Tagarchief: 19eeuw

Vrouw Moeder

’s Avonds aan tafel praatte mijn vader als hij goede zin had met brede armgebaren over het leven van zijn Vrouw Moeder, een zigeunerin. Het laatste woord is net als vele andere woorden op het taboelijstje gezet door de politiek correcten. Ik durf ze niet eens op te schrijven uit angst donder en bliksem over mij afgeroepen te krijgen, maar dat mijn grootmama Fransje een zigeunerin was mag ik wel opschrijven want het gaat over mijn grootmama dus mijn zigeunerin.

Zij trok mee als marketentster in vele oorlogen, ze legde de tarotkaart, ze was vrolijk en nonchalant, een heerlijke eigenschap, ze was donker en klein, niet groter dan 1m50 en ze kreeg zeven kinderen met zwart krulhaar haar en blauwe ogen.

Is Fransje werkelijk met haar ouders in oorlogen meegetrokken zoals mijn vader en zijn familie beweerden? Welke dan? Zij is geboren in 1869. Welke oorlogen woedden er toen in Europa: er was de Frans-Duitse oorlog Napoleon III liet hier en daar nog wel eens wat wapens kletteren en in Amerika woedde bij haar geboorte een oorlog, maar ging ze daarheen met haar ouders? En als zij niet de marketentster was over wie mijn vader en zijn broers vertelden wie trok dan wel mee in de tros*? Haar moeder, Hendrika? Of nog verder weg in de 18e eeuw.

Lees straks in mijn roman de zoektocht die teruggaat tot 1815 over het leven van een eenvoudig meisje dat haar hoofd boven water moet zien te houden in een tijd zonder sociale vangnetten.

*)Bij een tros ging het om een civiele stoet binnen het leger, bestaande uit een enorm groot aantal mensen, lastdieren en wagens.

Getagged , , , , , , , , , , ,

OLIELAMPEN GEVEN OOK LICHT-1906 (fragment uit mijn roman)

Vrouw met olielamp

Voortaan ging ik vrijwel iedere dag naar Willem. Zijn ziekte betekende dat er geen geld meer binnenkwam, daarom moest Marie, zijn vrouw, op zoek naar werk, dat ze vond op de grachten: iedere dag een werkhuis.

Als de zon maar één zonnestraal naar het plaatsje stuurde pakte Willem een stoel, zette die buiten en bleef zitten tot de zon naar het westen verdween en het te koud werd. Naarmate november vorderde werd de zon bleker, maar dat deerde hem niet, hij ging buiten zitten.

Bij donker werd kwam hij naar binnen. Dan stak ik de lamp aan en voerde het kacheltje cokes.

‘We moeten zuinig zijn,’ zei Marie als ze het zag, ‘petroleum is zo duur en de cokes zijn bijna op.’

‘Ik betaal,’ zei ik.

Morgen moest ik Ger, mijn man, maar voorzichtig vragen om voor cokes te zorgen en om geld voor petroleum. Hij zou wel weer mopperen over de verkwisting van die nieuwerwetse petroleumlampen.

‘Olielampen geven toch ook licht en zijn veel goedkoper.’

Als ik klaar was met redderen ging ik naast Willem zitten en hield zijn benige hand stevig in de mijne, als om te verhinderen dat hij ons zou verlaten. Hij probeerde nog steeds vrolijk te zijn wanneer hij mij zag, grapjes te maken en verhalen te vertellen. Dan raakte hij buiten adem en viel naar adem snakkend achterover in zijn stoel.

‘Stil toch Willem.’

Ik streek met een grote zakdoek over zijn gezicht dat nat was van het zweet.

Getagged , , , , , , , , , ,