Categorie archief: Cultuur

Claiming

metoo

Hij heeft onlangs zijn vrouw verloren. Ik ga een koffie met hem drinken en vraag hoe het met hem gaat? Hij is vrolijk, komt dichtbij me zitten en nodigt me uit voor een dinertje bij hem thuis. Na het eten vraagt hij of ik mee ga naar nog een diner en naar een museum. Ik aarzel, zeg nee, hij houdt aan noemt andere data: de week erop, de week daarop.
‘Het is zo fijn met jou, je bent zulk goed gezelschap. Dat heb ik nodig.’
Hij komt dichtbij zitten. Ik schuif een stukje op, zucht en stem in met het museum.

‘Mijn vrouw had heel mooie stukken, werkelijk prachtige jurken, ze zouden jou fantastisch staan.’
Hij buigt voorover, ik strek naar achteren. Hij gaat rechtop staan.
‘Ze zijn te groot,’ zeg ik beslist, ‘ze had toch maat 42?’
‘Ja, maar het past jou wel hoor.’
Hij buigt weer naar mij toe, ik buig naar achteren en schuif iets opzij. Hij komt naast me zitten, heel dichtbij. Ik voel zijn warmte en ruik zijn lichaamsgeur. Ik schuif nog een stukje verder naar links. Zijn hand nadert mijn gezicht en landt op mijn neus.
‘Je bent zo’n guiterd. Het lijkt me zo fijn als jij haar kleren draagt.’
Ik kijk naar links, verder schuiven kan niet. Ik sta op.
‘We hebben nog niet alles gezien.’ Ik loop een zaal in, hij volgt.

Aan het einde van de dag zegt hij,
‘Het was een fantastische dag, ik zou graag weer met je weggaan.’
‘Het spijt me Jos maar deze keer was het al moeilijk genoeg me vrij te maken. Ik heb het te druk. Ik ben bezet tot het einde van augustus en nu moet ik gaan mijn vriend wacht op me. Zijn gezicht nadert, hij tuit zijn lippen. Ik zoen ergens in de lucht open het portier en vlieg weg.

Een paar dagen later een mail:
‘Er zijn een paar mooie balletvoorstellingen met Hans van Manen aanstaande vrijdag? Het zou fantastisch zijn als je meeging.’
‘Sorry Jos, maar ik heb het echt te druk, ik ga een paar dagen weg met mijn vriend, ik heb geen tijd.’

Dan kom ik hem tegen op een evenementendag van het bedrijf waarvoor wij werken.
Hij komt naast me zitten, schuift steeds dichterbij. Ik bereik de hoek van de tafel.
Als het evenement is afgelopen giet het van de regen, ik ren naar het dichtstbijzijnde cafe. Alsof hij aan me zit vastgeplakt rent hij met me mee, schuift aan mijn tafel.
‘Waar heb je het zo druk mee?’ vraagt hij.

Getagged , , , , , , , , ,

Het moet voor zichzelf spreken

Ik nam een vroege trein en kwam tegen het middaguur aan. Het festivalterrein was vlakbij het station. Bij de ingang was het niet druk, ik kon zo doorlopen en viel direct in de muziek van een paar hoeden. Een vrouw in een lange rok draaide rondjes.

Op het terrein zelf was het rustig. Er waren nog geen optredens.

Langzaam druppelden de bezoekers binnen en begonnen de optredens met een line-up (ja je leest het goed, ik ga met de Engelse tijd mee)van artiesten van ver buiten de eigen landsgrenzen.

Een kleine greep uit de internationale toppers: Bosnische sevdah zangeres Amira Medunjanin, urban folk van Haydamaky, zigeunerfanfare Orkestar Kadrievi uit Macedonië, Servische Bako Jovanović Orchester en Bohemian Betyars met hun speed-folk-freak-punk.

Daarnaast Roma Mirando, the Basily Family waar ik een fan van ben.

Ik schoot Lalla Weiss aan voor een gesprekje. Ik wilde met haar praten over eventuele familiebanden tenslotte spraken mijn vader en zijn broers bij voorkeur tijdens het avondeten over hun moeder die een zigeunerin, een gipsy om in het Engels te blijven, zou zijn. Zo zeiden ze het en voegden daar nog aan toe, dat ze marketentster was en met de Tros* meetrok.

Het woord zigeunerin is tegenwoordig verboden net zoals neger en meer van dat soort woorden, gipsy mag wel geloof ik. Maar goed mijn vader en zijn broers hadden van dit verbod nog nooit gehoord en het ging tenslotte over hun eigen afkomst.

Terug naar Lalla Weiss. Ik schoot haar aan en slaagde erin een afspraak te maken. Bij die afspraak is het gebleven, ze had vele uitvluchten waarvan er een was dat ze geld vroeg voor het gesprek. Toen ook dat mij niet deed afhaken trad er radiostilte in.

Verder ben ik nooit gekomen. Er hangt een grijze nevel over mijn roots. In mijn roman spreek ik dus niet over zigeuners, Roma en Sinti. Het verhaal moet voor zichzelf spreken.

 

*De Tros, een civiele stoet binnen het leger, bestaande uit een enorm groot aantal mensen, lastdieren en wagens.

Getagged , , , , , , , , ,

Een naaiatelier (fragment uit mijn roman)

Isaac Isreaels In de mode
gemeentemuseum.nl

Mooi is Antwerpen, uitbundiger dan Tilburg. De zon doet zijn best en schijnt vrolijk over de trapgeveltjes en het statige stadhuis met zijn beelden en nissen.
Meek loopt door een smal steegje en dan nog een en nog een. De steegjes worden enger en smeriger. Vreemd, zo’n omgeving lijkt haar niks voor Annie. Die was toch zo chic volgens Joes, Meeks vriend met wie ze een haat/liefde-verhouding heeft. Annie maakte zulke prachtige kleren dat heel deftig Antwerpen bij haar op de stoep stond, zei hij. Nou voor deze stegen zal de chic zijn neus optrekken.
Misschien is Joes er ook, bedenkt Meek. Hoe verder ze loopt, hoe zenuwachtiger ze wordt. Het steegje wordt donkerder en nog nauwer. Het vocht druipt van de zwarte stenen van de huizen. Het is druk met kwajongens die achter een wiel aanlopen, een schreeuwende straatventer, vrouwen met manden en een man met een bezem. Meek waadt door de modder en probeert de goot in het midden te vermijden waarin urine en uitwerpselen drijven. Zo donker was het toch niet de keer dat ze met Joes op bezoek was in het atelier? Ze herinnert zich een brede straat waar het een drukte van belang was met rijtuigen en open landauers. Het atelier bevond zich in een souterrain vlakbij een groot plein..

De straat wordt breder, komt uit op een plaats. Voor een hoog huis staan twee vrouwen in tamelijk los tenue. Meek stapt op ze af,
‘Ik zoek Annie,’
Een van de vrouwen wijst naar binnen naar een lange gang, ze wil nog iets zeggen, maar een kerel spreekt de vrouw aan. Meek loopt de gang in. Stemmen.Overal. Geroezemoes van mannenstemmen. Een versleten loper leidt naar een trap waarop kerels staan. Op iedere trede staat er een. Soms wel twee naast elkaar. Uit een deur aan het eind van de gang komt een vrouw met zwart geverfd haar. Ze heeft een bontje om haar nek en draagt een strak paars jasje en een rode rok. Ze kijkt naar de trap,
‘Rustig iedereen. Voor wie herrie maakt is daar het gat van de deur’
Haar schelle stem snijdt dwars door Meek heen. De vrouw staat stil en kijkt omhoog. Meek ziet haar mond bewegen: ze telt. Dan zet ze zich weer in beweging.
‘We hebben meiden genoeg,’ zegt ze tegen Meek.
‘Ik zoek Annie,’
‘Annie?’ de vrouw kijkt weer naar de trap met mannen.
‘Annie is bezig, ze kan niet gestoord worden.’
De vrouw loopt door. Om niet met haar in aanvaring te komen, doet Meek een paar passen achteruit en drukt zich dan tegen de muur. De vrouw schuift langs haar heen, het bontje kriebelt even in Meeks neus, een geurtje drijft haar neusgaten in.
Bij de deur aangekomen begint de vrouw te schelden tegen de twee meisjes die buiten staan te kletsen met een paar mannen.
‘Hou op met klappen, naar binnen, aan het werk,’
De meisjes trekken hun peignoir dichter om zich heen en weten niet hoe snel ze langs Meek naar binnen moeten. Een van hen trekt een man achter zich aan.

Goddank, denkt Meek, ik ben tenminste zelfstandig, je zal toch in handen vallen van zo’n Madam.

Getagged , , , , , , ,

BEAM ME UP SCOTTY

foto: Heuvelstraat 1880 Regionaal archief Tilburg

Terug naar Tilburg en Amersfoort in de 19e eeuw

In 180 jaar verandert er het een en ander in een stad maar in Tilburg had de de tijd een zwart gat geslagen in de geschiedenis. Er was in mijn gevoel weinig over van het oude centrum. Meek woonde op Heuvel. Op het Heuvelplein kneep ik mijn ogen half dicht en probeerde mijn voorstellingsvermogen twee eeuwen terug te sturen. Tevergeefs. Ook toen ik ‘beam me up Scotty’ mompelde gebeurde er weinig. Scotty was er niet of had het te druk. Zonder zijn hulp lukte het mij niet een 19e eeuws beeld van Heuvel te krijgen.

Tilburg, de stad waar mijn roman begint en Meek, de hoofdpersoon woont en werkt. Om iets van de geest van de 19e eeuw terug te vinden en de sfeer te proeven ben ik naar die stad afgereisd.
Omdat ik geen beeld kan krijgen duik ik de archieven in. Uit ‘Het geheugen van Tilburg: https://www.geheugenvantilburg.nl/page/14346/ verneem ik dat Heuvel en de Markt beide wat hoger liggen dan overig Tilburg. Er was ook vroeger net als nu trouwens nogal wat bewoning. Men had daar minder last van het water. De Heuvelstraat vormde toen net als nu de verbindingsweg tussen Heuvel en Markt. Het Piusplein was vol waterplassen, en “Het Ven”, zoals het toen heette, had in de 19e eeuw nog twee vennen.

Tot in de 19e eeuw bleef de Heuvelweg in de volksmond Steenwech of Steenweg. De naam Heuvelstraat werd in 1865 voor het eerst schriftelijk gebruikt.

In het regionaal archief vond ik een foto van de Heuvelstraat uit 1880. Verder terug gaat het niet zonder hulp van de beamer van Scotty.

Getagged , , , , , , , , ,

100 jaar OBA

 

 

 

Terwijl het jazztrio Pellegrini zijn sound ten gehore bracht stroomde de zaal van de bibliotheek aan het Roelof Hartplein langzaam vol. Bij aanvang kon je er probleemloos een kanon afschieten. Ik deed dan ook een flinke aanslag op de uitgestalde bordjes met roomsoesjes. Aan een van de vele taartjes die op liefhebbers stonden te wachten kwam ik toen niet meer toe, maar daaruit kon ik afleiden dat het een drukte van belang zou worden en dan niet alleen om te luisteren naar de jazzklassiekers met moderne sound en improvisaties van het trio Pellegrini maar ook vanwege het gesprek van OBA directeur Martin Berendse met de schrijfsters van het boek ‘Amsterdammers en hun bibliotheek.’ in het kader van het 100-jarig bestaan. Dat onderdeel van het programma was mij geheel ontgaan in het programmaboekje maar het bleek een belangrijke aanvulling van mijn kennis over de ontstaansgeschiedenis van de bibliotheek in de afgelopen 100 jaar. Ondanks het voor mij zittende reusachtige obstakel slaagde ik erin beelden op te vangen van de bibliotheek door een eeuw heen.

OBA heeft het woord bibliotheek vervangen constateerde ik en het vertrouwde woord Bieb lijkt helemaal uit te zijn. Het is de OBA waar je boeken kunt lenen, even de krant kan lezen op de computer kunt pingelen of een e-book lenen. De Bieb is in de nevel van een eeuw verdwenen.

Na afloop sprak ik bij een goed glas wijn met Martin Berendse over de OBA die zal verrijzen aan de Zuidas. Dat neemt niet weg, zo zei hij, dat in Buitenveldert een vestiging zal blijven al is het waarschijnlijk niet aan de VanWeldammelaan maar op een plek midden in de wijk die goed toegankelijk zal zijn voor eenieder.

Daarop hieven wij het glas en namen nog een hapje. Welgedaan en goedgemutst ging ik op huis aan.

Getagged , , , , , , , , ,

Wetenschappelijk getest natuurlijk

Etsy

‘Een natuurproduct.’ zegt de verkoopster.
Zij overhandigt mij de tube.
‘De producten bevatten alleen maar natuurlijke ingrediënten en ook nog eens afkomstig uit duurzame gebieden.’
Kalmerende en herstellende lotion lees ik. Hmm, ik heb het niet zo op natuurproducten.
De verkoopster ziet mijn aarzeling. Zij loopt naar een beautybank, schuift een la open en haalt er een doosje uit.
‘Kijk, hier heb ik een lotion een dagcrème en oogcrème bij elkaar om te proberen.’
De voedende ingrediënten dragen bij om het hydratatieniveau weer op peil te krijgen staat er op het doosje. Ik lees de term duurzaam ergens tussen de kleine lettertjes of althans ik denk dat ik het lees. Maar ja het doosje is gratis en wie maalt er dan nog om een irritatie.
‘Dank,’ zeg ik.
‘Was dat het? ‘ vraagt de verkoopster.
Ja, knik ik. Ze loopt naar de toonbank en wij rekenen de andere producten af.

’s Avond gebruik ik de lotion en de oogcrème. Het is een beetje vettig. Dat bevalt me wel dus ik sluit mijn ogen en smeer.

De volgende dag zijn mijn ogen wat rood en de huid er omheen ook. Vermoeidheid natuurlijk. Nog maar lekker wat dagcrème en oogcrème erop aanbrengen.

Na een vermoeiende werkdag rol ik ’s avond het bed in, maar niet voordat ik weer de lotion en de oogcrème gebruikt heb. Lekker zacht die crème denk ik nog en val in slaap.

De spiegel toont mij de volgende dag een rood opgezwollen gezicht en ogen waarin zwarte pitjes drijven die proberen over de wallen heen te komen. Daar omheen glimt mijn huid als een verlichte lampenkap. Ik grijp de oogcrème en probeer de ingrediënten te lezen: koffiebonen en magnoliaextract om wallen te dempen, ginseng en nog wat brighteners. Waaruit dat laatste bestaat meldt de tekst niet.

De hele dag gloei ik als een ledlamp. Aan een collega die vraagt of ik misschien koorts heb doe ik mijn originverhaal.
‘Tja,’ zegt hij, ‘de natuur is niet zo gezond. Denk maar aan giftige planten, paddenstoelen en slangen, noem maar op. Daar moet je voorzichtig mee zijn. En ben jij ook niet allergisch voor nachtschaden?’

Het heeft drie dagen geduurd voor ik er weer normaal uit zag.

Getagged , , , , , , , ,

Van Gogh en de waarheid van het leven

Voor mijn roman deed ik onder andere onderzoek naar het leven van alledag van de wever in Brabant.
Zo kwam ik terecht bij Van Gogh. Dat was een leuke ontdekking. Hij beschouwt wevers als deel van ´het volk´dat hij graag schilderen wil.
‘Ik ben zeer druk werkende aan een serie koppen uit het volk…´schrijft hij in een van zijn brieven.
Kunstenaars van de oude Hollandse school verwijt hij dat ze nooit ´een arbeider´hebben gemaakt.

Van Gogh komt uit zijn brieven naar voren als iemand die grote waardering voor de armen heeft. Soms gaat hij zover hen deugden of inzichten toe te schrijven die de wijzen van deze wereld niet zouden bezitten maar over het algemeen heeft hij juist oog voor de eenvoudige, onaanzienlijke en lelijke of zelfs sombere kanten van hun bestaan. Dat vormt voor hem de werkelijkheid en hij mag deze graag stellen tegenover de zogenaamde beschaving die hij als een vorm van misleiding beschouwt. Een boerenmeisje ziet hij het liefst in een alledaags jak. Trekt ze een damespak aan dan is het echte eraf.

Hoe verder weg van de beschaafde wereld, hoe ‘echter´het is en daarom trekt Van Gogh vaak over de hei om er de allerarmste hutten te schetsen. In steden zoekt hij bij voorkeur de grauwste of armzaligste achterbuurt uit.
‘Het is daar wel somber maar men verveelt er zich nooit.’
Zijn eigen huishouden vergelijkt hij niet zonder trots met een arbeidersbestaan. Kortom: de waarheid van het leven moet niet bij de rijken en de beschaafden maar bij het gewone volk worden gezocht.

Bron: De wevers en Vincent van Gogh, samengesteling en redactie:Van den Brink en Frijhoff

Getagged , , , ,

OLIELAMPEN GEVEN OOK LICHT-1906 (fragment uit mijn roman)

Vrouw met olielamp

Voortaan ging ik vrijwel iedere dag naar Willem. Zijn ziekte betekende dat er geen geld meer binnenkwam, daarom moest Marie, zijn vrouw, op zoek naar werk, dat ze vond op de grachten: iedere dag een werkhuis.

Als de zon maar één zonnestraal naar het plaatsje stuurde pakte Willem een stoel, zette die buiten en bleef zitten tot de zon naar het westen verdween en het te koud werd. Naarmate november vorderde werd de zon bleker, maar dat deerde hem niet, hij ging buiten zitten.

Bij donker werd kwam hij naar binnen. Dan stak ik de lamp aan en voerde het kacheltje cokes.

‘We moeten zuinig zijn,’ zei Marie als ze het zag, ‘petroleum is zo duur en de cokes zijn bijna op.’

‘Ik betaal,’ zei ik.

Morgen moest ik Ger, mijn man, maar voorzichtig vragen om voor cokes te zorgen en om geld voor petroleum. Hij zou wel weer mopperen over de verkwisting van die nieuwerwetse petroleumlampen.

‘Olielampen geven toch ook licht en zijn veel goedkoper.’

Als ik klaar was met redderen ging ik naast Willem zitten en hield zijn benige hand stevig in de mijne, als om te verhinderen dat hij ons zou verlaten. Hij probeerde nog steeds vrolijk te zijn wanneer hij mij zag, grapjes te maken en verhalen te vertellen. Dan raakte hij buiten adem en viel naar adem snakkend achterover in zijn stoel.

‘Stil toch Willem.’

Ik streek met een grote zakdoek over zijn gezicht dat nat was van het zweet.

Getagged , , , , , , , , , ,

Huispersoneel in de 19e eeuw

Dienstmeisje met dienblad, serveert drankjes
Ein Schokoladenmadchen Foto; de.wikipedia.org

 

Heerlijk een gedienstige die alles voor je doet, al je rommel achter je gat opruimt en schoonmaakt en poetst waar jij een hekel aan hebt.

Om die gedachten enigszins te relativeren hieronder een stukje over het houden van dienstbodes in de 19e eeuw.

Dat huispersoneel vanzelf sprak, betekende nog niet dat alles koek en ei was. ‘Onze gedienstigen zijn niet meer wat ze vroeger waren,’ klaagt de schrijfster van een etiquetteboek uit 1893. Haar stem maakt deel uit van een voortdurende klaagzang, een litanie zonder eind over het ‘leed dat dienstbode heet’ die teruggaat tot Noach en doorgaat tot het hele verschijnsel is verdwenen.

De meid is niet eerlijk of niet stipt genoeg, is brutaal of zit met haar vrijer in de keuken, zij poetst het zilver niet goed of zij eet te veel, zij kleedt zich verkeerd of leert de kinderen vieze woorden, kortom, met de meid is (bijna) altijd wat. Veel huishoudens zien dan ook een schrikbarend snelle opeenvolging van gedienstigen, elke drie maanden wel. Drie maanden is een voor de hand liggende periode omdat in veel streken vanouds ééns in de drie maanden (op 1 mei, 1 augustus, 1 november en 1 februari) betaald werd. Benijdenswaardig waren dames die, zoals mevrouw Ceurigh, een ‘oude getrouwe’ hadden, liefst een die reeds in de tweede generatie aan de familie verbonden was. Knapper nog was het als een huisvrouw het vermogen bezat om goed personeel te kiezen en dat lang bij zich te houden, to keep staff, zoals de Engelsen zeggen. Wie dat kon, was van de helft van alle huiselijke zorgen al bevrijd.

Want het gouden tijdperk, waarin de meisjes talrijk en dienstwillig waren (en nooit weggingen tot zij eruit werden gezet), heeft natuurlijk nooit bestaan.

Bron: https://www.dbnl.org/tekst/mont023leve01_01/mont023leve01_01_0009.php

Getagged , , , , , , , , ,