Tagarchief: Japan

‘Mijn vader heeft in het jappenkamp gezeten…’

jappenkamp1

Foto:nl.clipart.com

‘Mijn vader heeft in een jappenkamp gezeten en toch mag ik geen feest meer geven.’

Het gladde gezichtje van de Chinese man voor me  kreukelt ineen als een papieren hoedje in de regen.

‘Ik ben bij de politie geweest en zij zeggen dat het wel mag.’

De man vertegenwoordigt een Christelijk Indische geloofsgemeenschap die vrijwel wekelijk een bijeenkomst houdt met luid gezang en muziek aangestuwd door een geavanceerde geluidsinstallatie. De muren van de zaal waar het samenzijn wordt gehouden zijn neergezet in de jaren zestig van de 20e eeuw en niet bestand tegen zoveel kabaal.

De man komt vlakbij me staan,  zijn bovenlijf buigt, zijn benen vouwen zich, zijn gezichtje rimpelt alsof de wind eroverheen trekt, de donkere ogen spuwen vuur en knijpen samen, zijn arm komt omhoog.

Ik wijk, hij trekt zijn arm terug.

‘En jij, jij klaagt! Ik woon hier al vijftien jaar dus mag ik feestjes geven.’

Ik klaag, dat is correct.  Ik woon vlak naast de zaal en ik ben van mening dat vijftien jaar ergens wonen en een vader in een jappenkamp geen redenen zijn om de regels van het Huishoudelijk Reglement te overtreden waarin specifiek staat dat bewoners rekening moeten houden met medebewoners en geen overlast mogen veroorzaken. Bovendien heeft mijn tante ook in een jappenkamp gezeten. Zij is er gestorven. Ik ben naar haar genoemd, maar ik houd me in, wil de zaak niet op de spits drijven.

‘Niet als er te harde muziek en te veel herrie wordt gemaakt,’ antwoord ik, ‘ik heb ook rechten als bewoner.’

‘Er is geen harde muziek, ik ben bij de politie geweest en….’

Wat hij verder brabbelt wordt onverstaanbaar.

‘Jij klaagt en klaagt altijd. Wij zijn een christelijke partij en komen bij elkaar. Mijn vader heeft in een jappenkamp gezeten en daarom…’

‘Het is afgelopen met uw feestjes, u bent voldoende gewaarschuwd.’

De benen vouwen, het bovenlijf buigt, het gezichtje nadert mijn buik  alsof hij wil kopstoten, de zwarte ogen spatten vonken, zijn hand komt omhoog en suist langs mijn gezicht.

Dan deinst hij achteruit en pruttelt:

‘En toch en toch en toch, mijn vader zat in een jappenkamp en van de politie mag het.’

Getagged , , , , , , , , , ,

Aandacht voor: Terug naar Bandung, Femmy Fijten

BandungIn het kader van de boekrecensies van mij bekende schrijvers gaat het blog deze keer over:

TERUG NAAR BANDUNG, Femmy Fijten

Wat zegt de achterflap:
Deze geschiedenis gaat over oorlog, over bloedige strijd, over verlies en over vriendschap, maar bovenal een liefdesverhaal, gebaseerd op de ware geschiedenis van een zeventienjarige jongen die naar Indonesië ging en tegen beter weten in een Indisch meisje koos.

Wat vind ik er van:
Door omstandigheden in haar privéleven heeft Jill de tijd om eens uitgebreid op vakantie te gaan. Die tijd wil ze doorbrengen in Indonesië. Haar opa wil mee, wat Jill niet zo zitten. Dat kan ik me helemaal voorstellen, dan wil je gaan backpacken en dan wil er een oude man mee als gezelschap. Maar ja, als opa gaat vertellen dat hij als soldaat in 1945 naar Indonesië ging en er in totaal zeven jaar is gebleven, gaat ze overstag.
Als Jill en opa in Indonesië aankomen komt er vaart in het verhaal.
De periode na de bezetting van de Japanners was mij onbekend. Al lezend kom ik steeds meer aan de weet over de geweldadigheden die er toen plaatsvonden. Femmy weet het verhaal boeiend te houden door de achtergrond van opa’s wens om naar Indonesië te gaan langzaam het verhaal in te druppelen. Nu eens beschrijvingen over de mooie natuur en de bezienswaardigheden tijdens een hedendaagse reis in de Gordel van Smaragd, dan weer ontboezemingen over liefde en verraad in het verleden.
Ik begreep tijdens het verhaal niet waarom oma zo narrig en onvriendelijk deed, maar ook dat wordt duidelijk.
De ontknoping of eigenlijk ontknopingen zijn verrassend.
Het begin, dat wil zeggen de eerste hoofdstukken vond ik wat traag, maar al snel wordt het boeiend en werd ik gegrepen door de mysterieuze nostalgie die uit de zinnen sprak.

Tenslotte:
De achterflap vermeldt een voorwoord van Maarten ’t Hart. Dat hoeft van mij niet zo nodig. Maar deze keer schreef hij een kort leuk stukje.
Kortom een fijn boek voor de Kerstman om te geven aan mensen met belangstelling voor Indonesië en wie heeft dat nou niet in Nederland.

Getagged , , , , ,