Categorie archief: Zorg

Wie bedacht de eerste waterleiding?

We genieten al meer dan 150 jaar van kraanwater in Nederland. In 1853 zorgde Jacob van Lennep voor de eerste waterleiding. Vanuit de Duinen van Haarlem naar Amsterdam, om zo iets te doen aan het slechte drinkwater in de stad.

Jacob van Lennep (een bekende schrijver en advocaat) kreeg het idee van het aanleggen van de waterleidingen nadat hij op een zomerse dag een vers glas duinwater van zijn vrouw kreeg. Dat kon je toen in de buurt van Haarlem uit een pomp halen. Ook waren de bierbrouwers in Amsterdam aanleiding tot het eerste waterleidingnet.

(Geplaatst op 03:00h in Kraanwateruniversiteit, Nog meer weetjes door tom niekamp)

Zoals dat geldt voor wel meer historische anekdotes, is het verhaal te mooi om waar te zijn. Maar het staat buiten kijf dat Jacob van Lennep een doorslaggevende rol speelde bij de oprichting van het eerste drinkwaterbedrijf: de Amsterdamse Duinwater Maatschappij. Het eerste tappunt was bij de Willemspoort (de huidige Haarlemmerpoort). Hier werd duinwater voor één cent per emmer verkocht. Vanaf 1853 pompte de Amsterdamse Duinwater Maatschappij steeds meer kubieke meters schoon duinwater naar de hoofdstad.

Bron: kraanwater.nu

Getagged , , , , ,

Een ‘grain de beauté’ (2)

vlekje3De dermatoloog feliciteert mij dat ik op tijd bij haar ben gekomen.

Als ik thuis kom maak ik een foto van mijn wang en vergelijk deze met een foto van jaren geleden. Hij is groter geworden, donkerder en aan de randen zitten pootjes.
Ik google ‘moedervlek’, bekijk de afbeeldingen, lees de verhalen en word misselijk.

Omdat er brand uitbreekt in het pand van de kliniek in mijn woonplaats word ik verwezen naar Hoorn. Een vriendelijke dermatoloog ontvangt mij. Zij bekijkt mijn wang en zegt dat het er niet slecht uitziet.
‘Het zou mij verbazen als het ernstig is.’
In de operatiekamer snijdt zij snel en vaardig het euvel en de erom heen liggende huid weg en naait de zaak weer aan elkaar.
‘Wat denkt u?’ vraag ik.
‘Het lijkt goedaardig, maar het laatste woord is aan de patholoog. Over een week worden de hechtingen verwijderd en krijgt u de uitslag.’

Na een week is de uitslag nog niet binnen.
‘U wordt gebeld,’ zegt de vrouw, die de hechtingen verwijdert.
Als ik na een paar dagen nog steeds niets gehoord heb, bel ik naar Hoorn.
‘Er is een mail binnengekomen met uw naam,’ zegt een meisje.
‘Kunt u mij zeggen wat erin staat of mij doorverbinden met de dermatoloog?’
‘De dokter is bezig, ik kan u niets zeggen, dat moet de dokter doen.’
Ik dring aan, het meisje geeft toe,
‘Ik ga overleggen of ik u de uitslag mag geven.’

Ik wacht..

Getagged , , , ,

Een ‘grain de beauté’ (1)

De kapster gaat hardhandig met het puntje van een handdoek over mijn wang.
‘Er zit nog wat verf.’
‘Hou maar op,’ zeg ik, ‘dat is een moedervlek, die zit daar al vanaf mijn geboorte.’

Op mijn wang vlakbij mijn oor zit een moedervlek zo groot als de top van mijn wijsvinger. Mijn ‘grain de beauté’. Ik kan hem niet zien daarvoor zit hij te ver weg, maar soms is hij zichtbaar op foto’s ‘en profile’ en dan vind ik hem leuk, zo eigen, zo helemaal ik.

‘Je moet eens naar de dokter met die vlek,’ zegt mijn schoonheidsspecialiste.
‘Kom op, dat ding zit er al vanaf mijn geboorte,’ verdedig ik mijn vlekje.
‘Het ziet er niet goed uit, allerlei kleuren. Ik zeg het maar, je moet het zelf weten.’

Een paar weken later ga ik langs bij mijn huisarts voor een verkoudheid en zeg na afloop van het gesprek,
‘Ik heb een vlekje op mijn wang, dat moet ik u laten zien van de schoonheidsspecialiste.’
‘Een atypische vlekje,’ zegt dokter na mijn schoonheidsvlekje bekeken te hebben, ‘en het zit er al vanaf uw geboorte? Dan hebben we wel even de tijd; over veertien dagen is er een dermatoloog op de praktijk. Ik boek u in.’

Veertien dagen later gaat de dermatoloog met een speciaal soort scanner over mijn schoonheidsvlekje, gaat weer zitten en zegt,
‘Het is verstandig om het te laten verwijderen. We kunnen een afspraak maken voor over drie dagen in de kliniek.’

Wordt vervolgd.

Getagged , , , ,

Kinderarbeid in de 19e eeuw in Nederland

foto:www.literatuurplein.nl

foto:www.literatuurplein.nl

Kaatje, het dochterje van de protagonist in mijn verhaal moet op haar vijfde jaar gaan werken in de Weverijen van Van Doorn. Zij moest gesponnen draden op spoelen winden. Het werk was eentonig, zwaar en ongezond. ’s Zomers werkte zij van vijf uur ’s morgens tot negen uur ’s avonds. Ze verdiende 20 tot 30 eurocent per week.
Door gebrek aan zonlicht bleef ze klein van stuk, had ze o-benen en liep ze krom. Niet alleen zij maar ook Frans, de antagonist in het verhaal lijdt aan deze verschijnselen.

De aandoening wordt rachitis genoemd ook wel Engelse Ziekte, een botaandoening die ontstaat door een tekort aan vitamine D en calcium. De ziekte komt speciaal voor bij kinderen in de prille jeugd. Voldoende blootstelling aan zonlicht kan rachitis helpen voorkomen door aanmaak van vitamine D in de huid.

De benaming ‘Engelse ziekte’ is ontleend aan het gegeven dat de ziekte in de achttiende en negentiende eeuw veelvuldig voorkwam in de geïndustrialiseerde wijken van Londen. Deze wijken werden volgebouwd met hoge huurkazernes. De straten waren nagenoeg onbereikbaar voor het zonlicht, maar dit was niet het enige. Vele kinderen moesten werken van drie uur ’s morgens tot zeven uur ’s avonds en zagen nooit licht. Het lichaam heeft zonlicht nodig om vitamine D aan te maken. Dit is een vitamine die ons lichaam zelf aan kan maken. Vitamine D is onder meer nodig voor de botgroei. Bij veel kinderen groeiden door het gebrek aan zonlicht de benen krom. Door de kromme benen liepen de getroffen kinderen moeilijk. Aangezien rachitis voor het eerst in de Engelse grote steden werd waargenomen en vandaaruit in de medische vakbladen werd gepubliceerd, heeft het in de volksmond de naam ‘Engelse ziekte’ gekregen. (uit:https://nl.wikipedia.org/wiki/Rachitis)

In Oost-Groningen is een daarvan afgeleide uitdrukking ‘Engelse benen’. Als iemand onhandig loopt of strompelt, kan diegene te horen krijgen: “Ga toch weg met je Engelse benen!”.

Getagged , , , , , , ,

een onzedig paar

Gezigt van het Spuy, St. Pieters Gasthuis en St. Aagten klooster te Amersfoort. 1759 www.utrechtaltijd.nl

Gezigt van het Spuy, St. Pieters Gasthuis en St. Aagten klooster te Amersfoort. 1759
foto: http://www.utrechtaltijd.nl

 

Midden in de zaal is de chirurg bezig een man te opereren, die de hele stad bij elkaar brulde toen hij de chirurg met een zaag zag aankomen. Hij kreeg een klap op z’n kop en een prop watten tegen zijn mond. Het werd doodstil, zo stil dat de piepende ademhaling van iemand in een verre hoek van de zaal hoorbaar was. Etherlucht ijlt nog over de bedden. De zaag zaagt de stilte weg.
Op de tientallen bedden om haar heen liggen mensen vaak met z’n tweeen op één bedje. Gelukkig heeft Meek het bed voor zich alleen. Haar gedachten dwalen af naar Frans. Wat een sukkel is het toch, ze had op de zoldervliering kunnen slapen op een berg stro en dan morgen met de eerste postkoets naar T. reizen. Maar nee, hij moest zo nodig kwezelen dat hij niet alleen met een vrouw in huis kon zijn. Hij liet haar gewoon naar het Gasthuis gaan, maar, omdat het avond was en de schemering had ingezet, vergezelde hij haar. Voordat de deur open ging draaide hij zich om en verdween in het duister. Die gasthuismensen mochten eens denken dat ze een onzedig paar waren.
Ze trekt de dunne deken tot aan haar kin. Wat is het koud, het lijkt wel of het waait in de grote zaal. Een non buigt zich over haar heen. Ach wat zijn die nonnen lief, vooral die met de vlinderkappen. Meek slaat haar armen om haar heen en drukt haar hoofd in de brede boezem. Ze ruikt de frisse geur, schoon en wit vermengd met donkere zweetlucht. Zacht en veilig voelt de borst, ze wil er nooit meer weg. De non legt haar hand op Meeks hoofd en duwt haar zachtjes terug op het matras.
‘Hier is nog iemand.’
De non draait zich om, haar rug onthult een mensje, dat zich vastklampt aan het bed. De zuster geeft haar een zet en dan ligt het scharminkel naast Meek. Het vrouwtje draait haar kromme rug naar Meek en begint direct luid te snurken.
Meek staart naar de zoldering en telt de vlekken: een twee. Ze komt tot 49 dan raakt ze de tel kwijt. De chirurg gaat weg, de patiënt kreunt, zachtjes dan luider. Zijn gekerm overstijgt het gesnurk. Iemand hoest ratelend, Meek kijkt omhoog, dan naar het raam. Grijze strepen kondigen de dag aan. Het eerste wat ze doet straks als ze in T is, is naar het weeshuis gaan en Kaatje uit de klauwen van die  weeshuismensen wegscheuren. Zij zal haar meenemen en haar nooit meer alleen laten. Frans zal ze zeggen dat Kaatje van haar stiefmama is, dat ze beloofd heeft voor haar te zorgen. En dan gaat ze trouwen met Frans. Dat hij een zemelaar is maakt niet uit, hij heeft een huis waar het warm is en veilig.

Getagged , , , , , , ,

Niersteen

Sinds een paar weken heeft Vriend een steen in zijn nieren, die zo vast zit als een huis. Het is erg pijnlijk en duurt al veertien dagen. Maar als man en dus van nature sterk, zie je een probleem, ook een pijnlijk probleem, eerst even aan. Een operatie is veel erger. Die steen kan  vanzelf weggaan en de pijn kan ondertussen met codeïne worden bestreden. Als de codeïne niet meer helpt, de pijn heviger wordt, is morfine je allerbeste vriend en dokter een goede tweede. Dokter houdt het hoofd koel, hij ziet de kwestie als voorbijgaand. Hebben problemen niet de neiging zich vanzelf op te lossen? Nou dan. Actie, in de vorm van een specialist en foto’s of iets dergelijks, is voorbarig en niet aan de orde.

Vriend is ondertussen nauwelijks aanspreekbaar, slaapt veel als een kat bij de warme kachel. De sex ligt op z’n reet, want met een door morfine verdoofd en door steentjes gemangeld apparaat kun je niet vrijen, laat staan zin hebben in. Bovendien is hij doodmoe, omdat hij bijna dagelijks als een junk de stad doorkruist op zoek naar een apotheek, die nog morfine in voorraad heeft. Daar hangt hij over de toonbank en hijgt de apotheker met schorre stem toe:
‘Morfine, geef mij morfine!’
Voordat de assistent de politie kan bellen, weet hij een verkreukeld recept uit zijn zak te trekken en over de balie te schuiven. Met een tas vol morfinetabletten verlaat hij opgelucht de winkel. Voorlopig heeft hij weer genoeg.

Getagged , , , ,

De Participatiemaatschappij

participatiemij

foto:nietzomaarzooo.blogspot.com

Met een keiharde klap viel ik op het asfalt. Kràààk, krak meende ik mijn heup te horen zeggen. Dàt was mis. Een dame, die het ongeval zag gebeuren haalde kussens uit haar huis en zo lag ik als een pasja in de zon te wachten op de ambulance.

Na 45 minuten bracht de ambulance mij naar het ziekenhuis. Daar constateerde men een gebroken heup en deelde mee, dat ik de volgende dag geopereerd zou worden: een plaat met een schroef in de heup om de breuk bij elkaar te houden. Ik zag scheel van de stress.

De gealarmeerde vriendenkring stroomde toe, troostte en zorgde voor de broodnodige zaken als tandpasta, zeep en cosmetica. Als zelfstandige, alleenstaande dame met een ijzeren conditie ben ik niet gewend afhankelijk te zijn van anderen, maar ja, er zat nu toch niets anders op dan om hulp te vragen, zoals kleding te halen en de was te doen, want het enige dat ik bij me heb is de luchtige kleding die ik die dag droeg. Het was mooi weer en 24ºC.

In grote aantallen komen de vrienden hun deelname betuigen. Tijdens de bezoekuren van 15 tot 20 uur komen ze direct achter elkaar binnenvallen, als vliegtuigen die landen op Schiphol. Verder lig ik op een gemengde zaal met mensen die overdag aardig zijn, maar ’s nachts hele bossen omzagen met een electrische heggenschaar.

Na drie dagen vindt het ziekenhuis het welletjes, mijn herstel gaat voorspoedig en ik heb een grote vrindenkring, wat wil ik nog meer. Wegwezen bijvoorbeeld.

Dat overvalt me ondanks het afzien en de slapeloze nachten, want waar moet ik heen? Naar huis kan ik nog niet, ik woon op drie hoog, zonder lift. Een steile  trap kronkelt naar mijn etage. De vrinden op wie ik dacht een beroep te kunnen doen geven plotsklaps niet thuis. Een Zorghotel dan maar? Omdat ik dit jaar mijn aanvullende verzekering heb opgezegd moet ik alle extra’s zelf betalen: van fysio tot vervoer en zorghotel. Een zorghotel kost 200 euro per dag en ik moet er zeker veertien dagen blijven.

Kan ik nou echt niet een weekje verblijven  bij een vriend in een woning met lift?

Getagged , , , , ,