meisjes talrijk en dienstwillig waren (en nooit weggingen tot zij eruit werden gezet), heeft natuurlijk nooit bestaan.

Bron: https://www.dbnl.org/tekst/mont023leve01_01/mont023leve01_01_0009.php

Getagged , , , , , , , , ,

Een Russisch Ereveld

russische erebegraafpl

Afgelopen weekend was ik in Amersfoort/Leusden. Daar waar mijn jeugd ligt. Je komt dan terug in regionen die allerlei herinneringen oproepen. De Russische begraafplaats bijvoorbeeld.

Naast de begraafplaats Rusthof bevindt zich de Russische begraafplaats. Wij,  liepen daar vroeger met mijn vader  die mijn zusje en mij die vrolijk snaterden, maande stil te zijn en met respect de begraafplaats te naderen.

Mijn moeder wist nog van de aankomst van de Russen op het station in Amersfoort. Ze zag ze het stationsgebouw uitkomen: haveloos en op blote voeten.

Hieronder een verslag:

In september 1941 kwamen op de vee-losplaats bij station Amersfoort 101 krijgsgevangenen aan uit Centraal-Azië, vermoedelijk hoofdzakelijk uit Oezbekistan. Ze waren gevangen genomen aan het Oostfront, niet lang na de Duitse inval in de Sovjet-Unie. De soldaten waren in lompen gehuld en na een lange treinreis oogden ze desolaat, vies en hongerig. De Duitsers beschouwden deze Aziatische bolsjewisten als Untermenschen en hebben hen als zodanig behandeld. De Amersfoortse bevolking toonde vooral medelijden.

Ook tijdens hun verblijf in Kamp Amersfoort werden de Russen, zoals ze werden genoemd, beestachtig behandeld. Binnen een halfjaar overleden 24 van hen aan honger, ziekte en mishandeling. De kamparts plaatste twee van hun schedels als curiosa in zijn werkkamer.

Op 9 april 1942 werden de overgebleven 77 gefusilleerd. Het zou de op één na grootste massa-executie in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog blijken te zijn. Op de plaats van de executie is een monument opgericht, waar de Stichting Russisch Ereveld sinds 2012 jaarlijks een herdenking houdt.Na de oorlog werden hun stoffelijke overschotten herbegraven op Rusthof. Langzaamaan raakten ze daar in de vergetelheid. Hun namen zijn nooit bekend geworden.

Journalist Remco Reiding woonde in de buurt van de begraafplaats en verbaasde zich erover dat er nooit nabestaanden langskwamen. Hij besloot een onderzoek in te stellen naar de Russische nabestaanden. In 1998 volgde zijn eerste reis naar de voormalige Sovjet-Unie. Op 22 april 2000 publiceerde hij zijn bevindingen in de Amersfoortse Courant. Bovendien was nu duidelijk dat vijftig Russische soldaten in Duitse dienst waren toen zij omkwamen, en al die jaren als geallieerden waren geëerd en herdacht. Veertien anonieme graven kregen een naam, en 150 families van slachtoffers werden gevonden. In 2000 waren Dimitri en Pjotr Botenko de eerste nabestaanden die op de hoogte gebracht werden waar het graf van hun vader Vladimir Botenko was.

In april 2012 verscheen over de onderzoekingen boek “Kind van een Ereveld”.

Bronnen:

https://russisch-ereveld.nl/het-ereveld/

https://nl.wikipedia.org/wiki/Russisch_ereveld_Leusden

Getagged , , , , , , , , , , , , ,

De plee

romeinse plee

Romeins groepstoilet – Foto: Gemma Jansen – Radboud Universiteit Nijmegen

De oudste toiletten stammen waarschijnlijk uit de tijd van de Minoërs ( 3500-1375 v.Chr. in het Oostelijk Middellandse Zeegebied). Bij archeologische vondsten werden in hun paleizen resten van rioleringen en toiletten teruggevonden. Veel van deze beschaving is echter verloren gegaan. Pas in de tijd van de Romeinen (750 v.Chr. – 476 n. Chr.) werd er weer een soortgelijk systeem in gebruik genomen.

Romeinen

In de tijd van de Romeinen werden de eerste openbare toiletten in gebruik genomen. Er was toen sprake van grootschalige urbanisatie. De dorpen groeiden uit tot steden en al die inwoners produceerden natuurlijk veel afval en ontlasting. Zodoende besloot het stadsbestuur van Rome om openbare toiletten te bouwen. In deze openbare ruimtes waren een aantal zittingen naast elkaar geplaatst boven een trog waar stromend water doorheen liep. Aan alles was gedacht en als voorloper van het wc-papier, werd een spons op een stok gebruikt waarmee het achterwerk kon worden schoon geveegd. De spons werd vervolgens in het stromende water afgespoeld en kon weer gebruikt worden door de volgende bezoeker. De toiletten werden gebouwd op de hoek van de straten. Naast hygiëne waren deze naast elkaar gelegen wc’s ook sociale ontmoetingsplaatsen.

Dat het in de Romeinse toiletten stonk is niet heel verbazend en wordt door de onderzoekers dan ook bevestigd. De toiletten hadden geen stankslot tussen het riool of de beerput en veel van de Romeinse wc’s bevonden zich in of vlakbij de keuken.

Waar men het “kleinste kamertje” vandaag de dag nog wel eens met gezelligheid associeert, was dat in de tijd van de Romeinen wel anders. Veel Romeinen waren zelfs bang op het toilet. Ze geloofden dat demonen uit het riool of de beerput omhoog konden komen om vervolgens bezit van hen te nemen. Op verschillende toiletwanden zijn dan ook afbeeldingen van goden gevonden die bescherming moesten bieden tegen dit onheil. Ook zijn er bij veel wc’s amuletten gevonden en bezwerende spreuken gevonden die de Romeinen moesten beschermen tijdens het toiletbezoek.

De Romeinen bouwden veel groepstoiletten maar er werden ook privé-toiletten gemaakt. De veelal openbare groepstoiletten zagen er in het hele Romeinse Rijk hetzelfde uit. Een rij stenen zittingen met een gat om op te zitten. Aan de voorzijde was ook nog een kleine sleuf te vinden. Na de ‘boodschap’ werd door dit gat een spons aan een stok gestoken zodat het onderlichaam enigszins gereinigd werd. Hoe vaak deze sponsen hergebruikt werden is overigens niet bekend.

Getagged , , , , , , , , ,

Stress in de mailbox en wat doe je eraan?

foto: me.me

Mijn mailbox stroomt vol met recensies, achtergrondverhalen van diverse kranten en tijdschriften. De rode banners die zij over de artikelen aanbrengen om mij tot abonnee te maken storen niet, althans ik doe alsof zij mij niet storen. Sommigen media hanteren restricties. Zo mag ik van de NRC maar vijf artikelen gratis in de maand lezen, van het FD ook, maar is de Elsevier ruimhartiger. Als ik tijd had nam ik daarom een abonnement op de Elsevier. Soms komt ook een artikel uit Elsevier niet verder in beeld dan de eerste vijf regels waarin de hoofdlijn staat. Vijf regels is dus genoeg. Vaak wordt over veel van hetzelfde geschreven, de krant moet tenslotte vol. Al de punten en komma’s van het politiek gehannes, het haantjes gekraai en gegraai moeten paginabreed worden uitgemeten. Mijn hersenen worden volgepropt met desinformatie zoals de lever van een Franse gans wordt vetgemest. https://www.dierenbescherming.nl/spreekbeurt-gansgans 2.jpgDe gans wordt beschermd door de Dierenbescherming, maar wij arme consumenten, wat geeft al die data ons, behalve het beeld van een onbetrouwbare wereld om te beginnen bij ons eigen land.

Ik heb wel iets geleerd van al die teksten, namelijk diagonaal lezen. Bij het lezen gaan mijn ogen schuin door een tekst, die zich zo aan mijn brein vastzuigt. Als een item mijn aandacht trekt, lees ik wel de hele alinea. Het scheelt tijd, die je weer aan iets anders kunt besteden.

Getagged , , , , , , , ,

Wie bedacht de eerste waterleiding?

We genieten al meer dan 150 jaar van kraanwater in Nederland. In 1853 zorgde Jacob van Lennep voor de eerste waterleiding. Vanuit de Duinen van Haarlem naar Amsterdam, om zo iets te doen aan het slechte drinkwater in de stad.

Jacob van Lennep (een bekende schrijver en advocaat) kreeg het idee van het aanleggen van de waterleidingen nadat hij op een zomerse dag een vers glas duinwater van zijn vrouw kreeg. Dat kon je toen in de buurt van Haarlem uit een pomp halen. Ook waren de bierbrouwers in Amsterdam aanleiding tot het eerste waterleidingnet.

(Geplaatst op 03:00h in Kraanwateruniversiteit, Nog meer weetjes door tom niekamp)

Zoals dat geldt voor wel meer historische anekdotes, is het verhaal te mooi om waar te zijn. Maar het staat buiten kijf dat Jacob van Lennep een doorslaggevende rol speelde bij de oprichting van het eerste drinkwaterbedrijf: de Amsterdamse Duinwater Maatschappij. Het eerste tappunt was bij de Willemspoort (de huidige Haarlemmerpoort). Hier werd duinwater voor één cent per emmer verkocht. Vanaf 1853 pompte de Amsterdamse Duinwater Maatschappij steeds meer kubieke meters schoon duinwater naar de hoofdstad.

Bron: kraanwater.nu

Getagged , , , , ,

Een ‘grain de beauté’ (6) Apotheose

De uitslag van de echografie is goed. In het nagesprek met de oncologe adviseert zij een bloedtest te laten doen, een z.g. S100, die het bloed op tumoren onderzoekt.
Ik krijg de uitslag direct de volgende dag per telefoon.
‘Bloedtest goed, alles normaal. Wij wachten nog op de uitslag van PA.’
Uitslag PA? Wat is PA?
Google helpt: PA is pathologie. Wat heeft pathologie te maken met mijn bloedtest? Ik besluit mij er niet druk over te maken, het zal wel een eenvoudig dingetje zijn.

Op zaterdag ontvang ik een brief waarin staat dat ik donderdag zal worden gebeld.
Is dat dingetje toch niet zo onschuldig dan?

Direct na het weekend bel ik het Avl. Een van de dames van de afdeling Hoofd/Hals antwoordt dat het normaal is dat een analyse uit een ander ziekenhuis nog eens door de pathologen van het Avl wordt nagegaan als de patiënt is doorverwezen.
Een extra controle? En waarom weet ik daar niets van? Mijn maag draait.
‘Niets aan de hand,’ zegt zij, ‘in 99 van de 100 gevallen is de uitslag gelijk.’
Ik weet onmiddellijk zeker, dat die 1 bij mij 99 is.
‘U wordt volgende week maandag gebeld.’
‘Hoezo volgende week maandag? Ik zou toch donderdag as gebeld worden met de uitslag?’
‘De maandag daarna hebben wij pas de uitslag.’
‘Als de uitslag zo lang op zich laat wachten betekent het dat er iets aan de hand is.’
Ik denk aan de uitslag in Hoorn, dat duurde ook anderhalve week met een melanoom als resultaat.
‘Welnee mevrouw. U moet bedenken, dat het weefsel moet worden ingepakt, opgestuurd, weer uitgepakt. Dat neemt tijd. Maar we laten de belafspraak van as donderdag staan, misschien is er dan al iets bekend.’

Donderdag belt de arts,
‘Wij hebben een afwijking gevonden onder de tumor. Wij weten niet wat het is.’
Ik stel vragen en hij antwoordt,
‘Als de afwijking kwaadaardig is wordt de tumor dikker dan 0.8. De afwijking hebben we op de kweek gezet. Mocht het kwaadaardig zijn adviseer ik een halsklieroperatie.’

Na vier nachten vol spokende melanomen, visioenen van een aan stukken gesneden hals en littekens dwars over het gezicht in een zwart veld en oedeembulten, belt het Avl.
‘De melanoom is dunner geworden. Hij is van 0.8 naar 0.4 mm gegaan. De afwijking is een moedervlekje.’

Ik besluit geen vragen meer te stellen.

Getagged , , , , , , , , ,

Een ‘grain de beauté’ (5)

‘Het protocol is onlangs veranderd op grond van voortschrijdend inzicht. Het voortschrijdend inzicht is gebaseerd op onderzoeken, die hebben aangetoond, dat melanomen van 0.8 – 1mm meer kans hebben op uitzaaiingen naar de organen,’ vertelt de chirurg/oncoloog. Ze voegt er nog aan toe, ‘dat de medische wetenschap vijf jaar geleden geen idee had hoe een melanoom te behandelen, maar dat zij er tegenwoordig veel meer van afweet.’

Na een week babyvoeding en fruitsmoothies ben ik weer een normaal etend mens geworden. Ik zit dan ook redelijk ontspannen, maar alert, in het gesprek bij het AvL.

Van dokters antwoorden over de risico’s bij klieroperaties en wondgenezing word ik niet blij. Dan trekt zij een troef uit haar preventiekit: een echografie van de halsklieren.

‘Niet belastend en als wij iets afwijkends zien wordt er een punctie genomen, die na analyse niet altijd slecht hoeft te zijn, omdat wij laagdrempelig zijn.’

Daar ga ik dan maar voor.

Zo race ik van kliniek naar ziekenhuis, geflankeerd door diverse zorgverleners, die mijn hals en gezicht van alle kanten bepalperen en bepotelen en hoop ik er het beste van.

Getagged , , , , , , ,