Het geheim van de lege gracht (5)

foto: artrevisted.com

De kardinaal had de gewoonte ’s nachts bij de gracht rond te scharrelen. Meestal alleen, soms in gezelschap van het zingende nonnetje. Een avond was hij wat ongedurig. Hij liep heen weer, keek van zijn brevet naar de deur van het klooster en weer terug. Romana gewaarschuwd door het kreunen van de palen en de stutten, gleed als een slang over het bruggetje. De kardinaal hoorde haar niet, zo behoedzaam schoof zij toe. Als een kat sloop zij dichterbij, stond even stil, bekeek het object van haar aversie. Hij was ouder geworden, het blonde haar grijs, maar nog altijd in kuifstand, net zoals zijn neus in de vorm van een aardbei, zijn silhouet fragieler. Ze gooide een kiezeltje, de kardinaal bukte, zijn hand strekte zich uit. Romana voelde die hand weer over haar lichaam gaan alsof het de dag van gisteren was, de hitte, haar ma. Ze gooide nog een kiezeltje, deze keer in de gracht: plons! De kardinaal liep tot aan de rand van de grachtkant en nog een beetje dichterbij. Een duwtje in zijn rug. Hij zwaaide wat met zijn armen, maar een tweede por deed hem in de gracht belanden. Zijn soutane bolde op en zorgde dat hij nog even bleef drijven gelijk een bedorven champignon. Langzaam zonk hij weg in het diepe grachtwater. Slaakte wat kreetjes maar onverbiddelijk sloot het troebele water zich boven zijn paarse kalotje. Romana veegde haar handen af.

‘Je bent gewroken mama, als ik eerder was geweest, dan.. Hij was het, hij zal geen kwaad meer doen.’

Moeder overste en de nonnen zochten de kardinaal de volgende dag. Ze liepen heen en weer in de tuin, Romana zag hun schimmen door de ramen van het klooster. Het zingende nonnetje keek onder struiken en bankjes, alsof ze hem daar zou vinden. Ze wrong haar handen De nonnen wisten dat hij ’s nachts over de grachten wandelde en vermoedden dat er een ongeluk gebeurd was. Om gezichtsverlies te voorkomen deden zij na een paar dagen alsof de kardinaal zachtjes in bed was overleden. Uit het oudemannenhuis lieten zij een vers overleden oude man ophalen, die een zeker gelijkenis met de kardinaal vertoonde. Zij vergewisten zich er van dat de oude man zonder familie was en baarden hem op. ‘Ach, oude mannen lijken toch allemaal op elkaar’, tuitte moeder overste.

Het hele land stroomde toe om de kardinaal te gedenken. De kranten stonden vol artikelen waarin zijn edelmoedigheid, naastenliefde en onbaatzuchtigheid werden geprezen. De Paus stuurde zijn nuntius en een tijdlang was het heel druk op de gracht.

De mensen in het Oude Huis schonken er weinig aandacht aan. Zij hadden andere zaken aan het hoofd. Romana bedankte de palen en stutten, besprak met hen wat nog gebeuren moest, pakte haar rokken, kaarten en overige bezittingen en vertrok.