Het geheim van de lege gracht 6

foto:footo.nl

De kademuur stortte in toen de Oude Heer ging hemelen. De poten en palen van het Oude Huis moesten er diep van zuchten. De oude dame luisterde niet naar het loeien van de palen, maar naar haar schoonzoon met de eurotekens.
‘De kade moet hersteld,’ riep ze na een paar weken herrie.
‘Het komt wel goed, het ging toch al die jaren goed,’ zei hij.
Het lawaai hield aan en werd zo hevig dat de familie ging praten met een aannemer. De dochter en haar man schrokken van het bedrag dat moest worden neergelegd om de gracht leeg te laten pompen. De dochter nam nog een neut en de schoonzoon ging nog eens rekenen.
Oei, oei’, zei hij, ‘straks rest ons slechts een dak met gouden pannen.’
Het Oude Huis schreeuwde om hulp daarbij geassisteerd door de palen en de stutten, die ook wel een opknapbeurtje wilden. De situatie in huis werd onhoudbaar, de familie kon geen gesprek meer voeren, elkaar verstaan was onmogelijk. Het kraken en kreunen van de palen overstemde ieder geluid, behalve het fluisteren van de muren. ’s Nachts werd het lawaai oorverdovend.
‘Wat bezielt dit huis,’ zei de schoonzoon uitgeput van een week zonder slaap.
Murw geslagen greep hij de telefoon om de ambtenaar, die zich met de waterhuishouding van de stad bezighield te informeren dat de sluizen van de van de stad dicht moesten. Niet alleen de muur maar ook de onderwaterlijn moest gerepareerd en de fundatie vernieuwd. Toen dat geregeld was arriveerde een grote bemalingspomp, die met veel gedoe werd geinstalleerd. Steeds lager en lager zakte het water tot er op de bodem van de gracht onder het bruggetje rechts van het Oude Huis twee roestige fietsen zichtbaar werden. Verder staken er een oude toiletpot, twee po’s, een paar dode vissen, wat resten van fietsbanden en nog wat ongeregeld goed zoals een paar botjes uit de blubber.
‘Van een hond of zo,’ zei Werkman 1.
‘Heeft een hond vingerkootjes?’ vroeg Werkman2 zich af.
Onder de fietsen vond de man een soort keppeltje. In de toiletpot glinsterde iets. Hij groef met zijn behandschoende hand in de barsten en haalde er een ring uit, bekeek hem van alle kanten en stak hem in zijn zak. Het keppeltje gaf hij aan de oude dame, die het tussen duim en wijsvinger aannam en in de vuilnisbak smeet.
De palen en stutten, die niet meer met hun houten voeten in het water stonden en tot rust kwamen begonnen weer te kreunen en te steunen. Als daar maar geen heibel van kwam. Hoe konden ze dat stomme ding niet gezien hebben en die kootjes wie was daarvoor verantwoordelijk?
‘Dat is jouw stomme schuld,’ zei de oudste paal tegen de jongste.
‘Nietes.’
‘Welles.’
Even was het weer een lawaai van jewelste. De Oude Dame hief haar hoofd, ze werd wat doof de laatste tijd, maar hoorde ze daar weer gekraak?
‘Romana komt ons vast de les lezen,’ zei de jongste poot.
Van schrik werden ze stil. Zo werd het rustig in het Oude Huis alleen het murmelen van het grachtenwater was hoorbaar.