Tagarchief: dienstmeisje

Vertel eens over je dienstje

Na afloop van de wandeling kwamen we altijd uit bij Gromy en Gropy. Gromy zat ineengedoken op haar stoeltje voor het raam. Dekens en lappen lagen slordig op de grond, het aanrecht was rommelig. Ik zat op mijn krukje naast pa en Gropy, de deur naar de tuin stond open. Op een windvlaag waaide de geur van kruiden naar binnen.

‘Heeft dat kind haar tong verloren?’

‘Daarnet praatte ze nog voluit,’ zei pa, ‘ga eens bij je grootmoeder zitten en vertel over je dienstje.’

Hij wendde zich tot Gromy,

‘Ze spreekt Frans met de kinderen van de familie waar ze werkt. Daarom is ze er aangenomen.’

Nou ja, dacht ik, dat gestoethaspel van mij

Pa ging wat rechter zitten, knikte naar Gromy en trok aan zijn pijp. Mijn gezicht werd warm, de warmte zakte naar mijn hals. Ik hield mijn hand tegen mijn nek.

‘Dat weet Gromy toch allang.’

‘Ja,’ kraakte Gromy, ‘maar kom eens naast mij zitten en vertel eens. Je komt niet meer mee met je moeder, ik heb je al zolang niet gezien.’

Was Gromy niet boos? Door een spleetje van mijn ogen zag ik dat ze naar mij keek, haar zwarte ogen vraten haar hele gezicht op, dat kleiner was dan ik me herinnerde. Ze knikte.

‘Willem pak dat krukje en breng dat kind naar mij toe, uit zichzelf wil ze me niet zien.’

Ze pakte de schelp op, legde hem op haar schoot en wees naast haar. Mijn gezicht en hals moesten donkerrood zijn zo warm had ik het ineens. Ik deed mijn ogen open, haar koolzwarte ogen zogen mij naar binnen. Nee, ik hoefde niet bang te zijn en nee, ze was niet boos, ze was tevreden. Ik zakte neer op het krukje en vertelde.

Getagged , , , , , ,

Het vak van dienstbode

2015-12-02_130218

Isaac Israels. foto: http://www.kennislink.nl

 

Een dagmeisje, een dienstmeisje voor dag en nacht, een was- of werkvrouw in dienst hebben was begin 20e eeuw heel gebruikelijk bij de gegoede burgerij, adel en rijke boeren. Deze meisjes waren doorgaans afkomstig uit eenvoudige en dikwijls grote (land)arbeidersgezinnen, en gingen al heel jong ‘in betrekking’, dikwijls al op 12 à 14 jarige leeftijd. De dikwijls grote gezinnen woonden in kleine huisjes en moesten leven van een gering inkomen. Iedere extra gulden die ingebracht kon worden door de kinderen was meer dan welkom, en doorleren na de lagere school was er beslist niet bij. De meisjes leerden het vak van dienstbode ‘in de praktijk’ bij hun mevrouw,

Dienstboden maakten hele lange dagen en moesten keihard werken voor een klein loon. Zij hadden niets te vertellen en moesten  onderdanig zijn, en precies doen wat hun werd opgedragen. Een grote mond of werkweigering werd bestraft met ontslag op staande voet en slechte referenties met als consequentie geen inkomen en ook geen werk bij een andere familie. Hoewel overal keihard moest worden gewerkt, maakte het wel verschil of er ‘gediend’ werd bij een rijke boer op het platteland of bij een rijke gegoede burgerfamilie in het dorp of de grote stad.  Bij de boeren moesten de dienstmeisjes behalve schoonmaken, wassen, schrobben en koken ook koeien melken (met de hand) en tuinonderhoud. Bij de burgerfamilies werden alleen huishoudelijke werkzaamheden verricht, en moesten ook dikwijls de kinderen verzorgd worden. Meestal aten en sliepen de dienstmeisjes apart in de meidenkamer of in de stal, maar in sommige gezinnen aten de meisjes wel samen aan een tafel met de familie en werden ze ook goed behandeld. Of een dienstmeisje goed of slecht werd behandeld,  viel en stond met de mentaliteit van haar ‘mevrouw ‘ en de familie. Er waren goede en slechte werkgevers, en de ervaringen van het huispersoneel waren heel verschillend.
De dienstmeisjes moesten 6 dagen per week werken, en waren alleen een dagdeel op zondag vrij, en de ‘vakantie’ was slechts een weekje of helemaal niet in de 19e eeuw. De dienstmeisjes werden per jaar ‘besteed’ en de contracten liepen van mei tot mei.

Getagged , , , , , ,