Categorie archief: Cultuur

Van Gogh en de waarheid van het leven

Voor mijn roman deed ik onder andere onderzoek naar het leven van alledag van de wever in Brabant Zo kwam ik terecht bij Van Gogh. Dat was een leuke ontdekking. Hij beschouwt wevers als deel van ´het volk´dat hij graag schilderen wil.

‘Ik ben zeer druk werkende aan een serie koppen uit het volk…´schrijft hij in een van zijn brieven.

Kunstenaars van de oude Hollandse school verwijt hij dat ze nooit ´een arbeider´hebben gemaakt.

Van Gogh komt uit zijn brieven naar voren als iemand die grote waardering voor de armen heeft. Soms gaat hij zover hen deugden of inzichten toe te schrijven die de wijzen van deze wereld niet zouden bezitten maar over het algemeen heeft hij juist oog voor de eenvoudige, onaanzienlijke en lelijke of zelfs sombere kanten van hun bestaan. Dat vormt voor hem de werkelijkheid en hij mag deze graag stellen tegenover de zogenaamde beschaving die hij als een vorm van misleiding beschouwt. Een boerenmeisje ziet hij het liefst in een alledaags jak. Trekt ze een damespak aan dan is het echte eraf.

Hoe verder weg van de beschaafde wereld, hoe ‘echter´het is en daarom trekt Van Gogh vaak over de hei om er de allerarmste hutten te schetsen. In steden zoekt hij bij voorkeur de grauwste of armzaligste achterbuurt uit.

Het is daar wel somber maar men verveelt er zich nooit. Zijn eigen huishouden vergelijkt hij niet zonder trots met een arbeidersbestaan. Kortom: de waarheid van het leven moet niet bij de rijken en de beschaafden maar bij het gewone volk worden gezocht.

Bron: De wevers en Vincent van Gogh, samengesteling en redactie:Van den Brink en Frijhoff

Getagged , , , ,

OLIELAMPEN GEVEN OOK LICHT-1906 (fragment uit mijn roman)

Vrouw met olielamp

Voortaan ging ik vrijwel iedere dag naar Willem. Zijn ziekte betekende dat er geen geld meer binnenkwam, daarom moest Marie, zijn vrouw, op zoek naar werk, dat ze vond op de grachten: iedere dag een werkhuis.

Als de zon maar één zonnestraal naar het plaatsje stuurde pakte Willem een stoel, zette die buiten en bleef zitten tot de zon naar het westen verdween en het te koud werd. Naarmate november vorderde werd de zon bleker, maar dat deerde hem niet, hij ging buiten zitten.

Bij donker werd kwam hij naar binnen. Dan stak ik de lamp aan en voerde het kacheltje cokes.

‘We moeten zuinig zijn,’ zei Marie als ze het zag, ‘petroleum is zo duur en de cokes zijn bijna op.’

‘Ik betaal,’ zei ik.

Morgen moest ik Ger, mijn man, maar voorzichtig vragen om voor cokes te zorgen en om geld voor petroleum. Hij zou wel weer mopperen over de verkwisting van die nieuwerwetse petroleumlampen.

‘Olielampen geven toch ook licht en zijn veel goedkoper.’

Als ik klaar was met redderen ging ik naast Willem zitten en hield zijn benige hand stevig in de mijne, als om te verhinderen dat hij ons zou verlaten. Hij probeerde nog steeds vrolijk te zijn wanneer hij mij zag, grapjes te maken en verhalen te vertellen. Dan raakte hij buiten adem en viel naar adem snakkend achterover in zijn stoel.

‘Stil toch Willem.’

Ik streek met een grote zakdoek over zijn gezicht dat nat was van het zweet.

Getagged , , , , , , , , , ,

Huispersoneel in de 19e eeuw

Dienstmeisje met dienblad, serveert drankjes
Ein Schokoladenmadchen Foto; de.wikipedia.org

 

Heerlijk een gedienstige die alles voor je doet, al je rommel achter je gat opruimt en schoonmaakt en poetst waar jij een hekel aan hebt.

Om die gedachten enigszins te relativeren hieronder een stukje over het houden van dienstbodes in de 19e eeuw.

Dat huispersoneel vanzelf sprak, betekende nog niet dat alles koek en ei was. ‘Onze gedienstigen zijn niet meer wat ze vroeger waren,’ klaagt de schrijfster van een etiquetteboek uit 1893. Haar stem maakt deel uit van een voortdurende klaagzang, een litanie zonder eind over het ‘leed dat dienstbode heet’ die teruggaat tot Noach en doorgaat tot het hele verschijnsel is verdwenen.

De meid is niet eerlijk of niet stipt genoeg, is brutaal of zit met haar vrijer in de keuken, zij poetst het zilver niet goed of zij eet te veel, zij kleedt zich verkeerd of leert de kinderen vieze woorden, kortom, met de meid is (bijna) altijd wat. Veel huishoudens zien dan ook een schrikbarend snelle opeenvolging van gedienstigen, elke drie maanden wel. Drie maanden is een voor de hand liggende periode omdat in veel streken vanouds ééns in de drie maanden (op 1 mei, 1 augustus, 1 november en 1 februari) betaald werd. Benijdenswaardig waren dames die, zoals mevrouw Ceurigh, een ‘oude getrouwe’ hadden, liefst een die reeds in de tweede generatie aan de familie verbonden was. Knapper nog was het als een huisvrouw het vermogen bezat om goed personeel te kiezen en dat lang bij zich te houden, to keep staff, zoals de Engelsen zeggen. Wie dat kon, was van de helft van alle huiselijke zorgen al bevrijd.

Want het gouden tijdperk, waarin de meisjes talrijk en dienstwillig waren (en nooit weggingen tot zij eruit werden gezet), heeft natuurlijk nooit bestaan.

Bron: https://www.dbnl.org/tekst/mont023leve01_01/mont023leve01_01_0009.php

Getagged , , , , , , , , ,

De plee

romeinse plee

Romeins groepstoilet – Foto: Gemma Jansen – Radboud Universiteit Nijmegen

De oudste toiletten stammen waarschijnlijk uit de tijd van de Minoërs ( 3500-1375 v.Chr. in het Oostelijk Middellandse Zeegebied). Bij archeologische vondsten werden in hun paleizen resten van rioleringen en toiletten teruggevonden. Veel van deze beschaving is echter verloren gegaan. Pas in de tijd van de Romeinen (750 v.Chr. – 476 n. Chr.) werd er weer een soortgelijk systeem in gebruik genomen.

Romeinen

In de tijd van de Romeinen werden de eerste openbare toiletten in gebruik genomen. Er was toen sprake van grootschalige urbanisatie. De dorpen groeiden uit tot steden en al die inwoners produceerden natuurlijk veel afval en ontlasting. Zodoende besloot het stadsbestuur van Rome om openbare toiletten te bouwen. In deze openbare ruimtes waren een aantal zittingen naast elkaar geplaatst boven een trog waar stromend water doorheen liep. Aan alles was gedacht en als voorloper van het wc-papier, werd een spons op een stok gebruikt waarmee het achterwerk kon worden schoon geveegd. De spons werd vervolgens in het stromende water afgespoeld en kon weer gebruikt worden door de volgende bezoeker. De toiletten werden gebouwd op de hoek van de straten. Naast hygiëne waren deze naast elkaar gelegen wc’s ook sociale ontmoetingsplaatsen.

Dat het in de Romeinse toiletten stonk is niet heel verbazend en wordt door de onderzoekers dan ook bevestigd. De toiletten hadden geen stankslot tussen het riool of de beerput en veel van de Romeinse wc’s bevonden zich in of vlakbij de keuken.

Waar men het “kleinste kamertje” vandaag de dag nog wel eens met gezelligheid associeert, was dat in de tijd van de Romeinen wel anders. Veel Romeinen waren zelfs bang op het toilet. Ze geloofden dat demonen uit het riool of de beerput omhoog konden komen om vervolgens bezit van hen te nemen. Op verschillende toiletwanden zijn dan ook afbeeldingen van goden gevonden die bescherming moesten bieden tegen dit onheil. Ook zijn er bij veel wc’s amuletten gevonden en bezwerende spreuken gevonden die de Romeinen moesten beschermen tijdens het toiletbezoek.

De Romeinen bouwden veel groepstoiletten maar er werden ook privé-toiletten gemaakt. De veelal openbare groepstoiletten zagen er in het hele Romeinse Rijk hetzelfde uit. Een rij stenen zittingen met een gat om op te zitten. Aan de voorzijde was ook nog een kleine sleuf te vinden. Na de ‘boodschap’ werd door dit gat een spons aan een stok gestoken zodat het onderlichaam enigszins gereinigd werd. Hoe vaak deze sponsen hergebruikt werden is overigens niet bekend.

Getagged , , , , , , , , ,

Slaapkledij door de eeuwen heen. Deel II: 19e eeuw en daarna

Foto: commons.wikimedia.org Jan Steen

Tot in de 19de eeuw zijn veel huizen overvol. Kleine woningen zijn dat vanzelfsprekend, maar ook de grote patriciërshuizen en de kastelen die nu een indruk van verlatenheid geven, krioelden van het volk. Mensen sliepen met velen in een kamertje, in de keuken, in de gangen, onder de trap, ergens op een bank of op de grond.

Ook de bedden waren vol. Voorname lieden zagen er geen bezwaar in met vreemden in één bed te slapen wanneer ze in een herberg moesten overnachten.

Hedendaagse hotels bestaan tegenwoordig meestal uit afzonderlijke vertrekken voor overnachting. Lokalen waarin men met de anderen sociaal contact kan hebben, maken procentueel slechts een klein gedeelte van de leefbare oppervlakte uit. Vroeger was dit anders. Er was een kleinere of een ander schaamtegevoeligheid, met daarnaast een grotere behoefte aan sociaal contact. Afzondering was niet alleen misplaatst, maar ook gevaarlijk. Men bracht veel tijd door in taveernen, bierhuizen en clubs, ook tijdens de dag. Geleidelijk nemen sommige groepen afstand van deze gemeenschap waarin aanvankelijk iedereen, hoog en laag, edelman en handelaar, samen aan dezelfde tafel aanzat.

In plattelandsherbergen vinden we deze situatie nog. In een statische maatschappij, waarin ieders plaats duidelijk bepaald is, bestaan er geen bezwaren tegen het contact tussen hoog en laag. Het helpt niet wanneer men zich op snobistische wijze aanstelt. Men maakt zich alleen maar belachelijk.

Met de sociale veranderingen ontstond een behoefte aan afstand, aan privacy. Men vindt dan vooral nog gekunstelde toenaderingspogingen van personen die sociaal willen ‘doen’, burgers die zich willen neerbuigen over het gewone volk, sociaalgeëngageerde intellectuelen die uit de hokjes willen stappen.

Alleen in de sociale groeperingen die niet mee (willen) doen met het moderniseringsproces, of die zich uit anticonformisme tegen het burgerlijk patroon verzetten, vindt men nog de vroegere situatie.

Bron:http://www.dbnl.org

Getagged , , , , ,

Een afgeleefde kerel van zeventig: Deel 1

Provinciale Staten 1

Het was oktober 1851 en de verkiezingen van Provinciale Staten Utrecht waren niet zonder strubbelingen verlopen. Er moesten herverkiezingen plaatsvinden omdat zich twee mannen voor een vacature kandidaat hadden gesteld.
Op 15 oktober moesten de Amersfoorters weer naar de stembus. De twee mannen op wie gestemd kon worden:

  1. de heer Van Dam van Isselt, president van de arrondissementsrechtbank in Amersfoort en
  2. de heer C.E. Van Strijen, notaris in Wijk bij Duurstede.

De Amersfoortsche Courant had over beide heren het nodige commentaar. Het leek de reporter beter die mening te ventileren voordat de verkiezingen plaatsvonden dan erna. Daarom trok hij in de kolommen van 14 oktober van leer:

De heer Van Dam meent recht te hebben op een stoel, die normaal gesproken toekomt aan de heer Van Strijen. De vrienden van Van Dam laten een circulaire in de stad verspreiden (een ‘briefje’ schrijft de krant) met opgave van redenen waarom de kiezers op Van Dam moeten stemmen en niet op Van Strijen. Het komt erop neer dat Amersfoort niet goed vertegenwoordigd is zonder Van Dam in het College.
Dat er dan vier vertegenwoordigers uit Amersfoort in het college zitting hebben en WijkbijDuurstede geheel en al uit de boot valt, zag Van Dam niet als een probleem.

Die Amersfoortsche voorstanders van de heer Van Dam verlangen dus dat een twaalfhonderdtal kiezers eene onbillijkheid plegen opdat zij hun zin krijgen!’ schrijft de krant nijdig.

De krant hoopte dat de kiezers het doel van de verkiezingen in het oog hielden door de bekwaamste en meest geschikte van het tweetal te kiezen. Een man dus van wie het meest verwacht mag worden:

En die man is niet de heer Van Dam. Hij, Van Dam,  is een afgeleefde ouwe kerel van zeventig. Vijfentwintig jaar woont hij in Amersfoort en nog nooit heeft hij enig blijk gegeven bekend te zijn met de aangelegenheden van de Stad en de Provincie. Hij was rechter en dat was genoeg vond hij. Voor de stad en het gewest waar hij woont heeft hij nooit iets gedaan. Hij stelt zich nooit naast maar altijd boven de burgers van de stad. Het lidmaatschap van de Staten wordt door hem alleen maar begeerd omdat hij dan een goed betaalde baan heeft mocht de rechtbank gesloten (de Regtbank gesupprimeerd) worden of voor het geval hij met pensioen moest.’

Getagged , , , , ,

Pokémon GO Safari

‘Al die Turken in het Amstelpark, ik kom er niet meer.’
Met een afkeurend gezicht duwt de vrouw de buggy met een donker kindje weg van de ingang haar Surinaamse echtgenoot trekt ze met zich mee.
Turken in het park? Ik kuier over de Rode Brug de tuin in en bewonder de bomen in beginnende herfstkleuren. Op het gras bij de Grote vijver picknicken modieuze hoofddoekjes. Voor mij op het pad duwen waggelende hoofddoekjes kinderwagens voort, giechelende hoofddoekjes vrijen met een vriendje, hoofddoekjes pakken een mand etenswaar uit op een kleed bij de Grote Vijver te midden van de familie met schreeuwende kinderen en ongeïnteresseerde mannen. Daar tussen welgedane autochtonen in korte broek met melkflessenbenen, moeder de vrouw in driekwart legging over een brede kont. Een stelletje languit in het gras, kauwend aan een sprietje.

Op de zaterdag dat ik weer naar het park ga is er geen doorkomen aan. Drommen jongeren, allemaal in spijkerbroek en donker jack alsof er een dresscode is afgesproken, geconcentreerd typend op hun gsm’etje. Ouderen, vers aangevoerd uit de provincie, een matrone op welness schoeisel, pa in een terlenka broek, hun corpulente billen geplet op een stenen muurtje driftig tikkend op hun gsm, kijken op noch om. De mensenmassa om hen heen probeert zich zwijgend een weg te banen naar, ja naar wat? Naar duiveltjes in de Japanse Tuin? De schoonheid van een park in herfsttinten ontgaat ze.
Op de Rode Brug staat het vast, er is geen doorkomen aan. De massa kijkt devoot op z’n gsm. Er wordt niet gepraat, er heerst een gewijde sfeer zoals in een kerk. Het is vredig, maar te druk, te erg, te benauwd, teveel te.
Via de hoofdingang kan ik alsnog mijn bestemming bereiken.
Geen Turk gezien. Wel heel veel Pokémon monstertjes

Getagged , , , , ,

De geschiedenis van de vibrator

Foto komt van youtube:
‘The uploader has not made this video available in your country.’ was de mededeling die er bij stond.

VPRO cinema vertoonde in 2011 een film over de geschiedenis van de vibrator.

Hieronder enige historische informatie.

Masserende artsen

In de 19e eeuw kwam Freud tot de conclusie dat de aan hysterie lijdende vrouw seksueel onbevredigd zou zijn. De ziekte kwam dan ook opvallend veel voor bij weduwen, nonnen en vrijgezelle vrouwen. Vrouwen die leden aan hysterie zouden te veel ‘opgehoopt zaad’ hebben wat zij niet konden lozen door gebrek aan (goede) seksuele contacten. Oftewel, zij was seksueel gefrustreerd.

Hoewel hysterie als chronische aandoening gezien werd was het goed te behandelen met een zogenaamde bekkenbodemmassage. Het masseren van de genitaliën was alleen toegestaan wanneer een dokter dit deed. Masturbatie bij zowel man als vrouw werd als onrein en zelfs als gevaarlijk gezien. Je zou er zelfs blind van kunnen worden. Een behandeling door de arts was pas succesvol als het resulteerde in een ‘hysterisch paroxisme’: een orgasme. Deze behandeling beschouwden artsen als zuiver medisch en zonder seksuele lading.

Volgens 19e-eeuwse doktoren leed ongeveer een kwart van alle vrouwen aan hysterie. De lijst van symptomen werd oneindig: zo zou jeuk aan je grote teen al een gevolg van hysterie kunnen zijn. Hysterie werd een modeziekte waar artsen flink van profiteerden.

Doordat de vrouwen steeds moesten terugkomen voor massagebehandelingen zaten de wachtkamers van huisartsen altijd vol, wat uiteraard tot gunstige financiële resultaten leidde.

Muisarm avant la lettre

Dat het masseren van deze hordes hysterische vrouwen zwaar werk was, moest zeker niet onderschat worden. Artsen kregen te maken met spierpijn, gewrichtspijn, krampen in hun vingers en bovendien kostte het ze behoorlijk wat tijd. Ze begonnen daarom massaal te experimenteren met opwindsystemen en waterstralen om de arbeid te verlichten. Maar het werd hoog tijd voor een elektronisch apparaat.

Hoewel er al meerdere exemplaren in omloop waren mag de Engelse dokter Joseph Mortimer Granville zich uitvinder van de eerste vibrator noemen. Hij vroeg in 1880 patent aan op de manipulator, voorloper van de vibrator, welke hij liefkozend tot ‘Granville’s Hammer’ had gedoopt. Zijn verhaal en dat van zijn revolutionaire uitvinding wordt verteld in de eerder genoemde historische komedie Hysteria.

De manipulator was de oplossing voor de overbelaste vingers van de huisarts en bovendien scheelde het behoorlijk in tijd. De manipulator bracht de vrouw namelijk vele keren sneller tot een hysterisch paroxisme dan de dokter handmatig ooit zou kunnen. De behandeling werd razend populair en kon zelfs worden verkregen in luxueuze kuuroorden in Europa en Canada.

Van doktersattribuut naar de slaapkamer

De term hysterie werd in 1952 de das omgedaan en daarmee stierf ook haar spraakmakende behandelmethode. De vibrator dook al snel op in pornofilms, waarvan het kijken destijds nog een taboe was. De vibrator kreeg hierdoor al snel een achterbuurtreputatie en verloor zijn populariteit. Pas na de seksuele revolutie in de jaren 70 maakte de vibrator een comeback, maar na de seksuele emancipatie in de jaren 80 kwam de vibrator definitief weer uit de taboesfeer.

Vandaag de dag is de vibrator een populair seksspeeltje wat men gewoon koopt in de P.C.Hooftstraat. Minstens 52 procent van de vrouwen schijnt minimaal één exemplaar in huis schijnt te hebben. Waar een vreemde ziekte al niet tot toe kan leiden..

 

Getagged , , , , , , ,

Hoe de aardappel volksvoedsel kon worden

 

Onze aardappel is afkomstig uit Peru. De Spanjaarden ontdekten de knol toen ze al rovend en plunderend door Peru en Chili trokken. Vanuit Spanje verspreidde de aardappel zich via de botanische tuinen van monniken en kloosterorden over Europa.

Diverse geleerden waren enthousiast over het product, want de knollen groeiden vrijwel in elk klimaat, konden gemakkelijk worden verbouwd en waren zeer voedzaam. Dit zou dé oplossing kunnen zijn voor de vele hongersnoden die destijds Europa teisterden. Vele Europese heersers probeerden de aardappelteelt dan ook in hun gebied te bevorderen. Dit ging niet gemakkelijk: de mensen vonden het een smakeloos product dat er raar uitzag met al die uitsteeksels, helemaal nergens naar rook en waarvan de stengels en bladeren ook nog eens giftig waren. Door velen werd het afgedaan als varkensvoer of als voedsel voor de allerarmsten.

En zo geschiedde, de allerarmsten aten aardappelen tot ze er een opgezette buik van kregen: aardappelen met azijn, aardappelen met mosterd, aardappelen rauw. Op feestdagen kwam er aardappel met vet op tafel. Wevers behoorden tot de allerarmsten, zij aten veelal aardappelen.

In de 19de eeuw werd de aardappel aangetast door een schimmel. Zo brak er alsnog hongersnood uit in Ierland en Nederland met name in Noord Brabant en Zeeland. Veel mensen vluchtten voor de bittere armoede en vertrokken naar Amerika

Persoonlijk ben ik geen fan van de aardappel. De aardappel is familie van de nachtschade, de naam zegt het al: Schade. Geef mij maar pastinaak, de witte wortel. De pastinaak was vanaf de middeleeuwen volksvoedsel waarna zij werd vervangen door de aardappel.

De witte wortel heeft een lichte anijssmaak. Het smaakt verrukkelijk in de soep en in de stamppot. Soms bak ik de schijfjes en dien ze op met vlees. Een scheutje madeira over de schijfjes en je hebt een heerlijk gerecht.

 

Bronnen: wikipedia, geschiedenis.nl

Getagged , , , , , , , , ,