Categorie archief: Korte Verhalen

Gelukkig

wijkkrantlogo
Met veel moeite ben ik hier gekomen en ga niet meer weg. Zeker niet na de ontberingen die ik heb moeten doorstaan.

Voor de overtocht van Libië naar Italië moest ik zo’n duizend dollar neerleggen. Dan zit je met krijsende kinderen en vrouwen hutjemutje op elkaar in een lekke rubberboot. Die duizend dollar is goedkoop begreep ik later van anderen. Vanuit Turkije kost het wel zesduizend dollar en zit je twaalf dagen in zo’n varend kerkhof. Daar moet je toch niet aan denken, de vijftien uur dat ik in die schuit zat hebben mij toch al gauw een paar jaar van mijn leven gekost. Natuurlijk zinkt het kreng in het zicht van de haven. Gelukkig werden wij opgepikt door een reddingsboot die in de omgeving rondvoer. De vrouw naast mij verdronk met haar kind. Ik zag ze gaan, ik kon mij gelukkig vastklampen aan een reddingsboei en ontkwam aan de verdrinkingsdood.

Wij voeren wekenlang over zee voordat we ergens aan land konden. Het voedsel en water raakten op. Gelukkig wist ik altijd nog wel iets te ritselen. Vanuit Spanje ben ik gaan liften naar het noorden naar Nederland. Daar geven ze je geld en een huis, dus daar moet je zijn.

Helaas toen ik in Nederland aankwam stopten ze me in een soort van inrichting met veel andere vluchtelingen. Gelukkig kwam ik wel aan mijn gerief totdat mij werd verteld dat ik terug moest naar mijn land.

Gelukkig ben ik toen ontsnapt naar de hoofdstad. Daar kraak ik met medestanders leegstaande panden. Gelukkig zijn ze in de hoofdstad gek en kunnen wij onze gang blijven gaan. We hoeven zelfs niet meer te kraken maar worden ondergebracht. Ik ga naar Buitenveldert en krijg onderdak, geld en eten, maar moet werken aan mijn terugkeer. Haha, mij krijgen ze niet meer weg.

Getagged , , , , , , , , , ,

De hoofdinkomsten van de retiradejuffrouw

In het Parool stond enige tijd geleden een artikel over een vrouw die tijdens de drukte van de Gayparade bij de openbare toiletten was gaan zitten met een schoteltje voor zich en zo geld ophaalde. Zomaar legden wc-bezoekers € 0,50 op dat schoteltje. De politie kwam er aan te pas en constateerde dat er geen sprake was van oplichting want de vrouw had niet gevraagd om geld, ze was er gewoon gaan zitten en men had haar het geld gegeven. Dus was dat een vrijwillige bijdrage geweest.

Laatst bezocht ik de toiletten in een groot gebouw. Om de hoek uit het zicht van de gehaaste bezoeker zat een dame aan een tafeltje waarop een schoteltje met wat geld. De truc is denk ik dat er op het schoteltje een paar grijpstuivers liggen die de wc-gebruiker aansporen om er een paar eurocenten bij te leggen. Een slimmigheidje. Net zoals graffiti dwingt tot meer muurschilderingen dwingen een paar munten op een bordje tot geven. Bij dit schoteltje stond nog een kaartje waarop met grote letters € 0,20 stond geschreven.

Toen de vrouw mij zag aarzelen, zei ze:

” € 0,20 is niet duur voor het schoonhouden van de wc.”

Daar heeft ze een punt. Maar stel nu dat er in dat gebouw 500 bezoekers per dag komen die allemaal naar die wc gaan en 0,20 cent fooi geven kan het dan niet wat goedkoper zou je denken? Het wordt een andere zaak als de vrouw een zzp’er is en dit haar hoofdinkomsten zijn dan zijn die 0,20 cent een aalmoes zelfs bij zoveel toiletbezoekers.

Het schoonhouden van plees is natuurlijk stront onguur en beslist wel een fooi waard, maar het artikel in het Parool maakt me wantrouwig. Is die vrouw daar gewoon gaan zitten om geld op te halen of maakt ze echt de wc’s schoon? Die waren schoon, had zij dat gedaan of was dat het werk van de schoonmaakploeg van het bedrijf? Wie zal het zeggen, de volgende keer maar weer eens naar de wc in dat gebouw.

Getagged , , , , , , , , , , ,

Schwarzenegger

Een luide zoem kondigt mijn entree aan bij de nieuwe sportschool Anytime fitness. Een gespierde boy nadert. Als ik dichtbij de man ben aangekomen stopt de zoem zijn kabaal.

De personal trainer, want dat staat op de rug van de gespierde boy troont mij mee naar de kleedkamers maar niet voordat hij met argusorgen naar mijn pas heeft gekeken en mij allerlei vragen heeft gesteld: of ik wel een aanmeldingsformulier heb getekend, een handdoek bij me heb en of ik de regels wel ken? Wat denkt die Schwarzenegger eigenlijk, dat ik een groentje ben?

Wijsneuzig laat ik hem mij de kleedkamers aanwijzen en start de training. De loopband en de crosstrainer wijzen zich vanzelf, de andere werktuigen zien er onbekend uit. Ik besluit Spiermans op te zoeken. Spiermans doet alsof hij het druk heeft, maar wijst mij toch met enige frisse tegenzin de werking van een paar martelwerktuigen. En kijk eens aan hij lacht er zelfs bij. Hij wordt gered door de telefoon en blijft vervolgens onzichtbaar althans voor mij.

Ik ben dat anders gewend, maar een grote meid redt zichzelf en collegasporters zijn niet te beroerd mij te helpen.

In de zaal van de grondoefeningen kom ik Schwarzenegger weer tegen, hij paradeert voor mij heen en weer en rolt zijn spieren. Het moet gezegd, petje af: indrukwekkend!

Moe maar voldaan zak ik neer in de ‘gezellige koffiehoek’ en krijg ik een koffie van een medetrainer. Monter trap ik onder een loodgrijze hemel waaruit loodrecht water valt terug naar Buitenveldert.

Je bent een stoere meid of je bent het niet.

Getagged , , , , , , , ,

‘De tijd is van onszelf’ (Seneca)

Marmeren Borstbeeld van Seneca, anonieme beeldhouwkunst van de 17e eeuw, Museo Nacional del Prado. Van wikipedia

Om zes uur gaat de wekker. Van die bel moet ik mijn bed uitspringen om naar de sportschool te gaan. Dat is een mooi voornemen.

Niet naar de sportschool dan achter de computer om berichten te beantwoorden, stukjes te schrijven, een column voor te bereiden, een kort verhaal op te zetten en heel belangrijk: uitgevers aan te schrijven en mijn manuscript op te sturen.

Vervolgens een lijstje opstellen voor de boodschappen om gasten van die avond iets eetbaars voor te zetten. Wanneer ik ondanks het lijstje toch iets vergeet, nog eens naar de supermarkt fietsen. De dichtstbijzijnde scheelt een hoop in tijd maar ook in geld. Waar kies je voor?

Het huis aanvegen hoeft niet, beter stofzuigen de dag na het bezoek, scheelt tijd die ik gebruik om de zorgverzekering te bellen over vijf fysiosessies die betaald moeten worden uit het eigen risico want zij worden niet gedekt door de aanvullende verzekering. Waartoe dient een ****aanvullende verzekering waarin maar liefst zevenentwintig fysiosessies zijn ondergebracht als de therapeut zijn geknijp en gestrek etiketteert in de basisverzekering? Dan rinkelen de kassabellen en die moeten uitgezet. Vandaar de gesprekken: van verzekering naar therapeut, die met vakantie is dus moet een ander het probleem oplossen.

In de keuken aan de slag met de avondmaaltijd. Plannen zit in mijn genen en in mijn sterrenbeeld dus die maaltijd maak ik tijdig klaar. Zo kan ik tijdens het eten aanschuiven en gezellig mee kletsen eten en drinken.

Vriend wil als de gasten weg zijn nog even naar een goeie actiefilm kijken. Ik ga na naar bed en zet de wekker om zes uur want de planning is dat ik de volgende dag vroeg naar de sportschool ga. Voordat ik ga slapen lees ik dit fragment van Seneca uit zijn brieven aan Lucillius:

‘Noem mij eens iemand die wat overheeft voor tijd, die een dag op waarde schat, die snapt dat hij elke dag stervend is. Alle jaren achter ons zijn al domein van de dood. Je bent minder afhankelijk van de dag van morgen wanneer je beslag legt op die vandaag. Door uitstel snelt het leven voorbij. Alles is van anderen, maar de tijd is van onszelf. Dus pak ieder uur.’

Ik zit op de rug van een renpaard, een mooie arabier, die maar rent en rent en plotseling stilstaat op een duin. Hij steigert en brengt een ratelend geluid voort. Ik dreig te vallen, houd mij vast aan zijn manen. Mijn arabier ratelt maar door. Ik strek mijn hand uit geef een klap op de tijd en draai me nog eens om.

Getagged , , , , , , , , ,

Claiming

metoo

Hij heeft onlangs zijn vrouw verloren. Ik ga een koffie met hem drinken en vraag hoe het met hem gaat? Hij is vrolijk, komt dichtbij me zitten en nodigt me uit voor een dinertje bij hem thuis. Na het eten vraagt hij of ik wil meegaan naar nog een diner later die week en naar een museum ook later die week. Ik aarzel, zeg nee, hij houdt aan noemt andere data: de week erop, de week daarop.
‘Het is zo fijn met jou, je bent zulk goed gezelschap. Dat heb ik nodig.’
Hij komt dichtbij zitten. Ik schuif een stukje op, zucht en stem in met het museum.

‘Mijn vrouw had heel mooie stukken, werkelijk prachtige jurken, ze zouden jou fantastisch staan.’
Hij buigt voorover, ik strek naar achteren. Hij gaat rechtop staan.
‘Ze zijn te groot,’ zeg ik beslist, ‘ze had toch maat 42?’
‘Ja, maar het past jou wel hoor.’
Hij buigt weer naar mij toe, ik buig naar achteren en schuif iets opzij. Hij komt naast me zitten, heel dichtbij. Ik voel zijn warmte en ruik zijn lichaamsgeur. Ik schuif nog een stukje verder naar links. Zijn hand nadert mijn gezicht en landt op mijn neus.
‘Je bent zo’n guiterd. Het lijkt me zo fijn als jij haar kleren draagt.’
Ik kijk naar links, verder schuiven kan niet. Ik sta op.
‘We hebben nog niet alles gezien.’ Ik loop een zaal in, hij volgt.

Aan het einde van de dag zegt hij,
‘Het was een fantastische dag, ik zou graag weer met je weggaan.’
‘Het spijt me Jos maar deze keer was het al moeilijk genoeg me vrij te maken. Ik heb het te druk. Ik ben bezet tot het einde van augustus en nu moet ik gaan mijn vriend wacht op me. Zijn gezicht nadert, hij tuit zijn lippen. Ik zoen ergens in de lucht open het portier en vlieg weg.

Een paar dagen later een mail:
‘Er zijn een paar mooie balletvoorstellingen met Hans van Manen aanstaande vrijdag? Het zou fantastisch zijn als je meeging.’
‘Sorry Jos, maar ik heb het echt te druk, ik ga een paar dagen weg met mijn vriend, ik heb geen tijd.’

Dan kom ik hem tegen op een evenementendag van het bedrijf waarvoor wij werken.
Hij komt naast me zitten, schuift steeds dichterbij. Ik bereik de hoek van de tafel.
Als het evenement is afgelopen giet het van de regen, ik ren naar het dichtstbijzijnde cafe. Alsof hij aan me zit vastgeplakt rent hij met me mee, schuift aan mijn tafel.
‘Waar heb je het zo druk mee?’ vraagt hij.

Getagged , , , , , , , , ,

Een naaiatelier (fragment uit mijn roman)

Isaac Isreaels In de mode
gemeentemuseum.nl

Mooi is Antwerpen, uitbundiger dan Tilburg. De zon doet zijn best en schijnt vrolijk over de trapgeveltjes en het statige stadhuis met zijn beelden en nissen.
Meek loopt door een smal steegje en dan nog een en nog een. De steegjes worden enger en smeriger. Vreemd, zo’n omgeving lijkt haar niks voor Annie. Die was toch zo chic volgens Joes, Meeks vriend met wie ze een haat/liefde-verhouding heeft. Annie maakte zulke prachtige kleren dat heel deftig Antwerpen bij haar op de stoep stond, zei hij. Nou voor deze stegen zal de chic zijn neus optrekken.
Misschien is Joes er ook, bedenkt Meek. Hoe verder ze loopt, hoe zenuwachtiger ze wordt. Het steegje wordt donkerder en nog nauwer. Het vocht druipt van de zwarte stenen van de huizen. Het is druk met kwajongens die achter een wiel aanlopen, een schreeuwende straatventer, vrouwen met manden en een man met een bezem. Meek waadt door de modder en probeert de goot in het midden te vermijden waarin urine en uitwerpselen drijven. Zo donker was het toch niet de keer dat ze met Joes op bezoek was in het atelier? Ze herinnert zich een brede straat waar het een drukte van belang was met rijtuigen en open landauers. Het atelier bevond zich in een souterrain vlakbij een groot plein..

De straat wordt breder, komt uit op een plaats. Voor een hoog huis staan twee vrouwen in tamelijk los tenue. Meek stapt op ze af,
‘Ik zoek Annie,’
Een van de vrouwen wijst naar binnen naar een lange gang, ze wil nog iets zeggen, maar een kerel spreekt de vrouw aan. Meek loopt de gang in. Stemmen.Overal. Geroezemoes van mannenstemmen. Een versleten loper leidt naar een trap waarop kerels staan. Op iedere trede staat er een. Soms wel twee naast elkaar. Uit een deur aan het eind van de gang komt een vrouw met zwart geverfd haar. Ze heeft een bontje om haar nek en draagt een strak paars jasje en een rode rok. Ze kijkt naar de trap,
‘Rustig iedereen. Voor wie herrie maakt is daar het gat van de deur’
Haar schelle stem snijdt dwars door Meek heen. De vrouw staat stil en kijkt omhoog. Meek ziet haar mond bewegen: ze telt. Dan zet ze zich weer in beweging.
‘We hebben meiden genoeg,’ zegt ze tegen Meek.
‘Ik zoek Annie,’
‘Annie?’ de vrouw kijkt weer naar de trap met mannen.
‘Annie is bezig, ze kan niet gestoord worden.’
De vrouw loopt door. Om niet met haar in aanvaring te komen, doet Meek een paar passen achteruit en drukt zich dan tegen de muur. De vrouw schuift langs haar heen, het bontje kriebelt even in Meeks neus, een geurtje drijft haar neusgaten in.
Bij de deur aangekomen begint de vrouw te schelden tegen de twee meisjes die buiten staan te kletsen met een paar mannen.
‘Hou op met klappen, naar binnen, aan het werk,’
De meisjes trekken hun peignoir dichter om zich heen en weten niet hoe snel ze langs Meek naar binnen moeten. Een van hen trekt een man achter zich aan.

Goddank, denkt Meek, ik ben tenminste zelfstandig, je zal toch in handen vallen van zo’n Madam.

Getagged , , , , , , ,

100 jaar OBA

 

 

 

Terwijl het jazztrio Pellegrini zijn sound ten gehore bracht stroomde de zaal van de bibliotheek aan het Roelof Hartplein langzaam vol. Bij aanvang kon je er probleemloos een kanon afschieten. Ik deed dan ook een flinke aanslag op de uitgestalde bordjes met roomsoesjes. Aan een van de vele taartjes die op liefhebbers stonden te wachten kwam ik toen niet meer toe, maar daaruit kon ik afleiden dat het een drukte van belang zou worden en dan niet alleen om te luisteren naar de jazzklassiekers met moderne sound en improvisaties van het trio Pellegrini maar ook vanwege het gesprek van OBA directeur Martin Berendse met de schrijfsters van het boek ‘Amsterdammers en hun bibliotheek.’ in het kader van het 100-jarig bestaan. Dat onderdeel van het programma was mij geheel ontgaan in het programmaboekje maar het bleek een belangrijke aanvulling van mijn kennis over de ontstaansgeschiedenis van de bibliotheek in de afgelopen 100 jaar. Ondanks het voor mij zittende reusachtige obstakel slaagde ik erin beelden op te vangen van de bibliotheek door een eeuw heen.

OBA heeft het woord bibliotheek vervangen constateerde ik en het vertrouwde woord Bieb lijkt helemaal uit te zijn. Het is de OBA waar je boeken kunt lenen, even de krant kan lezen op de computer kunt pingelen of een e-book lenen. De Bieb is in de nevel van een eeuw verdwenen.

Na afloop sprak ik bij een goed glas wijn met Martin Berendse over de OBA die zal verrijzen aan de Zuidas. Dat neemt niet weg, zo zei hij, dat in Buitenveldert een vestiging zal blijven al is het waarschijnlijk niet aan de VanWeldammelaan maar op een plek midden in de wijk die goed toegankelijk zal zijn voor eenieder.

Daarop hieven wij het glas en namen nog een hapje. Welgedaan en goedgemutst ging ik op huis aan.

Getagged , , , , , , , , ,

De inktlap en de kroontjespen

foto: stefenfen.nl

Toen de lei langzamerhand uit de schoollokalen verdween, deed de kroontjespen zijn intrede. Het schrijven werd bij velen een kunststukje: dun omhoog en dik naar beneden. Maar het schrijven met pen en inkt had ook nadelen. Er kwamen propjes in de inktpot, waardoor er vlekken ontstonden. Dat werd vaak bestraft. Ook werd de inkpot voor ondeugende zaken gebruikt. Hoe vaak werd de vlecht van het meisje, dat voor een jongen zat, niet in de inktpot geduwd? En wat te denken van jongens, die om half 4 gist in de inktpot deden?  Dat gist deed zijn werk wel, zodat de volgende ochtend de hele bank en de vloer onder de inkt zat. 

De inktlap was een onmisbaar hulpmiddel. Vooral een nieuwe inktlap, gemaakt door moeder van verschillende lapjes met een knoop in het midden, gaf menig schoolkind een gevoel van grote vreugde. En als je ’s winters sneeuw in de inktpot deed, kon je zo mooi lichtblauw schrijven. 

Tijdens het schrijven hoorde je in de klas het geluid van de pennen die op de bodem van het inktpotje tikten. Ook hadden kinderen de gewoonte om tijdens het schrijven het schuifje van de inktpot steeds open en dicht te doen. Bij een nieuw schrift zat altijd een vloeiblad. Op de eerste bladzijde van een nieuw schrift werd prachtig geschreven. De natte inkt werd vervolgens keurig door het vloeiblad opgezogen. Als je vergat je oefeningen af te vloeien, je schrift snel dicht te klappen en in te leveren ontstonden vlekken en vegen. Voordat er een nieuwe kroontjespen werd gebruikt, moest deze eerst worden natgemaakt in de mond. Dat laatste heb ik vast nooit gedaan, ik kan het me tenminste niet herinneren. Maar ja, het geheugen…

Uit: onderwijsgeschiedenis.nl

 

 

‘Mijn vader heeft in het jappenkamp gezeten…’

jappenkamp1

Foto:nl.clipart.com

‘Mijn vader heeft in een jappenkamp gezeten en toch mag ik geen feest meer geven.’

Het gladde gezichtje van de Chinese man voor me  kreukelt ineen als een papieren hoedje in de regen.

‘Ik ben bij de politie geweest en zij zeggen dat het wel mag.’

De man vertegenwoordigt een Christelijk Indische geloofsgemeenschap die vrijwel wekelijk een bijeenkomst houdt met luid gezang en muziek aangestuwd door een geavanceerde geluidsinstallatie. De muren van de zaal waar het samenzijn wordt gehouden zijn neergezet in de jaren zestig van de 20e eeuw en niet bestand tegen zoveel kabaal.

De man komt vlakbij me staan,  zijn bovenlijf buigt, zijn benen vouwen zich, zijn gezichtje rimpelt alsof de wind eroverheen trekt, de donkere ogen spuwen vuur en knijpen samen, zijn arm komt omhoog.

Ik wijk, hij trekt zijn arm terug.

‘En jij, jij klaagt! Ik woon hier al vijftien jaar dus mag ik feestjes geven.’

Ik klaag, dat is correct.  Ik woon vlak naast de zaal en ik ben van mening dat vijftien jaar ergens wonen en een vader in een jappenkamp geen redenen zijn om de regels van het Huishoudelijk Reglement te overtreden waarin specifiek staat dat bewoners rekening moeten houden met medebewoners en geen overlast mogen veroorzaken. Bovendien heeft mijn tante ook in een jappenkamp gezeten. Zij is er gestorven. Ik ben naar haar genoemd, maar ik houd me in, wil de zaak niet op de spits drijven.

‘Niet als er te harde muziek en te veel herrie wordt gemaakt,’ antwoord ik, ‘ik heb ook rechten als bewoner.’

‘Er is geen harde muziek, ik ben bij de politie geweest en….’

Wat hij verder brabbelt wordt onverstaanbaar.

‘Jij klaagt en klaagt altijd. Wij zijn een christelijke partij en komen bij elkaar. Mijn vader heeft in een jappenkamp gezeten en daarom…’

‘Het is afgelopen met uw feestjes, u bent voldoende gewaarschuwd.’

De benen vouwen, het bovenlijf buigt, het gezichtje nadert mijn buik  alsof hij wil kopstoten, de zwarte ogen spatten vonken, zijn hand komt omhoog en suist langs mijn gezicht.

Dan deinst hij achteruit en pruttelt:

‘En toch en toch en toch, mijn vader zat in een jappenkamp en van de politie mag het.’

Getagged , , , , , , , , , ,

Vrouw Moeder

 

 

’s Avonds aan tafel praatte mijn vader als hij goede zin had met brede armgebaren over het leven van zijn Vrouw Moeder, een zigeunerin. Het laatste woord is net als vele andere woorden op het taboelijstje gezet door de politiek correcten. Ik durf ze niet eens op te schrijven uit angst donder en bliksem over mij afgeroepen te krijgen, maar dat mijn grootmama Fransje een zigeunerin was mag ik wel opschrijven want het gaat over mijn grootmama dus mijn zigeunerin.

Zij trok mee als marketentster in vele oorlogen, ze legde de tarotkaart, ze was vrolijk en nonchalant, een heerlijke eigenschap, ze was donker en klein, niet groter dan 1m50 en ze kreeg zeven kinderen met zwart krulhaar haar en blauwe ogen.

Is Fransje werkelijk met haar ouders in oorlogen meegetrokken zoals mijn vader en zijn familie beweerden? Welke dan? Zij is geboren in 1869. Welke oorlogen woedden er toen in Europa: er was de Frans-Duitse oorlog, Napoleon III liet hier en daar nog wel eens wat wapens kletteren en in Amerika woedde bij haar geboorte een Burgeroorlog, maar ging ze daarheen met haar ouders? En als zij niet de marketentster was over wie mijn vader en zijn broers vertelden wie trok dan wel mee in de tros*? Fransjes’ moeder, Hendrika? Of nog verder weg in de 18e eeuw.

Lees straks in mijn roman de zoektocht die teruggaat tot 1815 over het leven van een eenvoudig meisje dat haar hoofd boven water moet zien te houden in een tijd zonder sociale vangnetten.

*)Bij een tros ging het om een civiele stoet binnen het leger, bestaande uit een enorm groot aantal mensen, lastdieren en wagens.

Getagged , , , , , , , , , , ,