Categorie archief: fantasy

De nimf Lorelei

De rotsVan verre ziet zij al aankomen, de schepen. Haar rots steekt boven kastelen en heuvels uit. Misschien zit er deze keer een man tussen die haar droom vervult: een leven in een paleis, weg van die rotrots! Snel pakt ze de borstel die achter haar ligt. Haar rechterhand gaat langzaam door het blonde haar dat tot over haar middel valt..

Ze heeft er zo genoeg van! Van de rivier, de schepen die op haar rots te pletter lopen. Van de razende schipbreukelingen die haar begeren en niet bij haar kunnen komen. Op haar onbereikbare rotsblok lacht zij ze uit.

Toen ze hier honderdtien jaar geleden kwam dacht ze haar droom snel te kunnen verwezenlijken. De vorige nimf had immers binnen tachtig jaar een prins aan de haak die haar meenam naar zijn paleis.

Lorelei buigt voorover. Haar gouden haar golft over haar voeten over de rots en verblindt de kapitein van de boot.

Bij de eerste knal heft ze haar hoofd. Na het gekraak en geschreeuw komt het gebrul en gejammer. De overlevenden bestormen haar klif.  Nu is het afwachten. Beneden splijt een verhit zooitje zich de nagels aan flarden om het rotblok te bedwingen. Lorelei zingt haar lied. De kerels slaan elkaar de hersens in. Een vent met een glimmende schedel en een rol touw over zijn schouder blijft over. Hij slingert het touw over haar rotspunt en trekt zich omhoog. Voor haar staat een hulk. Haar prins? Hij tilt haar op en drukt zijn lippen op haar gouden haar.

Getagged , , , , , , , , ,

De laatste veldtocht

foto: nederlandsekrijgsmacht.nl

foto: nederlandsekrijgsmacht.nl

Er brak wel eens een wiel, dan bleven ze achter in de blakende zon met nog een paar ongelukkigen. Dankzij de familie van ma, die een waakzaam oogje op hen hield, verliep de tocht zonder al te veel obstakels. Oom Dani reed mee met de karavaan in een licht wagentje, want ma was zijn lievelingsnichtje, haar mocht niets gebeuren. Vechten deed hij niet, daar begon hij niet aan. Hij hield zich goed verborgen voor de legerleiding.
‘Die koning en zijn zoon zorgen er zelf maar voor dat zij hun onderdanen terugkrijgen,’ zei hij en begon aan de reparatie van het gebroken wiel. Als het zwaar geregend had en ma en zij uitgeput waren van de lange mars in de modder nam hij Meek en haar ma op sleeptouw in zijn wagen. Hij zong liedjes en vertelde verhalen over beren, die hij geschoten had, ver weg over de donkere bergen, de gevaarlijke passen, maar ook over de saamhorigheid van de clan en de avonden dat er gedanst werd bij het vuur. Meestal echter was het bloedheet, die zomer van 1830.

Voor Meek was dit de eerste keer dat dat ze meeging met een leger dat ten strijde trok, de laatste veldtocht was vijftien jaar geleden bij Waterloo, toen was ze nog niet geboren. Ze keek haar ogen uit. Voorop marcheerden de troepen en officieren met vaandels voorafgegaan door trommelaars. Ze werden gevolgd door wagens vol vrouwen, zigeuners, kinderen, kippen, geiten en ander vee. ’s Avonds bivakkeerden ze in een tent, die ma samen met oom Dani opzette. Al gauw kwam pa. Moe en modderig viel hij aan op de soep die ma bereid had. Na het eten ging Meek er op uit, maar al snel verboden haar ouders dit.
‘Dat rondzwalken tussen vreemd volk is niets voor een jong meisje,’ zei pa.
Mokkend schikte Meek zich in haar lot. Gelukkig ging oom Dani viool spelen. Ma schopte haar laarsen uit en danste. Als hij er was keek pa toe en sloeg de maat met zijn geweer. Meek schudde haar slechte humeur van zich af en danste mee. Ondanks de vermoeidheid kwamen vrouwen en mannen op het uitbundige gedoe in hun tent af.

Toen er dan gevochten moest worden werd het de vrouwen verboden hun mannen naar het front te volgen. En dus zaten de mannen al snel zonder voedsel en drank. Het enige waar de legerleiding in voorzag was veel te zoute soep. Noodgedwongen dronken de soldaten smerig water uit de sloten waar levende insecten in dreven, zij stierven als ratten aan de cholera.
Gelukkig overleefde pa de insecten en de oorlog. Toen de strijd gestreden was gingen zij naar huis en nam hij zijn werk als kleermaker voor het leger in Den Bosch weer op, alsof er niets gebeurd was.

Getagged , , , , , , , , , ,

Vakantie in een Zonnestelsel

Vooral het voorvoegsel ‘zon’ vond ik aantrekkelijk. Ik dacht, naïef misschien, onderweg te kunnen zonnen, zodat ik een paar vliegen in een klap sloeg: mijn vitamine D aanvullen, een onderzoekje doen en daarna gebronsd weer terug naar de basis. Geen zon te zien echter, wel veel verlichte en onverlichte bollen: rood, zwart en witte nevels.  Het blauw van ons bolletje aarde en verder een onnoembaar niets.

Ik verdwaalde natuurlijk, de navigatie was weer eens niet op orde. Daarom koppelde ik aan bij een ruimtestation. Maar ik wist niet, dat het een station was. Ik dacht, dat het een café was en wilde er een kopje koffie drinken met een glaasje water. Door een klein raampje had ik een man achter de bar gezien en omdat ik dorst had leek het mij een prima gelegenheid om meteen de weg te vragen. Die mannen, want het waren weer eens allemaal kerels, lachten zich rot. Nou zeg, wat verbeelden ze zich wel alsof alleen zij maar in de ruimte kunnen reizen. Maar goed, toen ze bijgekomen waren legden ze uit, dat Kepler een satelliet is, die planeten opspoort, die bewoonbaar kunnen zijn. Als de satelliet dan zo’n planeet heeft ontdekt, krijgt hij zijn naam en een nummer. Vandaar al die Keplers met nummers en cijfers. Kepler 452b bevindt zich in een ander zonnestelsel en draait om een eigen ster, zijn eigen zon dus. Of zij, de zon is goddank vrouwelijk, vitamine D weggaf wisten ze niet.
Ik moest even slikken, niet van de koffie want dat hadden ze niet, maar vanwege een bobbel in mijn keel, want misschien moest ik terug naar ons sexy bolletje.

Die knapen waren tenslotte toch wel geschikt, want ze gaven de coördinaten naar Kepler 452f, althans voor zover zij die wisten en om onderweg niet om te komen van de honger, kreeg ik wat ingedroogd voer mee. Zo zeil ik nu door het Melkwegstelsel op weg naar een ander zonnestelsel.
Wanneer ik terug ben weet ik nog niet.

Getagged , , , , , , ,

‘Kepler-452b ik kom er aan.’

Foto: publicdomainvectors.org

Foto: publicdomainvectors.org

Ik ben onderweg naar Kepler zoveel, een planeet die op de aarde schijnt te lijken. Ik heb een opdracht om te onderzoeken in hoeverre seks en beschaving samengaan. Onderzocht moet worden of er tegelijk met een hoogstaande beschaving meer over seks geschreven wordt dan dat het in de praktijk wordt gebracht en de gevolgen die dat heeft voor toekomstige generaties. Zijn er dan nog wel generaties of worden ze weggeschreven? Op aarde  komen er boeken uit, wordt er gepraat en gefilmd over seks in vijftig kleuren niks, maar een stevig potje vrijen gewoon om het vrijen en niet om de centen komt tussen mensen vrijwel niet meer voor. Beschaving is mooi, maar het moet ook weer niet doorslaan in plastic, blingbling en lamlendige hebberigheid. Wat dat betreft heeft IS gelijk met zijn wens de boel in het westen te willen opschudden, maar zij slaan weer door naar wreedheid en smoren daarmee toekomstige generaties in de kiem.

De strijders van Daech zijn nog wel gewend aan seks in bed, zij genieten volop van de jonge grietjes uit Amsterdam West en elders, maar als ze er mee klaar zijn worden de deerntjes met explosieven omgord en moeten ze de vijand opblazen; hun baby’s worden militair getraind. De vijand zijn wij, de schriftgeleerden. Daech is onbeschaafd, schrijven kunnen ze niet en  lezen al helemaal niet. Schieten en hakken dat is hun motto. Het geweer komt op de eerste plaats,
‘De bruine ogen van een meisje hoef ik niet, mijn eerste liefde is mijn geweer.’
De reden is misschien hun falen op het mbo en in de maatschappij. De kannibalen creëren wel nageslacht, daar hebben zij de tijd voor want kranten en boeken schrijven en lezen ze niet. Hun onontwikkeldheid leidt echter weer tot hetzelfde resultaat als bij de geleerden, tot hetzelfde niets.

Als Daech is uitgeraasd, is het natuurlijk wachten op hun civilisatie, maar daar gaan misschien duizend jaar over heen, als ze een beetje opschieten vijfhonderd. Daar heb ik geen tijd voor en daarom ben ik op weg naar Kepler 452b om te graven naar beschaving op een planeet waar als aangename bijkomstigheid misschien ook nog probleemloos wordt gevreeën zonder bijgedachten om van het tortelmoment een film te maken of een boek te schrijven om eens lekker te kunnen incasseren. Waar geld niet bestaat, en iedereen kan schrijven en lezen zonder dat het invloed heeft op hun gedrag. Dat wordt een mooi rapport.
Vandaar mijn reisje naar Kepler-452b.

Getagged , , , , , , , , ,

Verbeelding

.

Foto:www.hdwallpapers.in

Foto:www.hdwallpapers.in

Een rode tas staat op de stoel naast hem bij het raam. Hij kijkt me wrevelig aan als ik ‘pardon’ zeg en aanstalten maak om aan te schuiven. Een passagier bij de deur kijkt op van zijn krant,
Wat gaat die nou doen? denk ik te lezen in zijn ogen. Dan bemerk ik pas de pluizige  baard à là Bin Laden, de  dikke lippen in een smal gezicht en de kleding die er bij hoort: een donkergrijze lange jas over een zwarte rok die hoog boven de schoenen zijn einde vindt. Zonder gezichtsverlies kan ik niet meer terug, ik heb hem nou eenmaal gekozen als buurman, dus zak ik neer op het stoeltje. Hij schuift nukkig naar het raam, de grote tas moet op de grond voor hem en knelt nu tussen zijn benen in de strakke rok.

Bij de volgende halte stappen mensen naast ons uit. De man manouvreert zich langs mij om plaats te nemen op de lege plek, de kabas zet hij op de bank voor zich. Ik staar naar de rode tas met de witte letters, hij is voor de helft gevuld. Tersluiks kijk ik weer eens naar de man. Wat zou er in die tas zitten? Mijn fantasie gaat  aan de haal, ik heb tenslotte niets beters te doen. Mijn Verbeelding denkt dat er misschien wel een bom in zit. Ik schrik er van, ik wist niet dat mijn Verbeelding zoveel fantasie had. Zal ik dan maar uitstappen voor we station Zuid bereiken?
‘Het is spits, dus druk. Het effect zal groot zijn wanneer het station met alles en iedereen de lucht in vliegt, succes verzekerd,’ zegt Verbeelding, ‘als je  tijdig uitstapt kun je een blik werpen in de zak en zelf de dans ontspringen.’
Verbeelding overdrijft een beetje vind ik.
‘Maar wat dan?’ vraag ik, ‘wat als ik iets verdachts zie? Trouwens hoe ziet iets verdachts er uit? Zwart met draadjes of een serie aan elkaar gebonden telefoons of is het mechanisme gewikkeld in een handdoek?’.
Daar geeft Verbeelding geen antwoord op.

Bij de halte van Station Zuid stapt de man uit, tas in de hand. Hij wandelt het perron op, zet de zak neer en draait zich naar de metro. Als een pinguin zet hij zijn voeten in de zware schoenen overdwars. Vanaf de enkels tot de zoom van de rok zijn zwarte kousen zichtbaar wat het beeld van het zuidpoolbeestje versterkt. Als we wegrijden verwacht Verbeelding ieder moment de vlammen uit het dak van het station te zien slaan.
Ik denk dat ik hem maar in de ban doe, mijn Verbeelding.

Getagged , , ,

De motoragent

Het is laat en ik heb haast. Daarom race ik over de weg en bij een file haal ik rechts in. Tijdens deze actie zie ik, verdorie, verdikkeme, verderop een paar motoragenten langs de kant van de weg staan. Ze bewegen niet. Misschien is mijn manoeuvre hen niet opgevallen hoop ik tegen beter weten in, want een van hen kijkt mijn kant op. Ik rijd door alsof er niets aan de hand is. Na een stoplicht passeert mij de motoragent en stopt verderop in een plantsoen. Mag dat zo maar? Wanneer ik aan kom tuffen wenkt hij mij ook het plantsoen in. Ik draai braaf het gras in. Stop en doe het raampje naar beneden. De agent slank, zijn lijf helemaal gehuld in spannend strak zwart leer met helm, hurkt naast mijn autootje neer. Hij ziet er verdomd goed uit. Voordat hij aan zijn preek kan beginnen zeg ik dat. De woorden vliegen als vanzelf uit mijn mond:
‘U ziet er goed uit voor een agent in de vroege morgen’.
Zijn hoofd gaat plotseling naar voren alsof het op een elastiekje zit en duikt bijna mijn autootje in. De helm houdt hem nog net tegen. Ik ruik aftershave en leer.
‘Wàt’ zegt u?’
Oh getver, nou krijg ik ook nog een bon voor insubordinatie van een ambtenaar in functie. Ik kijk voor mij uit en zwijg, maar hij zegt nog eens met zijn hoofd bijna door het raam:
‘Wat zei u?’
‘Dat u er goed uitziet voor een agent op de vroege morgen’, mompel ik. Het komt vast omdat het mooi weer is, denk ik dat ik dat zei. Waarom zeg ik űberhaupt toch zulke dingen hardop?
Hij laat een zwaar zwijgen vallen, die klettert op het gras, hij pakt hem op. Het blijkt zijn notitieboekje te zijn, waarna hij begint aan zijn preek en het noteren van gegevens met een pen die hij ergens uit het strakke leer vist.

Een paar weken later vind ik een brief met het logo van de verkeerspolitie in de bus. Daar heb je het gedonder in de glazen, ik maak de brief met tegenzin open. Die begint met de overpeinzingen van een motoragent, die een juffertje aanhoudt in verband met een verkeersovertreding. De agent raakt euforisch door de woorden van het betreffende juffertje zodat de vogeltjes die dag luider zingen en de bloempjes fleuriger bloeien, kortom het leven hem de hele dag toelacht.
Volgt een flinke alinea met opvoedkundige verkeersaanwijzingen. In de uitzwaai komt de aap uit de mouw: ”vanwege de euforische stemming waarin hij zich een dag lang wentelde, wordt geen boete opgelegd”.

Getagged , , , ,

Deze keer: aandacht voor Guimard, Ferry Wienneke

GuimardVan een aantal schrijvende vrienden heb ik een boek gelezen. In dit en volgende blogs wil ik daar aandacht aan besteden in volgorde van de gelezen boeken. Deze keer:

Guimard, Ferry Wienneke

Zegt de achterflap:

Hoe gevaarlijk domheid kan zijn wordt duidelijk in deze satirische thriller. Als politici en zakenlui gaan handelen in het heil voor de burger die elke vorm van wanordelijkheid ver van zijn aangeharkte tuintje wil houden, is er al snel geen onderscheid meer tussen boeven en idealisten

Wat ik er van vind:
Een maatschappijkritisch boek, dat relaxed begint met de terugkomst van vakantie van Jan Pender, ex autocoureur en hoofdpersoon in dit boek en de enige normale wat mij betreft. Jan werkt of liever gezegd werkte, maar toch weer werkt, bij Guimard Automobiles SA, dat dreigt te crashen. Vandaar ook de titel.
Vanaf het faillissement, dat toch ook weer geen faillissement is, raakt het bedrijf betrokken bij vreemde praktijken.
Makkelijk te lezen is het niet, er komen veel personen in voor, die een rol spelen in zowel de boven- en de onderwereld en hier en daar karikaturaal vorm zijn gegeven. Het spoor raakte ik wel eens kwijt.
Ik was blij als Jan Pender, een fris gescheiden man, die deze breuk in zijn leven nog niet verwerkt heeft en daardoor alles wat om hem heen gebeurt met enige afstandelijke humor bekijkt, weer ten tonele werd gevoerd. Dat zette alles voor mij weer op zijn plek.
Er vinden bizarre bijeenkomsten en handelingen plaats, die Jan Pender ironisch becommentarieert, dat is leuk. Tijdens het eten en drinken wordt veel gepraat met kwinkslagen en al, waardoor het zicht op de kern van het verhaal, een huizenproject voor de rijken, wel eens wordt belemmerd.
Ik vond het een grappig,bizar boek, maar niet spannend.

Tenslotte:
De geweldige limousines, de Guards, die rondrijden in het verhaal zijn fascinerend. De Guard is een soort protagonist, voorzien van technische hoogstandjes, dat hem een eigen leven geeft. Een vooruitziende blik van de schrijver.
Storend waren de vergeten woordjes in de tekst, maar als je van fantasy houdt, van auto’s, techniek en satire is dit boek een must.

Getagged , ,

Een bezoekje aan Monique Collignon

MC‘Ik vind er niks aan’, zeurt Drony. Mevrouw Denkbeeld probeert hem te programmeren voor een bezoekje aan het modepaleisje van Monique Collignon. Hoewel de naam een wat zuidelijker oorsprong doet vermoeden, is Monique een ras-ras-door-de-plas Hollandse ontwerper.

Afgelopen week heeft mevrouw Denkbeeld Drony verwaarloosd en daar plukt ze nu de wrange vruchten van. Hij weigert halstarrig de goed kant uit te wijzen.

‘Ik probeer het nog een keer’, zucht ze, ‘anders neem ik gewoon de oude bezem, het is minder comfortabel, maar analoog heeft minder kuren.’

Dat helpt en even later zoeft mevrouw Denkbeeld naar MC.

Niet alleen Drony maar ook zij heeft haar bedenkingen. Op de online website vond ze de kleding maar matigjes.

‘Ik hoop dat de show meer biedt.’ zegt ze.

De pui van het modehuis komt in zicht en Drony zet onwillig de landing in, hij voelt mevrouw Denkbeelds tegenzin prima aan. Carice heeft bij Monique een uitnodiging voor haar bemachtigd, daarom gaat ze,  ze kan zo’n BN’er toch niet voor het hoofd stoten door weg te blijven. Bovendien wordt het hoog tijd voor nieuwe kleding; ze heeft echt niets meer om aan te trekken en je weet maar nooit of er iets draagbaars bij zit.

Drony steigert bij het landen en draait demonstratief zijn achtersteven naar het plankier waar de modellen al gracieus overheen deinen. Maar mevrouw Denkbeeld is direct helemaal weg van de geshowde couture. Dit had ze niet verwacht, ze is echt ‘om’. Gauw kijkt ze in haar tas of ze wel een creditcard heeft meegenomen of een bankpasje.

‘Nee maar, wat fantastisch prachtig, hier ga ik me een paar van aanschaffen.’

Ze zoeft weg richting gereserveerd Thonet stoeltje.

De opzwepende muziek die de show begeleidt maakt Drony toch nieuwsgierig en hij draait zich voorzichtig om, net op het moment dat mevrouw Denkbeeld in een nieuwe creatie weer plaatsneemt en ‘Hophop Drony’ klakt met haar tong.

‘Twee Nederlandse modehuizen en wat een talent. Voorlopig laat ik het hierbij. Volgend jaar een nieuw kennismakingsrondje in het Nederlandse modeland’.

Getagged , , ,

Een modehuis en een drone

Dronie2Spijkers en Spijkers daar moet je zijn’, fluit de wind en voert de drone naar het heiligdom van de twee zusjes Spijkers. Had ik maar zo’n zusje denkt mevrouw Denkbeeld jaloers als ze de nieuwe collectie van de Spijkers zusjes in zoeft. De meisjes kijken vreemd door hun kekke brillenglazen naar mevrouw Denkbeeld die haar vehikel parkeert vlak voor een model in een rode lange rok met knopen en een sexy topje. ‘Voor volgende zomer al’, zegt Truus, als ze wat bekomen is van mevrouw Denkbeelds entree. ‘Brillen zijn tegenwoordig een stijlvol modeaccessoire en hierdoor een belangrijk onderdeel van de outfit’, voegt Riet er aan toe, die mevrouw Denkbeeld naar haar bril ziet kijken en minder snel van haar stuk is. Ze wijst mevrouw Denkbeeld een tabouretje, ‘het was wel even wennen om iets anders dan kleding te ontwerpen, maar uiteindelijk zijn we toch zeer tevreden met het resultaat’.
Mevrouw Denkbeeld weigert het krukje, tenslotte zat ze lang genoeg op haar Dronie en werpt een blik op de ontwerpen in het atelier. ‘Geweldig wat een leuke collectie’, roept ze, ‘helemaal mijn smaak’. Als ze hoort dat de meisjes ook zonnebrillen in hun assortiment hebben, is ze helemaal om. ‘Voor mij geen Franse merken meer hoor, ik vind dit zo leuk. Hier ga ik helemaal de blits mee maken. In het vervolg shop ik uitsluitend in winkels die SenS voeren’. Met een SenS zonnebril in haar haren en in een nieuwe lange rok met strak topje springt mevrouw Denkbeeld op Dronie die glimt bij de gedachte dat hij nog meer leuke modellen gaat zien.

Getagged , , ,