Tagarchief: vitamine D

Kinderarbeid in de 19e eeuw in Nederland

foto:www.literatuurplein.nl

foto:www.literatuurplein.nl

Kaatje, het dochterje van de protagonist in mijn verhaal moet op haar vijfde jaar gaan werken in de Weverijen van Van Doorn. Zij moest gesponnen draden op spoelen winden. Het werk was eentonig, zwaar en ongezond. ’s Zomers werkte zij van vijf uur ’s morgens tot negen uur ’s avonds. Ze verdiende 20 tot 30 eurocent per week.
Door gebrek aan zonlicht bleef ze klein van stuk, had ze o-benen en liep ze krom. Niet alleen zij maar ook Frans, de antagonist in het verhaal lijdt aan deze verschijnselen.

De aandoening wordt rachitis genoemd ook wel Engelse Ziekte, een botaandoening die ontstaat door een tekort aan vitamine D en calcium. De ziekte komt speciaal voor bij kinderen in de prille jeugd. Voldoende blootstelling aan zonlicht kan rachitis helpen voorkomen door aanmaak van vitamine D in de huid.

De benaming ‘Engelse ziekte’ is ontleend aan het gegeven dat de ziekte in de achttiende en negentiende eeuw veelvuldig voorkwam in de geïndustrialiseerde wijken van Londen. Deze wijken werden volgebouwd met hoge huurkazernes. De straten waren nagenoeg onbereikbaar voor het zonlicht, maar dit was niet het enige. Vele kinderen moesten werken van drie uur ’s morgens tot zeven uur ’s avonds en zagen nooit licht. Het lichaam heeft zonlicht nodig om vitamine D aan te maken. Dit is een vitamine die ons lichaam zelf aan kan maken. Vitamine D is onder meer nodig voor de botgroei. Bij veel kinderen groeiden door het gebrek aan zonlicht de benen krom. Door de kromme benen liepen de getroffen kinderen moeilijk. Aangezien rachitis voor het eerst in de Engelse grote steden werd waargenomen en vandaaruit in de medische vakbladen werd gepubliceerd, heeft het in de volksmond de naam ‘Engelse ziekte’ gekregen. (uit:https://nl.wikipedia.org/wiki/Rachitis)

In Oost-Groningen is een daarvan afgeleide uitdrukking ‘Engelse benen’. Als iemand onhandig loopt of strompelt, kan diegene te horen krijgen: “Ga toch weg met je Engelse benen!”.

Getagged , , , , , , ,

Vakantie in een Zonnestelsel

Vooral het voorvoegsel ‘zon’ vond ik aantrekkelijk. Ik dacht, naïef misschien, onderweg te kunnen zonnen, zodat ik een paar vliegen in een klap sloeg: mijn vitamine D aanvullen, een onderzoekje doen en daarna gebronsd weer terug naar de basis. Geen zon te zien echter, wel veel verlichte en onverlichte bollen: rood, zwart en witte nevels.  Het blauw van ons bolletje aarde en verder een onnoembaar niets.

Ik verdwaalde natuurlijk, de navigatie was weer eens niet op orde. Daarom koppelde ik aan bij een ruimtestation. Maar ik wist niet, dat het een station was. Ik dacht, dat het een café was en wilde er een kopje koffie drinken met een glaasje water. Door een klein raampje had ik een man achter de bar gezien en omdat ik dorst had leek het mij een prima gelegenheid om meteen de weg te vragen. Die mannen, want het waren weer eens allemaal kerels, lachten zich rot. Nou zeg, wat verbeelden ze zich wel alsof alleen zij maar in de ruimte kunnen reizen. Maar goed, toen ze bijgekomen waren legden ze uit, dat Kepler een satelliet is, die planeten opspoort, die bewoonbaar kunnen zijn. Als de satelliet dan zo’n planeet heeft ontdekt, krijgt hij zijn naam en een nummer. Vandaar al die Keplers met nummers en cijfers. Kepler 452b bevindt zich in een ander zonnestelsel en draait om een eigen ster, zijn eigen zon dus. Of zij, de zon is goddank vrouwelijk, vitamine D weggaf wisten ze niet.
Ik moest even slikken, niet van de koffie want dat hadden ze niet, maar vanwege een bobbel in mijn keel, want misschien moest ik terug naar ons sexy bolletje.

Die knapen waren tenslotte toch wel geschikt, want ze gaven de coördinaten naar Kepler 452f, althans voor zover zij die wisten en om onderweg niet om te komen van de honger, kreeg ik wat ingedroogd voer mee. Zo zeil ik nu door het Melkwegstelsel op weg naar een ander zonnestelsel.
Wanneer ik terug ben weet ik nog niet.

Getagged , , , , , , ,

Zonlichtbelasting

Afschaffing v d zonlichtbelasting in Engeland

Afschaffing v d zonlichtbelasting in Engeland

In diverse landen in Europa, ook in Nederland, werd in de afgelopen eeuwen belasting geheven op uiterlijke kenmerken van welvaart, zoals op het biljart in huis of op het aantal lakeien en bedienden dat er rondliepen. Het was toen niet altijd makkelijk iemands inkomen te controleren, maar een biljart maakte in die tijd direct duidelijk dat het geld binnenstroomde. Hetzelfde voor het personeel dat in dienst was, allemaal uiterlijke tekenen van rijkdom, die het gemakkelijk maakten er belasting op te heffen.
De Franse minister van Financiën, Dominique Ramel (1760-1829), bedacht een belasting op het aantal ramen en deuren van een woning, een voorloper van de onroerendzaakbelasting. Hij liet zich inspireren door Julius Cesar die het ostiarium (een soort poortgeld) instelde op de grootte van deuren en het aantal pilaren aan de voorgevel.
In Engeland werd al sinds het einde van de 17e eeuw belasting op ramen geheven.Vooral kruisramen werden zwaar belast, zij telden namelijk voor vier. Toen Londen die belasting verhoogde timmerden de bewoners hun ramen dicht. Rachitis, een botaandoening ook wel de ‘Engelse ziekte’ genoemd, vooral bij kinderen, was het gevolg. Rachitis is een ziekte die ontstaat bij gebrek aan vitamine D en calcium. Zonlicht kan rachitis helpen voorkomen.
Toen ons land bevrijd was van de Fransen stelde de nieuwe regering ‘schoorsteenbelasting’ in. De keizerlijke inspecteur die ramen en deuren telde werd vervangen door een koninklijk agent die schoorstenen ging tellen. Om aan die belasting te ontkomen haalden velen de schoorsteen weg, dat had weer tot gevolg dat er minder werd gestookt dwz minder hout werd gebruikt en het bos werd gespaard.
Dat sloot weer mooi aan bij de Romantische stroming in dat tijdperk (19e, begin 20e eeuw) die milieubescherming hoog in het vaandel droeg. ‘Zo hep ieder nadeel zijn voordeel‘.

Getagged , , ,

Villa Bleekgezicht

Krijtbleek jaag ik in de supermarkt achter mijn karretje  op de wekelijkse boodschappen. Het is niet de bedoeling herkend te worden, als dit toch gebeurt zwaai ik een beetje en roep bleekjes ‘tot vanavond’ of ‘tot gauw’ en slalom verder. Het is de dag van mijn wekelijkse boodschappen, waarvoor ik mij niet opmaak en in oude spijkerbroek verschijn.
Onopgemerkt loop ik blij met een volle tas de winkel uit. Het is weer gelukt!

‘Hoe gaat het met jou?’, roept een luide stem, zo’n stem die gewend is door klaslokalen te schallen. Genadeloos. Ik verstijf en kijk om, het zal toch niet tegen mij zijn? Ik probeer nog verder onder mijn pet te kruipen. Tevergeefs, want  jawel het is tegen mij en het is een retorische vraag. In haar ogen staat te lezen: ‘met die gaat het niet goed’.

Als ik bedeesd antwoord, dat alles heel goed gaat, scant zij mijn onopgesmukte bleke gelaat en begint een betoog over vitamine B en D, vooral D. Er is olie in kleine flesjes verkrijgbaar in een winkel vlakbij. Een druppel van de olie in het avondeten en je hebt 24 uur lang weer genoeg vitamine voor de botten opgedaan.
Ze ratelt door over deze tijd van het jaar, dat wij allemaal toch iets zongekleurd moeten zijn en hoe schadelijk het is als je niet in de zon komt, maar als je wel in de zon komt ook. De onduidelijkheid van de deskundigen over de uren dat je wel of niet probleemloos in de zon kunt zitten of sowieso in de buitenlucht moet vertoeven.
Dan komen de benen aan de beurt, die het niet meer zo goed doen en hoe vervelend dat is tijdens lange wandelingen als je knie midden in het bos ineens opspeelt en de weg terug nog lang is. Ze stapt over op kennissen met dichtgeslibde halsaderen, sluipmoordenaars die je van de een op de andere dag kelen, de medische controle die al die kwalen niet kan voorkomen en de incompetentie van sommige artsen.

En dit allemaal vanwege mijn bleke gezicht;  bij het volgende supermarktbezoek hul ik mij in een boerka.

Getagged , , ,