Als zinnen magisch worden

zenDuizenden zo niet tienduizenden Boeings, Airbussen, passagiers- en vrachtvliegtuigen klieven de lucht bulderend uiteen in hun duikvlucht naar de luchthaven.

Als het gegier van de laatste airbus in de verte is weggedonderd, komt de wijk tot leven.
Op zaterdag haalt Pa de krant uit de brievenbus en zet ma koffie. Langzaam halen zij dikke gele doppen uit hun oren, zetten het raam open en luisteren naar de stilte. Naar het kwetteren en plonzen van de eendjes in de siergracht, naar het diepe rauwe geluid van de reiger die als een scheermes komt aanvliegen op zoek naar een prooi.

Pa vouwt zijn krantje open en begint aan het hoofdartikel. Ma zet de televisie aan voor de uitzending van een optreden van Charles Aznavour en loopt loom met een een paar kopjes in haar hand naar de keuken.
Dan plots: ieieieiejjej, een hoog gierend geluid alsof een Boeing op het balcon gaat landen. Pa springt als door een wesp gestoken overeind en rent naar de landingsbaan.

Ma verandert in een zoutpilaar. Haar mond half open, de koffiekopjes in haar hand. Ze wil iets zeggen, maar geen woord dringt meer door. Pa smijt de balcondeur open en kijkt naar de tuinstoeltjes en het tafeltje die er rustig en uitnodigend bijstaan net zoals zij die daar de avond er voor hebben achtergelaten. Geen grote vogel te zien of het moet de duif zijn die op de reling een korreltje pikt en angstig wegvliegt, pa wuift hem nog eens na met de krant.

Ma heeft haar gewone gedaante weer aangenomen en gaat door met het afruimen van de tafel. Pa zakt neer en doet alsof hij de krant wil lezen. Ma die even langs hem loopt zegt dat hij de pagina ondersteboven houdt. Pa hoort het niet, ma probeert boven het lawaai uit te schreeuwen. Zij geeft de moed op als de hoge toon van een boor zich bij het gegier buiten voegt.

De telefoon gaat, zij horen het niet. Op de beeldbuis staat Aznavour, zijn mond gaat open en dicht, zijn linkerhand gevouwen om de microfoon, de andere gebaart breed.
Even plotseling als het kabaal begon, stopt het. ‘Toi et Moi’ knalt door de kamer. Tegelijkertijd grijpen pa en ma naar de afstandsbediening. Hun handen raken elkaar, blijven daar even samen, dan streelt hij haar hand. Zij staan op, tegen elkaar aan, omhelzen elkaar. Charles haalt breed uit:
‘Aime-moi
Fais-moi l’amour encore’.

De zinnen vullen de kamer, waaien omhoog naar het plafond, vallen verstrengeld neer op de bank. ‘Non, je n’ai rien oublié’, galmt Aznavour. Pa en ma kennen de zinnen uit het hoofd, zingen mee en lopen automatisch naar de slaapkamer. Het raam staat open, de gordijnen waaien zachtjes naar binnen. Een vleugje Chanel, een vogel die roept. Zij vallen neer op het bed, de kleren die zij nog geen uur geleden hebben aangetrokken vliegen door de kamer. Charles komt op kousenvoeten binnen.

De Plantsoenendienst is uitgepauzeerd en zet de schaar weer stevig in de struiken. Een hoog gierend geluid doorboort de stilte. De vogels zwijgen dood, Charles legt het loodje. Een opstijgende Airbus voegt zich bij het geluid.

Pa en ma horen niets, zij fluisteren lieve woordjes in elkaars oren en verzetten de zinnen, die worden tot magische spreuken waardoor  alles om hen heen verandert  in een schitterende schijn van zingende vogels en van de wind die ritselt in de bladeren van de bomen. Van een tijd dat er nog maar één DC9 per etmaal overvloog en de heg nog met de hand werd geknipt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s