Column februari 2016

kop wijkkrant

header column

Sorry

De Buitenveldertse dreven liggen er verlaten bij. Dat is vervelend. Ik heb een afspraak, maar kan de straat niet vinden. Op zo’n moment heb ik behoefte aan een mens van vlees en bloed aan wie ik de weg kan vragen. Waarschijnlijk weet de aangesprokene het ook niet, maar gedeelde smart is halve smart. Gelukkig er komt een dame aanlopen. Ik stel haar mijn vraag.

Zij antwoordt: ‘Sorry, I don’t speak Dutch’. Als ik de vraag in het Engels herhaal, weet ze het ook niet. Ze woont vijf jaar in Buitenveldert, vertelt ze, maar ze heeft geen idee hoe de boel in elkaar steekt. Misschien eens een cursus Nederlands, stel ik voor. ‘No, no, no,’ zegt ze om dan stamelend haar excuses aan te bieden.

Een tijdje later haal ik mijn Gazelle uit het fietsenrek bij een appartementsgebouw. Er komt een vrouw aan, die haar fiets midden op de stoep parkeert. Ik ga naar haar toe en vraag haar vehikel in het rek te zetten, omdat voetgangers anders onmogelijk kunnen passeren.

Zij antwoordt: ‘Sorry, I don’t speak Dutch.’ Ik antwoord, dat het dan tijd wordt dat zij Nederlands leert spreken en begrijpen. ‘I don’t think so,’ zegt ze, ‘why should I?’

Deze vrouw, vind ik, moet verplicht een cursus Nederlands volgen.

Bij de vuilniscontainer spreek ik een man aan, die rommel naast de container zet. Ik vraag hem de spullen in de container te gooien.

Hij antwoordt: ‘Sorry, I don’t speak Dutch’. Ineens kan ik geen woord Engels meer uitbrengen. In het Nederlands zeg ik dus wat ik denk: van hem, zijn gedrag en zijn beperkte talenkennis. Met open mond, maar nieuwsgierig kijkt hij mij aan.

Hier gloort hoop, ik weet zeker dat hij zich onmiddellijk voor een cursus Nederlands gaat aanmelden. In het Huis van de Wijk uiteraard!