Categorie archief: Korte Verhalen

De inktlap en de kroontjespen

foto: stefenfen.nl

Toen de lei langzamerhand uit de schoollokalen verdween, deed de kroontjespen zijn intrede. Het schrijven werd bij velen een kunststukje: dun omhoog en dik naar beneden. Maar het schrijven met pen en inkt had ook nadelen. Er kwamen propjes in de inktpot, waardoor er vlekken ontstonden. Dat werd vaak bestraft. Ook werd de inkpot voor ondeugende zaken gebruikt. Hoe vaak werd de vlecht van het meisje, dat voor een jongen zat, niet in de inktpot geduwd? En wat te denken van jongens, die om half 4 gist in de inktpot deden?  Dat gist deed zijn werk wel, zodat de volgende ochtend de hele bank en de vloer onder de inkt zat. 

De inktlap was een onmisbaar hulpmiddel. Vooral een nieuwe inktlap, gemaakt door moeder van verschillende lapjes met een knoop in het midden, gaf menig schoolkind een gevoel van grote vreugde. En als je ’s winters sneeuw in de inktpot deed, kon je zo mooi lichtblauw schrijven. 

Tijdens het schrijven hoorde je in de klas het geluid van de pennen die op de bodem van het inktpotje tikten. Ook hadden kinderen de gewoonte om tijdens het schrijven het schuifje van de inktpot steeds open en dicht te doen. Bij een nieuw schrift zat altijd een vloeiblad. Op de eerste bladzijde van een nieuw schrift werd prachtig geschreven. De natte inkt werd vervolgens keurig door het vloeiblad opgezogen. Als je vergat je oefeningen af te vloeien, je schrift snel dicht te klappen en in te leveren ontstonden vlekken en vegen. Voordat er een nieuwe kroontjespen werd gebruikt, moest deze eerst worden natgemaakt in de mond. Dat laatste heb ik vast nooit gedaan, ik kan het me tenminste niet herinneren. Maar ja, het geheugen…

Uit: onderwijsgeschiedenis.nl

 

 

‘Mijn vader heeft in het jappenkamp gezeten…’

jappenkamp1

Foto:nl.clipart.com

‘Mijn vader heeft in een jappenkamp gezeten en toch mag ik geen feest meer geven.’

Het gladde gezichtje van de Chinese man voor me  kreukelt ineen als een papieren hoedje in de regen.

‘Ik ben bij de politie geweest en zij zeggen dat het wel mag.’

De man vertegenwoordigt een Christelijk Indische geloofsgemeenschap die vrijwel wekelijk een bijeenkomst houdt met luid gezang en muziek aangestuwd door een geavanceerde geluidsinstallatie. De muren van de zaal waar het samenzijn wordt gehouden zijn neergezet in de jaren zestig van de 20e eeuw en niet bestand tegen zoveel kabaal.

De man komt vlakbij me staan,  zijn bovenlijf buigt, zijn benen vouwen zich, zijn gezichtje rimpelt alsof de wind eroverheen trekt, de donkere ogen spuwen vuur en knijpen samen, zijn arm komt omhoog.

Ik wijk, hij trekt zijn arm terug.

‘En jij, jij klaagt! Ik woon hier al vijftien jaar dus mag ik feestjes geven.’

Ik klaag, dat is correct.  Ik woon vlak naast de zaal en ik ben van mening dat vijftien jaar ergens wonen en een vader in een jappenkamp geen redenen zijn om de regels van het Huishoudelijk Reglement te overtreden waarin specifiek staat dat bewoners rekening moeten houden met medebewoners en geen overlast mogen veroorzaken. Bovendien heeft mijn tante ook in een jappenkamp gezeten. Zij is er gestorven. Ik ben naar haar genoemd, maar ik houd me in, wil de zaak niet op de spits drijven.

‘Niet als er te harde muziek en te veel herrie wordt gemaakt,’ antwoord ik, ‘ik heb ook rechten als bewoner.’

‘Er is geen harde muziek, ik ben bij de politie geweest en….’

Wat hij verder brabbelt wordt onverstaanbaar.

‘Jij klaagt en klaagt altijd. Wij zijn een christelijke partij en komen bij elkaar. Mijn vader heeft in een jappenkamp gezeten en daarom…’

‘Het is afgelopen met uw feestjes, u bent voldoende gewaarschuwd.’

De benen vouwen, het bovenlijf buigt, het gezichtje nadert mijn buik  alsof hij wil kopstoten, de zwarte ogen spatten vonken, zijn hand komt omhoog en suist langs mijn gezicht.

Dan deinst hij achteruit en pruttelt:

‘En toch en toch en toch, mijn vader zat in een jappenkamp en van de politie mag het.’

Getagged , , , , , , , , , ,

Vrouw Moeder

’s Avonds aan tafel praatte mijn vader als hij goede zin had met brede armgebaren over het leven van zijn Vrouw Moeder, een zigeunerin. Het laatste woord is net als vele andere woorden op het taboelijstje gezet door de politiek correcten. Ik durf ze niet eens op te schrijven uit angst donder en bliksem over mij afgeroepen te krijgen, maar dat mijn grootmama Fransje een zigeunerin was mag ik wel opschrijven want het gaat over mijn grootmama dus mijn zigeunerin.

Zij trok mee als marketentster in vele oorlogen, ze legde de tarotkaart, ze was vrolijk en nonchalant, een heerlijke eigenschap, ze was donker en klein, niet groter dan 1m50 en ze kreeg zeven kinderen met zwart krulhaar haar en blauwe ogen.

Is Fransje werkelijk met haar ouders in oorlogen meegetrokken zoals mijn vader en zijn familie beweerden? Welke dan? Zij is geboren in 1869. Welke oorlogen woedden er toen in Europa: er was de Frans-Duitse oorlog Napoleon III liet hier en daar nog wel eens wat wapens kletteren en in Amerika woedde bij haar geboorte een oorlog, maar ging ze daarheen met haar ouders? En als zij niet de marketentster was over wie mijn vader en zijn broers vertelden wie trok dan wel mee in de tros*? Haar moeder, Hendrika? Of nog verder weg in de 18e eeuw.

Lees straks in mijn roman de zoektocht die teruggaat tot 1815 over het leven van een eenvoudig meisje dat haar hoofd boven water moet zien te houden in een tijd zonder sociale vangnetten.

*)Bij een tros ging het om een civiele stoet binnen het leger, bestaande uit een enorm groot aantal mensen, lastdieren en wagens.

Getagged , , , , , , , , , , ,

Een teveel aan fantasie

foto: tripadvisor.sk

Foto:tripadvisor.sk

Mijn mama had twee dienstmeisjes: een voor het zware werk, een voor de rest en een naaister. Toen ik klein was, was ze ziek en kon het huishouden met twee kleine kinderen met slechts één hulp niet aan.Wat ze mankeerde weet ik niet, daar werd niet over gepraat. De twee meisjes heetten alletwee Annechie. Het meisje uit Hoogland werd dan ook Boeren Annechie genoemd en het andere meisje Stadse Annechie.

Boeren Annechie nodigde ons op haar bruiloft. Ik kan het me vaag herinneren hoewel ik niet ouder dan vier jaar oud geweest kan zijn. Mijn vader bracht ons weg. De bruiloft werd gehouden in een grote boerderij. Wij kwamen in een ruimte vol mensen. Het was er donker en het rook muf. Mijn moeder sprak met een aantal mensen, ik hield me angstigvallig vast aan haar rok. Ze had een cadeau voor Annechie.

Met de bus zijn we weer naar huis gegaan. Dat vond ik reuze spannend, gewoonlijk gingen we met de auto. Of Boeren Annechie lang bij ons gebleven is weet ik niet. Toen ik mijn moeder jaren later vroeg naar de bruiloft van Annechie kon zij het zich niet meer herinneren en zei dat ik het mij verbeeldde.

Mij werd altijd een teveel aan fantasie verweten, tegenwoordig heet dat creatief.

Getagged , , , , ,

Huispersoneel in de 19e eeuw

Dienstmeisje met dienblad, serveert drankjes
Ein Schokoladenmadchen Foto; de.wikipedia.org

 

Heerlijk een gedienstige die alles voor je doet, al je rommel achter je gat opruimt en schoonmaakt en poetst waar jij een hekel aan hebt.

Om die gedachten enigszins te relativeren hieronder een stukje over het houden van dienstbodes in de 19e eeuw.

Dat huispersoneel vanzelf sprak, betekende nog niet dat alles koek en ei was. ‘Onze gedienstigen zijn niet meer wat ze vroeger waren,’ klaagt de schrijfster van een etiquetteboek uit 1893. Haar stem maakt deel uit van een voortdurende klaagzang, een litanie zonder eind over het ‘leed dat dienstbode heet’ die teruggaat tot Noach en doorgaat tot het hele verschijnsel is verdwenen.

De meid is niet eerlijk of niet stipt genoeg, is brutaal of zit met haar vrijer in de keuken, zij poetst het zilver niet goed of zij eet te veel, zij kleedt zich verkeerd of leert de kinderen vieze woorden, kortom, met de meid is (bijna) altijd wat. Veel huishoudens zien dan ook een schrikbarend snelle opeenvolging van gedienstigen, elke drie maanden wel. Drie maanden is een voor de hand liggende periode omdat in veel streken vanouds ééns in de drie maanden (op 1 mei, 1 augustus, 1 november en 1 februari) betaald werd. Benijdenswaardig waren dames die, zoals mevrouw Ceurigh, een ‘oude getrouwe’ hadden, liefst een die reeds in de tweede generatie aan de familie verbonden was. Knapper nog was het als een huisvrouw het vermogen bezat om goed personeel te kiezen en dat lang bij zich te houden, to keep staff, zoals de Engelsen zeggen. Wie dat kon, was van de helft van alle huiselijke zorgen al bevrijd.

Want het gouden tijdperk, waarin de meisjes talrijk en dienstwillig waren (en nooit weggingen tot zij eruit werden gezet), heeft natuurlijk nooit bestaan.

Bron: https://www.dbnl.org/tekst/mont023leve01_01/mont023leve01_01_0009.php

Getagged , , , , , , , , ,

Stress in de mailbox en wat doe je eraan?

foto: me.me

Mijn mailbox stroomt vol met recensies, achtergrondverhalen van diverse kranten en tijdschriften. De rode banners die zij over de artikelen aanbrengen om mij tot abonnee te maken storen niet, althans ik doe alsof zij mij niet storen. Sommigen media hanteren restricties. Zo mag ik van de NRC maar vijf artikelen gratis in de maand lezen, van het FD ook, maar is de Elsevier ruimhartiger. Als ik tijd had nam ik daarom een abonnement op de Elsevier. Soms komt ook een artikel uit Elsevier niet verder in beeld dan de eerste vijf regels waarin de hoofdlijn staat. Vijf regels is dus genoeg. Vaak wordt over veel van hetzelfde geschreven, de krant moet tenslotte vol. Al de punten en komma’s van het politiek gehannes, het haantjes gekraai en gegraai moeten paginabreed worden uitgemeten. Mijn hersenen worden volgepropt met desinformatie zoals de lever van een Franse gans wordt vetgemest. https://www.dierenbescherming.nl/spreekbeurt-gansgans 2.jpgDe gans wordt beschermd door de Dierenbescherming, maar wij arme consumenten, wat geeft al die data ons, behalve het beeld van een onbetrouwbare wereld om te beginnen bij ons eigen land.

Ik heb wel iets geleerd van al die teksten, namelijk diagonaal lezen. Bij het lezen gaan mijn ogen schuin door een tekst, die zich zo aan mijn brein vastzuigt. Als een item mijn aandacht trekt, lees ik wel de hele alinea. Het scheelt tijd, die je weer aan iets anders kunt besteden.

Getagged , , , , , , , ,

Ratatouille Radio 13 februari

Origineel, even geen OS

Ratatouille TV & Radio

allman

Dinsdag 13 februari gaan we tussen 18:00 en 19:00 veel leuke muziek draaien van bands en artiesten uit de jaren 60 en 70 die met de letter A beginnen. We laten de hits links liggen dus je kunt volop genieten van de onbekendere pareltjes van deze artiesten. Luister tegen die tijd live op: Stads FM of op 106.8 in de ether of op 103.3 op de kabel.

View original post

Een ‘grain de beauté’ (2)

vlekje3De dermatoloog feliciteert mij dat ik op tijd bij haar ben gekomen.

Als ik thuis kom maak ik een foto van mijn wang en vergelijk deze met een foto van jaren geleden. Hij is groter geworden, donkerder en aan de randen zitten pootjes.
Ik google ‘moedervlek’, bekijk de afbeeldingen, lees de verhalen en word misselijk.

Omdat er brand uitbreekt in het pand van de kliniek in mijn woonplaats word ik verwezen naar Hoorn. Een vriendelijke dermatoloog ontvangt mij. Zij bekijkt mijn wang en zegt dat het er niet slecht uitziet.
‘Het zou mij verbazen als het ernstig is.’
In de operatiekamer snijdt zij snel en vaardig het euvel en de erom heen liggende huid weg en naait de zaak weer aan elkaar.
‘Wat denkt u?’ vraag ik.
‘Het lijkt goedaardig, maar het laatste woord is aan de patholoog. Over een week worden de hechtingen verwijderd en krijgt u de uitslag.’

Na een week is de uitslag nog niet binnen.
‘U wordt gebeld,’ zegt de vrouw, die de hechtingen verwijdert.
Als ik na een paar dagen nog steeds niets gehoord heb, bel ik naar Hoorn.
‘Er is een mail binnengekomen met uw naam,’ zegt een meisje.
‘Kunt u mij zeggen wat erin staat of mij doorverbinden met de dermatoloog?’
‘De dokter is bezig, ik kan u niets zeggen, dat moet de dokter doen.’
Ik dring aan, het meisje geeft toe,
‘Ik ga overleggen of ik u de uitslag mag geven.’

Ik wacht..

Getagged , , , ,

Van ganzenveer tot computer

foto: Jalta

Het begon met de ganzenveer. Daarna kwam de kroontjespen. De computer, de tablet en de Steve Jobs school waren nog verre toekomstmuziek

De geschiedenis van het Nederlandse onderwijs begon in de 8e eeuw toen de Frankische vorst Karel de Grote een wet uitvaardigde, waarin bepaald werd dat alle Frankische jongens moesten kunnen lezen, schrijven, zingen en bidden. In die periode ontstonden steeds meer kloosterscholen, gesticht door missionarissen uit Engeland, waaronder Willibrord en Bonifatius. Van uitgebreid onderwijs was nog geen sprake. In de 12e eeuw werd bepaald dat elke parochie een schoolmeester moest aanstellen. De door de parochie aangestelde schoolmeester was meestal de koster, die de jongens wat leerde lezen en schrijven. De schoolmeester was zeer streng en lijfstraffen waren toen heel ‘gewoon’.

In de 15e eeuw werden de parochiescholen steeds vaker overgenomen door de steden, die eigen scholen stichtten. In die periode gingen ook steeds meer meisjes naar school. De leerlingen kwamen vooral uit de stedelijke burgerij. Verder kregen kinderen van rijke en adelijke families dikwijls thuisonderwijs van gouvernantes.

Kinderen die tot een lagere klasse behoorden of op het platteland woonden, gingen toen nauwelijks naar school. Zij moesten hard werken; thuis, op het land of de boerderij, en voor school was geen geld. Kinderarbeid was toen heel ‘gewoon’ en gebruikelijk.

Van ganzenveer tot computer en tablet

In de Middeleeuwen leerden de leerlingen schrijven met ganzenveer en inkt. Daarvoor moesten zij goed kunnen lezen en spellen. Dat was zeker niet eenvoudig, want het schrijven met een ganzenveer en inkt diende secuur te gebeuren. De leerlingen leerden eerst schrijven op een wastafeltje.

Dit was een houten of metalen plaatje waarop een laagje was werd aangebracht. Met een stylus, een soort metalen pen, kerfde de leerlingen woorden in de waslaag. (Met een stylus schrijven wij tegenwoordig op een tablet)

Leren schrijven was duur en niet voor iedereen weggelegd. Aan het begin van de negentiende eeuw werd de ganzenveer vervangen door de kroontjespen. Schrijven met een kroontjespen was eenvoudiger. Schrijfles was voortaan een vast onderdeel van het Nederlandse onderwijs. Later werd de kroontjespen vervangen door een vulpen, potlood of balpen, en tegenwoordig steeds vaker door computer en tablet.

Bron: http://www.historien.nl

 

Getagged , , , , , , , , , , , , ,

De Veldwachter

foto:ifthenisnow.eu

Nederland kende sinds de Franse tijd gemeenteveldwachters en rijksveldwachters. De eersten hadden alleen bevoegdheden binnen de eigen gemeente, en daarom waren gemeenteveldwachters vaak tevens aangesteld als onbezoldigd rijksveldwachter.

De Nederlandse gemeenten vonden de functie van gemeenteveldwachter niet erg belangrijk. De veldwachter was dan ook nauwelijks een professionele politieman. Hij werd slecht betaald en boezemde waarschijnlijk weinig ontzag in. Vaak moest een veldwachter in zijn doorgaans versleten uniform vragen of hij op kosten van de gemeente na jaren een nieuwe uniformjas mocht kopen.

Gemiddeld verdiende een veldwachter rond 1900 zo’n 250 gulden per jaar, wat laag genoemd kan worden. Verschil qua inkomen was afhankelijk van de neventaken. Was de veldwachter ook bode en opzichter bij openbare werken, dan kreeg hij toeslagen van 25 tot 50 gulden per jaar.

Vanaf de jaren 1930 trad een zekere professionalisering in. Zo had de veldwachter recht op dertig gulden rijwielvergoeding, vijftig gulden diplomatoelage, honderd gulden uniformgeld, vrije woning en medische behandeling.

De nieuwe veldwachter stond ook niet meer overal alleen voor. Bij bijzondere gelegenheden waarbij meer mankracht nodig was om de orde te handhaven, bijvoorbeeld de kermis, stonden rijksveldwachters van het district of leden van de Koninklijke Marechaussee hem bij. De veldwachter werd vanaf de jaren dertig ook ingezet als armbezoeker/controleur.

In 1943 werd de gemeenteveldwachter bij de marechaussee ondergebracht.

 

Kort, A.L. (2010) Bromsnor in Zeeland. Een geschiedenis van de gemeenteveldwacht 1795-1943. Vlissingen.

 

Bron: wikipedia

Getagged , , , , ,