Categorie archief: kinderarbeid

BEAM ME UP SCOTTY

foto: Heuvelstraat 1880 Regionaal archief Tilburg

Terug naar Tilburg en Amersfoort in de 19e eeuw

In 180 jaar verandert er het een en ander in een stad maar in Tilburg had de de tijd een zwart gat geslagen in de geschiedenis. Er was in mijn gevoel weinig over van het oude centrum. Meek woonde op Heuvel. Op het Heuvelplein kneep ik mijn ogen half dicht en probeerde mijn voorstellingsvermogen twee eeuwen terug te sturen. Tevergeefs. Ook toen ik ‘beam me up Scotty’ mompelde gebeurde er weinig. Scotty was er niet of had het te druk. Zonder zijn hulp lukte het mij niet een 19e eeuws beeld van Heuvel te krijgen.

Tilburg, de stad waar mijn roman begint en Meek, de hoofdpersoon woont en werkt. Om iets van de geest van de 19e eeuw terug te vinden en de sfeer te proeven ben ik naar die stad afgereisd.
Omdat ik geen beeld kan krijgen duik ik de archieven in. Uit ‘Het geheugen van Tilburg: https://www.geheugenvantilburg.nl/page/14346/ verneem ik dat Heuvel en de Markt beide wat hoger liggen dan overig Tilburg. Er was ook vroeger net als nu trouwens nogal wat bewoning. Men had daar minder last van het water. De Heuvelstraat vormde toen net als nu de verbindingsweg tussen Heuvel en Markt. Het Piusplein was vol waterplassen, en “Het Ven”, zoals het toen heette, had in de 19e eeuw nog twee vennen.

Tot in de 19e eeuw bleef de Heuvelweg in de volksmond Steenwech of Steenweg. De naam Heuvelstraat werd in 1865 voor het eerst schriftelijk gebruikt.

In het regionaal archief vond ik een foto van de Heuvelstraat uit 1880. Verder terug gaat het niet zonder hulp van de beamer van Scotty.

Getagged , , , , , , , , ,

Vrouw Moeder

 

 

’s Avonds aan tafel praatte mijn vader als hij goede zin had met brede armgebaren over het leven van zijn Vrouw Moeder, een zigeunerin. Het laatste woord is net als vele andere woorden op het taboelijstje gezet door de politiek correcten. Ik durf ze niet eens op te schrijven uit angst donder en bliksem over mij afgeroepen te krijgen, maar dat mijn grootmama Fransje een zigeunerin was mag ik wel opschrijven want het gaat over mijn grootmama dus mijn zigeunerin.

Zij trok mee als marketentster in vele oorlogen, ze legde de tarotkaart, ze was vrolijk en nonchalant, een heerlijke eigenschap, ze was donker en klein, niet groter dan 1m50 en ze kreeg zeven kinderen met zwart krulhaar haar en blauwe ogen.

Is Fransje werkelijk met haar ouders in oorlogen meegetrokken zoals mijn vader en zijn familie beweerden? Welke dan? Zij is geboren in 1869. Welke oorlogen woedden er toen in Europa: er was de Frans-Duitse oorlog Napoleon III liet hier en daar nog wel eens wat wapens kletteren en in Amerika woedde bij haar geboorte een oorlog, maar ging ze daarheen met haar ouders? En als zij niet de marketentster was over wie mijn vader en zijn broers vertelden wie trok dan wel mee in de tros*? Haar moeder, Hendrika? Of nog verder weg in de 18e eeuw.

Lees straks in mijn roman de zoektocht die teruggaat tot 1815 over het leven van een eenvoudig meisje dat haar hoofd boven water moet zien te houden in een tijd zonder sociale vangnetten.

*)Bij een tros ging het om een civiele stoet binnen het leger, bestaande uit een enorm groot aantal mensen, lastdieren en wagens.

Getagged , , , , , , , , , , ,

Van ganzenveer tot computer

foto: Jalta

Het begon met de ganzenveer. Daarna kwam de kroontjespen. De computer, de tablet en de Steve Jobs school waren nog verre toekomstmuziek

De geschiedenis van het Nederlandse onderwijs begon in de 8e eeuw toen de Frankische vorst Karel de Grote een wet uitvaardigde, waarin bepaald werd dat alle Frankische jongens moesten kunnen lezen, schrijven, zingen en bidden. In die periode ontstonden steeds meer kloosterscholen, gesticht door missionarissen uit Engeland, waaronder Willibrord en Bonifatius. Van uitgebreid onderwijs was nog geen sprake. In de 12e eeuw werd bepaald dat elke parochie een schoolmeester moest aanstellen. De door de parochie aangestelde schoolmeester was meestal de koster, die de jongens wat leerde lezen en schrijven. De schoolmeester was zeer streng en lijfstraffen waren toen heel ‘gewoon’.

In de 15e eeuw werden de parochiescholen steeds vaker overgenomen door de steden, die eigen scholen stichtten. In die periode gingen ook steeds meer meisjes naar school. De leerlingen kwamen vooral uit de stedelijke burgerij. Verder kregen kinderen van rijke en adelijke families dikwijls thuisonderwijs van gouvernantes.

Kinderen die tot een lagere klasse behoorden of op het platteland woonden, gingen toen nauwelijks naar school. Zij moesten hard werken; thuis, op het land of de boerderij, en voor school was geen geld. Kinderarbeid was toen heel ‘gewoon’ en gebruikelijk.

Van ganzenveer tot computer en tablet

In de Middeleeuwen leerden de leerlingen schrijven met ganzenveer en inkt. Daarvoor moesten zij goed kunnen lezen en spellen. Dat was zeker niet eenvoudig, want het schrijven met een ganzenveer en inkt diende secuur te gebeuren. De leerlingen leerden eerst schrijven op een wastafeltje.

Dit was een houten of metalen plaatje waarop een laagje was werd aangebracht. Met een stylus, een soort metalen pen, kerfde de leerlingen woorden in de waslaag. (Met een stylus schrijven wij tegenwoordig op een tablet)

Leren schrijven was duur en niet voor iedereen weggelegd. Aan het begin van de negentiende eeuw werd de ganzenveer vervangen door de kroontjespen. Schrijven met een kroontjespen was eenvoudiger. Schrijfles was voortaan een vast onderdeel van het Nederlandse onderwijs. Later werd de kroontjespen vervangen door een vulpen, potlood of balpen, en tegenwoordig steeds vaker door computer en tablet.

Bron: http://www.historien.nl

 

Getagged , , , , , , , , , , , , ,

Zwarte pedagogie, autoritaire opvoeding in de 19e en 20e eeuw

Foto:Blogs FU Berlin – Freie Universität Berlin

Zwarte pedagogie is de term, die gebruikt wordt door pedagogen en psychologen om de autoritaire manier van opvoeden uit de 19e eeuw 20e eeuw en de gevolgen ervan, onder woorden te brengen. Het is een begrip, een manier van opvoeden, gebaseerd op handeling en vorm van communicatie met een manipulatieve en vaak geweldadige aard. Slaan werd als normaal beschouwd. Een kind had niets in te brengen, de wil moest gebroken worden.

Historische achtergrond

In de 18e eeuw was men er ten volle van overtuigd, dat er niets goeds in het kind zat, hij was zondig geboren en moest afgericht worden het kwade te laten en het goede te doen. Een citaat uit 1748 van J. Sultzer: In de eerste levensjaren is er veel dwang en lichamelijke straf nodig. Gelukkig vergeten kinderen alles wat er in de eerste levensjaren is gebeurd. Als ze maar onthouden, wat ze niet mogen doen. Rond het jaar 2000 wordt in diverse Europese landen het slaan van kinderen verboden.

Kinderboeken en sprookjes

In veel oudere kinderboeken wordt het kind beschreven als volwassenen in notendop, die meestal het slechte kiezen en vaak met harde hand de goede richting ingeduwd moeten worden. In sommige sprookjes zelfs met dodelijke afloop. Voorbeelden zijn te vinden in de klassiekers van de Gebroeders Grimm: Het koppige kind. En het bekende Duitse kinderboek van Heinrich Hofmann: Struwwelpeter. Dit boek bestaat uit tien verhalen voor kinderen, waaruit ze op een overdreven manier zullen leren, hoe rampzalig de gevolgen van slecht gedrag en ongehoorzaamheid zijn.

Stijfkopje

Bovenstaande doet me denken aan het boek Stijfkopje. Ilse, het Stijfkopje, was recalcitrant en driftig, maar vooral koppig. Vandaar Stijfkopje en nog zo wat kwalijke karaktertrekken; daarom werd ze naar kostschool gestuurd waar ze werd gekneed tot een lief en vooral gehoorzaam meisje. Er volgden nog een paar brave boeken, maar na deel één hoefde het voor mij niet meer. Stijfkopje was vertrut.

Het boek dateert uit 1885, schrijfster Emmy von Rhoden

 

 

Uit:http://mens-en-samenleving.infonu.nl

 

Getagged , , , , , , , , , ,

Ogen als donkere vijvers

foto:Deredactie.be

foto:Deredactie.be

Mijn Gromy had ogen als donkere vijvers waarin je haar oude lelijkheid vergat. Als je niet op paste raakte je er de weg in kwijt.

Mijn Gromy zag er uit als de heks uit de sprookjes, die zwaaiend met een stokje  kinderen in kikkers veranderde. Toch kon ze niet toveren, als dat zo was hoefde ik dit verhaal niet te vertellen.
Na haar veertigste of misschien wel eerder werd ze krom, haar rug werd bol en hoog, haar handen raakten de grond. Op haar zestigste stond er in haar mond nog één tand, geel en krom. Op haar hoofd wiebelde een knotje piekerig haar. Als een centenbak stak haar kin naar voren.

Ik was genoemd naar haar man Bertus. Mijn moeder nam mij mee als ze bij hem op bezoek ging. Gropy Bertus was thuiswever, Gromy Meek was er bijna nooit. Ze boende en schrobde alle dagen in werkhuizen. Als ze niet thuis was hoefde ik niet bang te zijn om in een kikker te worden veranderd.
Mijn moeder wist niets van deze gedachte. Als ik het haar vertelde, zou ze ‘bespottelijk’ zeggen op dat toontje van haar. Dan kneep ze haar mond samen en keek van uit een verre hoogte op mij neer.

Een keer was Gromy thuis, ze zat voor het raampje naar buiten te kijken. Mijn ma schrok, maar liep door. Ik had gezien dat ze schrok toen ze Gromy ontdekte. Daarom hield ik mij stevig vast aan haar rok. Ze kon geen stap meer verzetten zonder dat ze mij meesleepte.
‘Laat los, kind’ zei ze en nam mijn hand. Ik zette het op een brullen. Als ma al bang was van Gromy, wat dacht ze dan van mij.
Gromy was eng en fascinerend tegelijk. Haar ogen trokken mij naar haar toe, zij blonken als sterren. Toch durfde ik niet dichtbij te komen, stel je voor dat ik ging kwaken.

Getagged , , , , , ,

De rivale

Foto: artenjoy.punt.nl

Foto: artenjoy.punt.nl

Op een rieten stoel in de deuropening zit een vrouw. Op haar  schoot staat een houten bak met een paar aardappelen. Bij haar voeten die steken in versleten pantoffels een emmer water waar met een luide plons een geschilde pieper in valt.
‘Ik kom voor Annie,’ zegt Meek luid.
De vrouw kijkt op, het mes omhoog als om te steken.
‘Wat?’
‘Annie.’
‘Achter woont een Annieke.’

Ze wijst met het mes achter zich. Meek wringt zich langs haar heen het smalle gangetje in. Aan het eind een deur. Langzaam drukt ze de klink in, de deur piept op een kier open. Het is donker. Na een paar keer met haar ogen knipperen ontwaart ze een tafel en een paar stoelen. Op een van de stoelen zit iemand, een arm beweegt. De figuur draait haar hoofd naar de deur. Als Meeks ogen aan het duister gewend zijn, ziet ze een vrouw met los haar, dat in sprieten langs een bleek gezicht hangt.
‘Proost,’ zegt het hoofd en tilt een glaasje naar Meek op, ‘leuk dat je er bent, ga zitten.’
Meek neemt een stoel, ziet dat er een gat in de rieten zitting zit, pakt de ander met drie poten en zet deze naast Annie.
In een hoek hangt iets bekends aan de muur. Die vrolijke kleuren, dat kent ze. Verdomd als het haar harlekijn niet is.
‘Wil je ook een glaasje?’ vraagt de vrouw en pakt de jeneverfles, ‘daar staat nog wel een kroes of zo.’
Ze wijst naar het zwarte graniet waar een kraan drupt in een gebarsten gootsteen.
‘Ben jij Annie?’
Ja, wie ben jij?’
‘Meek.’
‘Oh ja Meek, natuurlijk.’
Annie legt haar arm om Meek heen,
‘Mannen,’ zegt ze en drinkt haar glaasje in een teug leeg.
Ze brengt haar gezicht vlakbij dat van Meek. In het vollemaansgezicht beweegt haar mondje als een vis op het droge met een alcoholkegel. Het blonde haar is vettig donker, een versleten blauwfluwelen ochtendjas zit strak om haar middel gebonden met een touw. Haar volle borsten bollen iedere keer dat zij praat op uit het decolleté van de jas alsof zij zich willen losmaken van het lijf waaraan ze vastzitten. Die borsten! Zulke heeft zij niet. Zou Joes daarom? Hij houdt van rondborstige vrouwen. Meek denkt aan haar voornemen Annie de ogen uit te krabben. Nog even wachten, de vrouw kijkt zo vriendelijk lodderig. Eigenlijk zou ze Joes op zijn kanis moeten slaan. Meek hangt haar neus boven het blikje, de inhoud ruikt naar van alles behalve naar jenever. Voorzichtig neemt ze een slokje, de brandewijn glijdt heet door haar slokdarm naar beneden en plonst in haar maag. Die roert zich. Sinds de restjes konijn van vanochtend heeft ze niets meer gegeten.
‘Waar is Joes?’
Het valt zomaar van haar lippen.
‘Ha, Joes,’ zegt Annie, ‘dat is jouw kerel? Jullie zijn al vriendjes sinds….’ ze hikt.
‘Ja, al vanaf mijn veertiende, Joes was vijftien. Hij vocht al mee in de oorlog.’
‘Ik weet het.’
Hoe weet ze dat, heeft Joes haar dat allemaal verteld? Ze is eigenlijk best aardig, Meek neemt nog een slokje.
‘Waar is hij?’
‘Waar zou hij zijn, in Leuven op de kermis natuurlijk.’
Leuven dat is ver weg, te ver om naar toe te gaan. Vanavond moet ze weer mee terug met de groenteman. Ze kijkt om zich heen, behalve het schilderijtje ziet ze niets bekends. Dat prentje neemt ze mee natuurlijk, zo meteen als ze weggaat.

Getagged , , , , , , , , , , ,

Een zilveren lepel

Foto:www.ppsimons.nl

Foto:www.ppsimons.nl

Als de hond tegen haar opspringt en de lepel op de grond valt, komt de boerenzoon naar haar toe.
‘Wat heb je daar?’
Meek kijkt op. Die rot hond, net nu de zoon van de boer er aan komt, die stiekemerd die altijd naar haar loert, moet dat beest tegen haar opspringen. Snel staat ze op en houdt de lepel achter haar rug.
‘Wat heb je daar, achter je rug?’
‘Niets.’ Meek schuift een beetje naar achteren, de hond begint weer te blaffen. Houd je waffel wil ze tegen het beest zeggen. Ze doet een paar passen bij hem vandaan. De hond blaft en gromt, opent wijd zijn bek, laat zijn tanden blikkeren en maakt aanstalten weer tegen haar op te springen.
‘Hou je maar niet van de domme, ik zag het wel hoor,’ de man grijnst, ‘de hond voelt wanneer dieven er met onze spullen van door willen gaan.’

De boer loopt om haar heen, Meek draait mee, plotseling schiet hij naar voren, pakt haar bij haar middel en draait haar hand waarin de lepel zit hardhandig om.
‘Ja, hoor, als dat niet moe’s zilveren soeplepel is.’
Meek klemt haar vingers om de lepel, een voor een maakt hij ze los en houdt het bestek voor haar neus.
‘Wat wilde je daarmee?’
‘Niets.’
De wensdroom valt in het gat in de grond voor haar. Telkens als ze denkt dicht bij haar doel te zijn, gebeurt er iets, valt hij in scherven en moet ze de stukken later bij elkaar rapen.
‘Dat zal moe niet leuk vinden,’ gaat de kinkel verder,’ze smijt je de deur uit en dat is dan nog het minste. Misschien roept ze de veldwachter. Ik denk dat ze dat doet, ‘ besluit hij.

Hij komt dichter naar Meek toe, zo dicht dat ze pruimtabak ruikt en de strontgeur van varkens.
Ze zegt niets, schuifelt heen en weer en kijkt naar de grote poriën in zijn huid. Zo groot, ze kan er makkelijk met de lepel in.

Getagged , , , , ,