Tagarchief: tbc

OLIELAMPEN GEVEN OOK LICHT-1906 (fragment uit mijn roman)

Vrouw met olielamp

Voortaan ging ik vrijwel iedere dag naar Willem. Zijn ziekte betekende dat er geen geld meer binnenkwam, daarom moest Marie, zijn vrouw, op zoek naar werk, dat ze vond op de grachten: iedere dag een werkhuis.

Als de zon maar één zonnestraal naar het plaatsje stuurde pakte Willem een stoel, zette die buiten en bleef zitten tot de zon naar het westen verdween en het te koud werd. Naarmate november vorderde werd de zon bleker, maar dat deerde hem niet, hij ging buiten zitten.

Bij donker werd kwam hij naar binnen. Dan stak ik de lamp aan en voerde het kacheltje cokes.

‘We moeten zuinig zijn,’ zei Marie als ze het zag, ‘petroleum is zo duur en de cokes zijn bijna op.’

‘Ik betaal,’ zei ik.

Morgen moest ik Ger, mijn man, maar voorzichtig vragen om voor cokes te zorgen en om geld voor petroleum. Hij zou wel weer mopperen over de verkwisting van die nieuwerwetse petroleumlampen.

‘Olielampen geven toch ook licht en zijn veel goedkoper.’

Als ik klaar was met redderen ging ik naast Willem zitten en hield zijn benige hand stevig in de mijne, als om te verhinderen dat hij ons zou verlaten. Hij probeerde nog steeds vrolijk te zijn wanneer hij mij zag, grapjes te maken en verhalen te vertellen. Dan raakte hij buiten adem en viel naar adem snakkend achterover in zijn stoel.

‘Stil toch Willem.’

Ik streek met een grote zakdoek over zijn gezicht dat nat was van het zweet.

Getagged , , , , , , , , , ,

TBC-huisje

foto: blog.seniorennet.nl

foto: blog.seniorennet.nl

Zo af en toe bezoek ik een oude dame bij mij in de buurt.  Als ik denk geen tijd te hebben sla ik een poos over en vergeet naar haar toe te gaan, tot ik haar tegenkom op straat, achter haar rollator keurig gekleed en gekapt onderweg naar de Jumbo.
‘Wanneer kom je weer eens langs?’ vraagt ze vriendelijk ‘als je niet komt is het ook goed hoor, maar het is wel gezellig’.
Dan staak ik al mijn belangrijke bezigheden en ga een uurtje of wat bij haar aan tafel zitten. Nieuw Amsterdam strekt zich uit aan mijn voeten met in de verte Schiphol, als het mooi weer is zie je ze landen, de luchtkastelen.

Bij een kopje thee babbelt zij over het leven vroeger, haar jeugd op het platteland in Brabant. Als boerendochter en oudste van vijf nog heel jonge kinderen, het kunnen er ook meer zijn, had ze geen kans te ontsnappen aan het boerenbedrijf. Dat had ze graag gewild, maar ze moest helpen op de boerderij en in huis.

Zij praat  over een houten huisje waarin haar vader ligt. Het huisje staat in de boomgaard; hij is ziek en mag niet meer in huis komen bij zijn gezin, omdat hij dan iedereen besmet. Het huisje is zo klein dat er precies een eenpersoonsbed in past en één stoel, het kan ook nog ronddraaien, zodat de wind niet naar binnen blaast. Haar vader is bang zo alleen en ziek ver weg van zijn gezin, vooral ’s nachts schijnt het heel eng te zijn met huilende wilde honden en andere roofdieren, die toen kennelijk rondslopen in de Generaliteitslanden.

‘Hij is zo angstig’, zegt ze terwijl ze tranen uit haar ogen veegt, ‘omdat het huisje aan een kant open is’.

Ik zie voor mij hoe die arme man ’s nachts wordt besprongen door predatoren en om hulp roept, maar niemand die hem komt helpen in het open huisje, dat maar ronddraait.
‘Wij hadden geen geld voor een sanatorium en niemand wilde meer bij ons op bezoek komen, iedereen was bang ziek te worden. Ze wilden zelfs niet meer met ons praten’.
Ebola!, denk ik.
‘Overal zag je van die huisjes op het land, bijna niemand ontkwam er aan’ voegt ze er dan aan toe.

Thuis google ik eens op tbc-huisje. Op mijn scherm verschijnen diverse romantische tuinhuisjes. Vroeger bestemd voor tbc-patienten.

Getagged , , , ,