De adrenalinekick

foto:www.history.com

foto:www.history.com

Haro kijkt naar links waar de brug is, de zon schijnt in zijn ogen. De man naast hem praat door over een overschrijding van het bouwproject van enkele miljoenen. Ach, die haalt hij er straks bij de verkoop wel weer uit. Vervelender is de vertraging die het project heeft opgelopen door de regens van afgelopen tijd. Hij haalt adem om de opzichter uit te schelden als hij op de brug een silhouet ontwaart. Verdomd die manier van lopen en bewegen doen hem denken aan een autoritje van zo’n dertig jaar geleden. Met 180km/pu over de A7 naar Lyon, een warme hand op zijn ….ja verdomd dat deed ze. Blonde krullen op zijn schouder. Valerie, allejezus het is Valerie.
‘Valerie,’ schreeuwt hij.
Hij rent door het zand, struikelt over een paar planken, ontwijkt een tractor, rent onder de hijskraan door naar de brug.
‘Valerie,’ roept hij nog eens en zwaait.
De vrouw staat stil en loopt naar het hek. Ze is het toch wel, aarzelt hij, maar als zij naar hem toeloopt weet hij het zeker. Het is Valerie, wat gezetter, maar nog steeds met krullen en dat chique loopje, die iets wiegende heupen. Ze herkent hem, springt van het talud zo in zijn armen, zijn helm valt op de grond.
‘Laat mij eens naar je kijken,’ zij strekt haar armen en bekijkt hem van top tot teen, ‘nou, een buikje een beetje kaal maar nog steeds een gebronsde bink,’ zegt ze en trekt hem weer naar zich toe.
‘Ibiza hè, je weet het wel,’ fluister hij en woelt met zijn mond in haar krullen
Boven hen is de hijskraan bezig een zware last te verplaatsen. Zij letten er niet op, zij zijn terug in een bankgebouw waar een angstige bankbediende wegduikt en enorme bakken geld in Valeries open tas verdwijnen. Zij legt haar voorhoofd tegen zijn hals, strijkt met haar wang over zijn kin, die is hier en daar wat stoppelig. Net als vroeger. Het is alsof zij nooit van elkaar zijn weggeweest. Hun leven in weelde en overvloed al die tijd gewoon samen hebben voortgezet.
‘Weet je nog,’ zegt zij, ‘van dat stel in het Negresco in Nice. Als zij nou gewoon die juwelen van haar vingers had gedaan toen jij dat zei, waren we niet zo ver gegaan.’
‘Jij was ook niet voor een kleintje vervaard, zoals je die kerel toetakelde omdat hij niet zei waar hij de creditcards verstopt had.’
‘Hij heeft het tenslotte wel gezegd, zijn laatste woorden.’
‘Dat we nooit gepakt zijn.’
‘Te slim,’ zegt Haro met een brede grijns,’maar we werden te nonchalant, dat is gevaarlijk.’
Hij drukt haar steviger tegen zich aan, ‘Ik heb je gemist. Wat doe je tegenwoordig?’
‘We moesten wel splitten, anders waren we gepakt. Wat ik doe? Zo min mogelijk natuurlijk, beetje gezapig zelfs, onlangs dacht ik: hè ik mis die kick. Wordt het niet weer eens tijd.’ Valerie rilt en nestelt zich behaaglijk tegen Haro aan. Als vanzelf sluiten hun lippen zich op elkaar in een lange en intense zoen.

Gerinkel klinkt, een grijs blok hangt aan de haak van de hijskraan, het zweeft hun kant op, stopt even, schuift dan met korte rukjes verder. De opzichter schreeuwt en gebaart naar de kraanmachinist, maar de kraanhaak beweegt traag voort, het blok drijft boven hen, schommelt licht. De man en vrouw staan in het witte zand, in de brandende zon, in een warme omhelzing. Dan komt het beton los van de grijper. De opzichter rent op het paar toe, hand op zijn helm. Iets zwaars suist langs hem, hij springt weg. Fijn zand wolkt op, als het blok zich in de grond boort. Als het stof is gaan liggen, steken de schoenen van Haro onder het gevaarte uit, Valeries onderlijf is bedolven. Bouwers rennen naar hen toe, takelen het beton weg. De ambulance arriveert met in zijn kielzog de politie. Van Haro is niet veel meer over. De benen van Valerie zijn verbrijzeld, ze wordt met gillende sirene bewusteloos naar het ziekenhuis vervoerd.
De politie doet onderzoek naar de kraanmachinist, die verdwenen is. Hij was een ervaren kraandrijver, al jaren in dienst. Aan de kraan mankeerde ook niets, die was net goedgekeurd
‘Hij was een vreemde figuur, maar tot een misdrijf achtten wij hem niet in staat. Hij was professioneel.Verder weten we niets van hem, hij kon niet praten door een ongeluk of zo iets, maar hij begreep alles,’ is het commentaar van collega bouwvakkers naar aanleiding van vragen van de recherche naar de kraanmachinist.
‘Ik geloof dat hij uit het buitenland kwam, uit Engeland. Hij woonde in Frankrijk, althans dat stond in zijn cv,’ zegt de opzichter, ‘van zijn begeleider hoorde ik indertijd, dat hij een overval had meegemaakt gepleegd door dat stel dat in de negentiger jaren de Franse zuidkust moordend en rovend onveilig maakte, die keken niet op een mismakinkje hier en daar. Zijn ze ooit gepakt, die twee?’
De politie speurt in de kraancabine naar aanwijzingen. Er hangt een weeë geur in het hokje. Aan de stuurknuppel bungelt een bosje bloemen. Als ze dichterbij komen blijken het vier vingers te zijn. De vingers zijn leerachtig bruin met perkamentachtig blauw gelakte nagels, zij worden bijeengehouden door een lint waaraan een creditcard is bevestigd waarop een tekening van een gezicht, dat zijn tong uitsteekt waaronder twee woorden:
‘Mijn adrenalinekick.’

 

One thought on “De adrenalinekick

  1. Andre van Leijen schreef:

    Mooi verhaal! Met plezier gelezen!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s