De helleveeg II

Huilend viel ik een van de mannen om de hals, drukte mij stevig tegen hem aan en gierde als een sirene.

‘Zij heeft mijn pa bestolen’.

‘Nietwaar’, ontkende Bets grimmig, luister toch niet naar die griet. Ze liegt, ik help haar haar arme vader af te leggen’.

‘Laat dan eens zien wat er in de zak van je schort zit Bets’.

‘Er zit niets in mijn schort. Luister toch niet naar die slet, die ondankbare. Ik ben nog wel zo goed voor haar geweest en nu beschuldigt ze mij van diefstal’.

‘Als je niets te verbergen hebt, dan kun je het toch wel laten zien’, diende mijn dappere soldaat haar van repliek. Er was ondertussen een heus oploopje voor de tent ontstaan en iedereen riep:

‘Ja….., ja……laat zien’.

”Ik laat helemaal niets zien’, kijfde Bets. Met dikke tranen vervolgde ze: ‘Wat er in mijn schort zit is van mij en niet van die meid. Luister niet, ze liegt ze wil mijn spullen en ik was nog wel zo fatsoenlijk haar te helpen. Mijn hele leven heb ik haar verzorgd en nu dit’.

Het publiek trok zich niets aan van haar gejammer. De meute begon zich aan haar op te dringen. Toen dat gevaarlijk werd gaf ze toch maar toe en haalde het lapje uit haar zak. Ik stak mijn hand uit, maar mijn soldaat was mij voor en pakte het. Nadat hij het stukje textiel aan alle kanten bevoeld had gaf hij het aan mij.

‘Is dit het?’

Uit dankbaarheid drukte ik mijn borstjes nog steviger tegen hem aan. Terwijl ik mijn lippen tegen zijn hals drukte, liet ik mijn tranen rijkelijk en warm in zijn nek vallen.