Categorie archief: armoede

Een naaiatelier (fragment uit mijn roman)

Isaac Isreaels In de mode
gemeentemuseum.nl

Mooi is Antwerpen, uitbundiger dan Tilburg. De zon doet zijn best en schijnt vrolijk over de trapgeveltjes en het statige stadhuis met zijn beelden en nissen.
Meek loopt door een smal steegje en dan nog een en nog een. De steegjes worden enger en smeriger. Vreemd, zo’n omgeving lijkt haar niks voor Annie. Die was toch zo chic volgens Joes, Meeks vriend met wie ze een haat/liefde-verhouding heeft. Annie maakte zulke prachtige kleren dat heel deftig Antwerpen bij haar op de stoep stond, zei hij. Nou voor deze stegen zal de chic zijn neus optrekken.
Misschien is Joes er ook, bedenkt Meek. Hoe verder ze loopt, hoe zenuwachtiger ze wordt. Het steegje wordt donkerder en nog nauwer. Het vocht druipt van de zwarte stenen van de huizen. Het is druk met kwajongens die achter een wiel aanlopen, een schreeuwende straatventer, vrouwen met manden en een man met een bezem. Meek waadt door de modder en probeert de goot in het midden te vermijden waarin urine en uitwerpselen drijven. Zo donker was het toch niet de keer dat ze met Joes op bezoek was in het atelier? Ze herinnert zich een brede straat waar het een drukte van belang was met rijtuigen en open landauers. Het atelier bevond zich in een souterrain vlakbij een groot plein..

De straat wordt breder, komt uit op een plaats. Voor een hoog huis staan twee vrouwen in tamelijk los tenue. Meek stapt op ze af,
‘Ik zoek Annie,’
Een van de vrouwen wijst naar binnen naar een lange gang, ze wil nog iets zeggen, maar een kerel spreekt de vrouw aan. Meek loopt de gang in. Stemmen.Overal. Geroezemoes van mannenstemmen. Een versleten loper leidt naar een trap waarop kerels staan. Op iedere trede staat er een. Soms wel twee naast elkaar. Uit een deur aan het eind van de gang komt een vrouw met zwart geverfd haar. Ze heeft een bontje om haar nek en draagt een strak paars jasje en een rode rok. Ze kijkt naar de trap,
‘Rustig iedereen. Voor wie herrie maakt is daar het gat van de deur’
Haar schelle stem snijdt dwars door Meek heen. De vrouw staat stil en kijkt omhoog. Meek ziet haar mond bewegen: ze telt. Dan zet ze zich weer in beweging.
‘We hebben meiden genoeg,’ zegt ze tegen Meek.
‘Ik zoek Annie,’
‘Annie?’ de vrouw kijkt weer naar de trap met mannen.
‘Annie is bezig, ze kan niet gestoord worden.’
De vrouw loopt door. Om niet met haar in aanvaring te komen, doet Meek een paar passen achteruit en drukt zich dan tegen de muur. De vrouw schuift langs haar heen, het bontje kriebelt even in Meeks neus, een geurtje drijft haar neusgaten in.
Bij de deur aangekomen begint de vrouw te schelden tegen de twee meisjes die buiten staan te kletsen met een paar mannen.
‘Hou op met klappen, naar binnen, aan het werk,’
De meisjes trekken hun peignoir dichter om zich heen en weten niet hoe snel ze langs Meek naar binnen moeten. Een van hen trekt een man achter zich aan.

Goddank, denkt Meek, ik ben tenminste zelfstandig, je zal toch in handen vallen van zo’n Madam.

Getagged , , , , , , ,

BEAM ME UP SCOTTY

foto: Heuvelstraat 1880 Regionaal archief Tilburg

Terug naar Tilburg en Amersfoort in de 19e eeuw

In 180 jaar verandert er het een en ander in een stad maar in Tilburg had de de tijd een zwart gat geslagen in de geschiedenis. Er was in mijn gevoel weinig over van het oude centrum. Meek woonde op Heuvel. Op het Heuvelplein kneep ik mijn ogen half dicht en probeerde mijn voorstellingsvermogen twee eeuwen terug te sturen. Tevergeefs. Ook toen ik ‘beam me up Scotty’ mompelde gebeurde er weinig. Scotty was er niet of had het te druk. Zonder zijn hulp lukte het mij niet een 19e eeuws beeld van Heuvel te krijgen.

Tilburg, de stad waar mijn roman begint en Meek, de hoofdpersoon woont en werkt. Om iets van de geest van de 19e eeuw terug te vinden en de sfeer te proeven ben ik naar die stad afgereisd.
Omdat ik geen beeld kan krijgen duik ik de archieven in. Uit ‘Het geheugen van Tilburg: https://www.geheugenvantilburg.nl/page/14346/ verneem ik dat Heuvel en de Markt beide wat hoger liggen dan overig Tilburg. Er was ook vroeger net als nu trouwens nogal wat bewoning. Men had daar minder last van het water. De Heuvelstraat vormde toen net als nu de verbindingsweg tussen Heuvel en Markt. Het Piusplein was vol waterplassen, en “Het Ven”, zoals het toen heette, had in de 19e eeuw nog twee vennen.

Tot in de 19e eeuw bleef de Heuvelweg in de volksmond Steenwech of Steenweg. De naam Heuvelstraat werd in 1865 voor het eerst schriftelijk gebruikt.

In het regionaal archief vond ik een foto van de Heuvelstraat uit 1880. Verder terug gaat het niet zonder hulp van de beamer van Scotty.

Getagged , , , , , , , , ,

Van Gogh en de waarheid van het leven

Voor mijn roman deed ik onder andere onderzoek naar het leven van alledag van de wever in Brabant.
Zo kwam ik terecht bij Van Gogh. Dat was een leuke ontdekking. Hij beschouwt wevers als deel van ´het volk´dat hij graag schilderen wil.
‘Ik ben zeer druk werkende aan een serie koppen uit het volk…´schrijft hij in een van zijn brieven.
Kunstenaars van de oude Hollandse school verwijt hij dat ze nooit ´een arbeider´hebben gemaakt.

Van Gogh komt uit zijn brieven naar voren als iemand die grote waardering voor de armen heeft. Soms gaat hij zover hen deugden of inzichten toe te schrijven die de wijzen van deze wereld niet zouden bezitten maar over het algemeen heeft hij juist oog voor de eenvoudige, onaanzienlijke en lelijke of zelfs sombere kanten van hun bestaan. Dat vormt voor hem de werkelijkheid en hij mag deze graag stellen tegenover de zogenaamde beschaving die hij als een vorm van misleiding beschouwt. Een boerenmeisje ziet hij het liefst in een alledaags jak. Trekt ze een damespak aan dan is het echte eraf.

Hoe verder weg van de beschaafde wereld, hoe ‘echter´het is en daarom trekt Van Gogh vaak over de hei om er de allerarmste hutten te schetsen. In steden zoekt hij bij voorkeur de grauwste of armzaligste achterbuurt uit.
‘Het is daar wel somber maar men verveelt er zich nooit.’
Zijn eigen huishouden vergelijkt hij niet zonder trots met een arbeidersbestaan. Kortom: de waarheid van het leven moet niet bij de rijken en de beschaafden maar bij het gewone volk worden gezocht.

Bron: De wevers en Vincent van Gogh, samengesteling en redactie:Van den Brink en Frijhoff

Getagged , , , ,

Vertel eens over je dienstje

 

Na afloop van de wandeling kwamen we altijd uit bij mijn grootouders. Gromy zat ineengedoken op haar stoeltje voor het raam. Dekens en lappen lagen slordig op de grond, het aanrecht was rommelig. Ik zat op mijn krukje naast pa en gropy.  De deur naar de tuin stond open. Een windvlaag bracht de geur van kruiden naar binnen.

‘Heeft dat kind haar tong verloren?’ vroeg gromy

‘Daarnet praatte ze nog voluit,’ zei pa, ‘ga eens bij je grootmoeder zitten en vertel over je dienstje.’

Hij draaide zich tot gromy,

‘Ze spreekt Frans met de kinderen van de familie waar ze werkt. Daarom is ze er aangenomen.’

Nou ja Frans? Dat gestoethaspel van mij, dacht ik.

Pa ging wat rechter zitten, knikte naar gromy en trok aan zijn pijp. Mijn gezicht werd warm, de warmte zakte naar mijn hals. Ik hield mijn hand tegen mijn nek.

‘Dat weet gromy toch allang.’

‘Ja,’ kraakte gromy, ‘maar kom eens naast mij zitten en vertel eens. Je komt niet meer mee met je moeder, ik heb je al zolang niet gezien.’

Was gromy niet boos? Door een spleetje van mijn ogen zag ik dat ze naar mij keek, haar zwarte ogen vraten haar hele gezicht op, dat kleiner was dan ik me herinnerde. Ze knikte.

‘Willem pak dat krukje en breng dat kind naar mij toe, uit zichzelf wil ze me niet zien.’

Ze pakte de schelp op, legde hem op haar schoot en wees naast haar. Mijn gezicht en hals moesten donkerrood zijn zo warm had ik het ineens. Ik deed mijn ogen open, haar koolzwarte ogen zogen mij naar binnen. Nee, ik hoefde niet bang te zijn en nee, ze was niet boos, ze was tevreden. Ik zakte neer op het krukje en vertelde.

Getagged , , , , , ,

Vrouw Moeder

 

 

’s Avonds aan tafel praatte mijn vader als hij goede zin had met brede armgebaren over het leven van zijn Vrouw Moeder, een zigeunerin. Het laatste woord is net als vele andere woorden op het taboelijstje gezet door de politiek correcten. Ik durf ze niet eens op te schrijven uit angst donder en bliksem over mij afgeroepen te krijgen, maar dat mijn grootmama Fransje een zigeunerin was mag ik wel opschrijven want het gaat over mijn grootmama dus mijn zigeunerin.

Zij trok mee als marketentster in vele oorlogen, ze legde de tarotkaart, ze was vrolijk en nonchalant, een heerlijke eigenschap, ze was donker en klein, niet groter dan 1m50 en ze kreeg zeven kinderen met zwart krulhaar haar en blauwe ogen.

Is Fransje werkelijk met haar ouders in oorlogen meegetrokken zoals mijn vader en zijn familie beweerden? Welke dan? Zij is geboren in 1869. Welke oorlogen woedden er toen in Europa: er was de Frans-Duitse oorlog Napoleon III liet hier en daar nog wel eens wat wapens kletteren en in Amerika woedde bij haar geboorte een oorlog, maar ging ze daarheen met haar ouders? En als zij niet de marketentster was over wie mijn vader en zijn broers vertelden wie trok dan wel mee in de tros*? Haar moeder, Hendrika? Of nog verder weg in de 18e eeuw.

Lees straks in mijn roman de zoektocht die teruggaat tot 1815 over het leven van een eenvoudig meisje dat haar hoofd boven water moet zien te houden in een tijd zonder sociale vangnetten.

*)Bij een tros ging het om een civiele stoet binnen het leger, bestaande uit een enorm groot aantal mensen, lastdieren en wagens.

Getagged , , , , , , , , , , ,

OLIELAMPEN GEVEN OOK LICHT-1906 (fragment uit mijn roman)

Vrouw met olielamp

Voortaan ging ik vrijwel iedere dag naar Willem. Zijn ziekte betekende dat er geen geld meer binnenkwam, daarom moest Marie, zijn vrouw, op zoek naar werk, dat ze vond op de grachten: iedere dag een werkhuis.

Als de zon maar één zonnestraal naar het plaatsje stuurde pakte Willem een stoel, zette die buiten en bleef zitten tot de zon naar het westen verdween en het te koud werd. Naarmate november vorderde werd de zon bleker, maar dat deerde hem niet, hij ging buiten zitten.

Bij donker werd kwam hij naar binnen. Dan stak ik de lamp aan en voerde het kacheltje cokes.

‘We moeten zuinig zijn,’ zei Marie als ze het zag, ‘petroleum is zo duur en de cokes zijn bijna op.’

‘Ik betaal,’ zei ik.

Morgen moest ik Ger, mijn man, maar voorzichtig vragen om voor cokes te zorgen en om geld voor petroleum. Hij zou wel weer mopperen over de verkwisting van die nieuwerwetse petroleumlampen.

‘Olielampen geven toch ook licht en zijn veel goedkoper.’

Als ik klaar was met redderen ging ik naast Willem zitten en hield zijn benige hand stevig in de mijne, als om te verhinderen dat hij ons zou verlaten. Hij probeerde nog steeds vrolijk te zijn wanneer hij mij zag, grapjes te maken en verhalen te vertellen. Dan raakte hij buiten adem en viel naar adem snakkend achterover in zijn stoel.

‘Stil toch Willem.’

Ik streek met een grote zakdoek over zijn gezicht dat nat was van het zweet.

Getagged , , , , , , , , , ,

Wie bedacht de eerste waterleiding?

We genieten al meer dan 150 jaar van kraanwater in Nederland. In 1853 zorgde Jacob van Lennep voor de eerste waterleiding. Vanuit de Duinen van Haarlem naar Amsterdam, om zo iets te doen aan het slechte drinkwater in de stad.

Jacob van Lennep (een bekende schrijver en advocaat) kreeg het idee van het aanleggen van de waterleidingen nadat hij op een zomerse dag een vers glas duinwater van zijn vrouw kreeg. Dat kon je toen in de buurt van Haarlem uit een pomp halen. Ook waren de bierbrouwers in Amsterdam aanleiding tot het eerste waterleidingnet.

(Geplaatst op 03:00h in Kraanwateruniversiteit, Nog meer weetjes door tom niekamp)

Zoals dat geldt voor wel meer historische anekdotes, is het verhaal te mooi om waar te zijn. Maar het staat buiten kijf dat Jacob van Lennep een doorslaggevende rol speelde bij de oprichting van het eerste drinkwaterbedrijf: de Amsterdamse Duinwater Maatschappij. Het eerste tappunt was bij de Willemspoort (de huidige Haarlemmerpoort). Hier werd duinwater voor één cent per emmer verkocht. Vanaf 1853 pompte de Amsterdamse Duinwater Maatschappij steeds meer kubieke meters schoon duinwater naar de hoofdstad.

Bron: kraanwater.nu

Getagged , , , , ,

In de vaart der volkeren

Fragment uit deel I van het manuscript Bertje (1905):

keuken

foto: kb.nl

Sinds de industrialisering was de thuiswever niet meer nodig. Mijn grootvader kort Gropy genoemd was eigenlijk overbodig. Zo af en toe kreeg hij nog een opdracht uit de fabriek. Dat was niet voldoende om van te kunnen eten en de huur van het woning te betalen.

Toen Gropy doodging kreeg mijn grootmoeder van de dames van de liefdadigheid poets- en boenwerk in hun grote huizen voor een grijpstuiver. Tot aan het einde van haar leven boende en schrobde Gromy de gangen en zalen van de grote huizen. Om de eindjes aan elkaar te knopen ging ze uit bedelen. Ze had haar plekje op de trap bij de kerk, daar zat ze op zondagen onder een omslagdoek met gaten.

Mijn moeder, die iedere zondag naar de kerk ging en mij meenam, deed net of ze haar niet kende. Met een grote boog liep ze om haar heen. Soms begon Gromy te schelden,

‘Takkenteef, tepelwrat, kapot gewerkt heb ik me voor jou, tietmier, kikkerkut.’

Het enige wat ik goed verstond was die kikker, angstig klemde ik me vast aan ma’s rok. Ma keek schichtig om zich heen, waren er misschien bekenden in de buurt die het schimpen hoorden. Ze pakte mij bij mijn nek en sleurde mij de kerk in. De mensen wisten dat de oude bedelares familie was en gniffelden stiekem, maar in ma’s gezicht deden ze net of ze met haar meeleefden.
‘Je hebt het al zo zwaar en dan nog zo’n bedelares en dief in de familie, goed dat je d’r niet meer ontvangt, je moet op je spullen passen als ze bij je komt,’ teemden ze.
Toen ik getrouwd was en mijn man goed verdiende, stopte ik Gromy af en toe wat toe. Mijn man mocht het niet weten.
‘Ze is niet om aan te zien en,’ hij kneep zijn neus dicht, ‘ze stinkt. Ik wil niet dat ze hier in huis komt.’
‘Zij is mijn Gromy, ze heeft me nodig. Als ik haar nou alleen maar in de keuken ontvang?’
Hij bromde iets onverstaanbaars, zei toen,
‘Ik wil haar niet zien of ruiken in huis.’
‘Ik beloof het je.’
Ik legde een hand om zijn middel, mijn andere hand op mijn hart en keek hem diep in de ogen.

Getagged , , , , , , , ,

Slaapkledij door de eeuwen heen (I)

Foto: Pinterest

In de middeleeuwse herbergen was het gewoon dat men het bed met vreemden deelde. Men sliep naakt. In de 16de-17de eeuw verandert deze gewoonte heel geleidelijk. Een Poolse officier in Zweden vertelt terloops dat hij de kamer moet delen met twee meisjes die zich volledig ontkleden in zijn aanwezigheid alvorens naar bed te gaan. Een Franse generaal in Baden slaapt op een kamer waar twee naakte meisjes van 19 jaar in bed liggen (wright, Warm, p. 125).

Zo kunnen tientallen bewijsplaatsen worden aangevoerd waaruit blijkt dat het om een gewoonte gaat. In een der dialogen uit de Colloquia beschrijft Erasmus hoe men zich in de Duitse gasthoven uit- en aankleedde in het bijzijn van iedereen, ongeacht de sekse. Dan legde men zich naakt te bed. Zelfs in sommige kloosterorden was het naaktslapen de gewoonte. Dit gebruik was zo algemeen dat de persoon die in de zestiende eeuw zijn daghemd zou aangehouden hebben om naar bed te gaan, ervan verdacht werd een ziekte of een lichamelijke misvorming te hebben.

In De civilitate morum puerorum libellus van Erasmus (1526) is er geen sprake van nachtkledij, maar wel van het bedekt houden van het lichaam. Kinderen moeten bij het ontkleden en het in bed liggen met anderen ‘de schroomvalligheid indachtig zijn’ (memor verecundiae), d.i. het lichaam voldoende bedekt houden.

Foto: ebooks.adelaide.edu.au

Foto:commons.wikimedia.org

Men leert de naaktheid, ook wanneer zij functioneel verantwoord is, opmerken bij anderen en bij zichzelf. Van belang is ook de psychologische motivering van de beleefdheidsformule: door de aanblik van het eigen lichaam mag men de andere niet in verwarring brengen.

Een volgende fase in deze ontwikkeling is het dragen van een nachthemd. Marguerite de Navarre vermeldt als curiosum in haar Heptaméron (1559) slaapklederen voor vrouwen. In de zestiende eeuw krijgt deze luxe een zekere verspreiding in de toonaangevende standen.

 

Bron:http://www.dbnl.org

Getagged , , , , , , , ,

Van ganzenveer tot computer

foto: Jalta

Het begon met de ganzenveer. Daarna kwam de kroontjespen. De computer, de tablet en de Steve Jobs school waren nog verre toekomstmuziek

De geschiedenis van het Nederlandse onderwijs begon in de 8e eeuw toen de Frankische vorst Karel de Grote een wet uitvaardigde, waarin bepaald werd dat alle Frankische jongens moesten kunnen lezen, schrijven, zingen en bidden. In die periode ontstonden steeds meer kloosterscholen, gesticht door missionarissen uit Engeland, waaronder Willibrord en Bonifatius. Van uitgebreid onderwijs was nog geen sprake. In de 12e eeuw werd bepaald dat elke parochie een schoolmeester moest aanstellen. De door de parochie aangestelde schoolmeester was meestal de koster, die de jongens wat leerde lezen en schrijven. De schoolmeester was zeer streng en lijfstraffen waren toen heel ‘gewoon’.

In de 15e eeuw werden de parochiescholen steeds vaker overgenomen door de steden, die eigen scholen stichtten. In die periode gingen ook steeds meer meisjes naar school. De leerlingen kwamen vooral uit de stedelijke burgerij. Verder kregen kinderen van rijke en adelijke families dikwijls thuisonderwijs van gouvernantes.

Kinderen die tot een lagere klasse behoorden of op het platteland woonden, gingen toen nauwelijks naar school. Zij moesten hard werken; thuis, op het land of de boerderij, en voor school was geen geld. Kinderarbeid was toen heel ‘gewoon’ en gebruikelijk.

Van ganzenveer tot computer en tablet

In de Middeleeuwen leerden de leerlingen schrijven met ganzenveer en inkt. Daarvoor moesten zij goed kunnen lezen en spellen. Dat was zeker niet eenvoudig, want het schrijven met een ganzenveer en inkt diende secuur te gebeuren. De leerlingen leerden eerst schrijven op een wastafeltje.

Dit was een houten of metalen plaatje waarop een laagje was werd aangebracht. Met een stylus, een soort metalen pen, kerfde de leerlingen woorden in de waslaag. (Met een stylus schrijven wij tegenwoordig op een tablet)

Leren schrijven was duur en niet voor iedereen weggelegd. Aan het begin van de negentiende eeuw werd de ganzenveer vervangen door de kroontjespen. Schrijven met een kroontjespen was eenvoudiger. Schrijfles was voortaan een vast onderdeel van het Nederlandse onderwijs. Later werd de kroontjespen vervangen door een vulpen, potlood of balpen, en tegenwoordig steeds vaker door computer en tablet.

Bron: http://www.historien.nl

 

Getagged , , , , , , , , , , , , ,