Tagarchief: zon

DE REDDING

Dromend in de zon. Een vlinder fladdert rond de bloeiende bloemen in de tuin. Het is een citroenvlinder en hij is alleen. Altijd als de zon schijnt zie ik hem rondfladderen in z’n eentje.

De zon schijnt fel in mijn gezicht een insect komt mijn kant op gezoemd. Ik ontwijk hem en hij zeilt weg om weer terug te komen en pardoes een duik in het volle glas water dat naast me staat te nemen.

Ik pak het glas en jawel daar spartelt een bij. Even kijk ik naar zijn verwoede pogingen de kop boven water te houden, dan leeg ik het glas op de warme tegels. Het beestje heeft nog genoeg bewustzijn om uit het water weg te hompelen blijft dan doodstil zitten in de zon die stralend aan een strakblauwe hemel staat. Zo af en toe kijk ik naar hem. Na tien minuten slaat hij de vleugels uit en zoemt weg.

Getagged , , , , , ,

OLIELAMPEN GEVEN OOK LICHT-1906 (fragment uit mijn roman)

Vrouw met olielamp

Voortaan ging ik vrijwel iedere dag naar Willem. Zijn ziekte betekende dat er geen geld meer binnenkwam, daarom moest Marie, zijn vrouw, op zoek naar werk, dat ze vond op de grachten: iedere dag een werkhuis.

Als de zon maar één zonnestraal naar het plaatsje stuurde pakte Willem een stoel, zette die buiten en bleef zitten tot de zon naar het westen verdween en het te koud werd. Naarmate november vorderde werd de zon bleker, maar dat deerde hem niet, hij ging buiten zitten.

Bij donker werd kwam hij naar binnen. Dan stak ik de lamp aan en voerde het kacheltje cokes.

‘We moeten zuinig zijn,’ zei Marie als ze het zag, ‘petroleum is zo duur en de cokes zijn bijna op.’

‘Ik betaal,’ zei ik.

Morgen moest ik Ger, mijn man, maar voorzichtig vragen om voor cokes te zorgen en om geld voor petroleum. Hij zou wel weer mopperen over de verkwisting van die nieuwerwetse petroleumlampen.

‘Olielampen geven toch ook licht en zijn veel goedkoper.’

Als ik klaar was met redderen ging ik naast Willem zitten en hield zijn benige hand stevig in de mijne, als om te verhinderen dat hij ons zou verlaten. Hij probeerde nog steeds vrolijk te zijn wanneer hij mij zag, grapjes te maken en verhalen te vertellen. Dan raakte hij buiten adem en viel naar adem snakkend achterover in zijn stoel.

‘Stil toch Willem.’

Ik streek met een grote zakdoek over zijn gezicht dat nat was van het zweet.

Getagged , , , , , , , , , ,